Experimenteel hoorcollege 4
Goed onderzoek moet je van tevoren vastleggen = preregistratie. Deze publiceer je.
- In preregistratie:
- Theorie en onderzoeksvraag, onderzoeksontwerp, hypothesen.
- Geef aan of er gerandomiseerd wordt of niet.
Bij een eenweg ANOVA heb je 3 groepen.
- Dus dan doen we post hoc toetsen om te zien waar de verschillen zitten.
- Elk van de p-waardes die hieruit komen dan doe je 0.05/3
- Of we vermenigvuldigen elke p-waarde met 3
- Bij een groot verschil heb je een grotere power. Zelfs bij een kleine steekproef kan je dat al zeggen.
- Bij een kleine effect size kan je nog wel zo’n grote steekproef hebben, maar je weet het niet zeker, dus niet hele grote power.
ANOVA voorwaarden:
- De scores van de personen op de AV zijn onderling afhankelijk
- Er zitten geen uitbijters in de scores van de personen op de AV
- Binnen elke groep zijn de scores op de AV normaal verdeeld
- De varianties van de scores op de AV zijn gelijk in elke groep
In de doos van een boxplot vallen 50% van de mensen
- De breedte van de doos is de interkwartielafstand.
- De snor is de zwaarste persoon die nog wel in 1,5 QRS zitten.
- Die stippen rechts zijn de uitbijters. Dat is lastig als je ANOVA gaat doen.
- De rode lijn is 1,5x de groene lijn.
Waarom zijn uitbijters zo erg?
- De kern van de ANOVA is gemiddelden vergelijken.
- Gemiddelde wordt door de uitbijters weggetrokken van de mediaan.
Designs
- ANOVA met twee groepen en 1 AV is echt precies hetzelfde als een t-toets met een continue AV.
- Bij tweeweg ANOVA heb je 3 eta kwadraat. 2 voor de hoofdeffecten en 1 voor het interactie-effect.
- Bij een eenweg ANOVA heb je vgm 1 eta kwadraat.
3. De aanname van normaliteit. Binnen elke groep zijn de scores op de afhankelijke variabele normaal verdeeld.
- Deze aanname is niet van belang. De normaalverdeling, zie boven.
- Dus binnen de controles en binnen de experimentele groep moet er ongeveer een normaalverdeling zijn.
- Je kan het ook aan de boxplots zien.
Bij twijfel van de aanname van normaliteit gebruik je niet de p-waarde, maar de bootstrapped p-waarde.
- Dit is het enige dat je moet weten.
- Bij aanname van homoscedasticiteit. De spreiding van variantie in alle groepen is hetzelfde.
- Deze is niet van belang, wordt bijna nooit geschonden.
Variantie = standaarddeviatie in het kwadraat.
De groepen zijn gelijk aan elkaar, dus geen factor 4. De varianties mogen een factor 10 van elkaar verschillen, maar ze verschillen maar een factor 9. 4 x 9 = 36. Dus voorwaarde voor homoscedasticiteit wordt niet overschreden. Wederom, als je het niet vertrouwt, dan vervang je de p-waarde voor de bootstrapped p-waarde. Je hoeft niet te weten waarom niet.
In een rapportage moet je vermelden of je je aan de pre-registratie hebt gehouden. Zo ja, dan is je onderzoek confirmatief. Je hebt dan geen QRP's = Questionable Research Practices, geen verhoogde kans op Type I fouten.