TentamenTests bij Understanding Motivation and Emotion van Reeve - 7e druk

Wat houdt de biologische behoefte in? - TentamenTests 4

Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 4

Vraag 1

De seksistische paringsstrategie hypothese (sexist mating strategy hypothesis)
houdt in dat:

  1. Vrouwen een partner zoeken die potentie heeft, waar mannen een partner zoeken die jong en aantrekkelijk is
  2. Mannen een partner zoeken die potentie heeft, waar vrouwen een partner zoeken die jong en aantrekkelijk is
  3. Mensen de neiging hebben om aantrekkelijke mensen als slimmer tebeoordelen
  4. Des te ‘beter’ iemand zelf is, des te ‘beter’ hij/zij wil dat zijn/haar partner is

Vraag 2

In het bijzijn van anderen is men geneigd tot ... meer te eten dan wanneer men
alleen is.

  1. 30%
  2. 40%
  3. 50%
  4. 60%

Vraag 3

Bij te weinig vetcellen wordt er ... gestuurd; bij te veel vetcellen wordt er ...
gestuurd. LH = laterale hypothalamus, VMH = ventromediale hypothalamus.

  1. Leptin naar de VMH; ghrelin naar de LH
  2. Leptin naar de LH; ghrelin naar de VMH
  3. Ghrelin naar de VMH; leptin naar de LH
  4. Ghrelin naar de LH; leptin naar de VMH

      Vraag 4

      Wat is de volgorde van de vijf lagen uit Maslow’s piramide?

      1. Behoeften, veiligheid, zelfverzekerdheid, liefde, zelfactualisatie
      2. Veiligheid, behoeften, zelfverzekerdheid, liefde, zelfactualisatie
      3. Veiligheid, behoeften, liefde, zelfverzekerdheid, zelfactualisatie
      4. Behoeften, veiligheid, liefde, zelfverzekerdheid, zelfactualisatie

      Open vragen bij hoofdstuk 4

      Vraag 1

      Noem de drie categorieën van aantrekkelijke gezichten.

      Vraag 2

      Bij lage glucose-levels wordt de [A] gestimuleerd, wat leidt tot een [B] in
      honger; bij hoge glucose-levels wordt de [C] gestimuleerd, wat leidt tot een [D]
      in honger.

      1. ...
      2. ...
      3. ...
      4. ...

      Vraag 3

      Een tekort aan intracellulaire vloeistof leidt tot [A]; een tekort aan
      extracellulaire vloeistof leidt tot [B].

      1. ...
      2. ...

      Vraag 4

      Noem drie regulatieprocessen die een rol spelen in het cyclische drive-patroon.

      Antwoorden Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 4

      Vraag 1

      A. Vrouwen een partner zoeken die potentie heeft, waar mannen een partner zoeken die jong en aantrekkelijk is

      Vraag 2

      C. 50%

      Vraag 3

      D. Ghrelin naar de LH; leptin naar de VMH

      Vraag 4

      D. Behoeften, veiligheid, liefde, zelfverzekerdheid, zelfactualisatie

      Antwoordsuggesties Open vragen bij hoofdstuk 4

      Vraag 1

      Neonatale gezichten, seksueel volwassen gezichten en expressieve gezichten (positieve emoties)

      Vraag 2

      A. Laterale hypothalamus

      B. Toename

      C. Ventromediale hypothalamus

      D. Afname

      Vraag 3

      A. Osmometric dorst

      B. Volumetric dorst

      Vraag 4

      Fysiologische behoefte; psychologische drive; homeostase; negatieve feedback fysiologische stop systeem; multiple inputs/multiple outputs; intra-organistische mechanismen; extra-organistische mechanismen

      Wat is extrinsieke motivatie? - TentamenTests 5

      Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 5

        Vraag 1

        Waarom zijn positieve bekrachtigers niet hetzelfde als beloningen?

        1. Omdat positieve bekrachtigers altijd gewenst gedrag stimuleren en beloningen nooit
        2. Omdat beloningen altijd gewenst gedrag stimuleren en positieve bekrachtigers soms
        3. Omdat positieve bekrachtigers altijd gewenst gedrag stimuleren en beloningen soms
        4. Geen van allen, positieve bekrachtigers zijn hetzelfde als beloningen

        Vraag 2

        Geef Baldwin & Baldwin’s (1986) afkorting voor: ‘situationele cue maakt gedragsreactie mogelijk welke consequentie veroorzaakt’.

        1. S : B -> C
        2. S : R -> B
        3. S : B -> B
        4. S : R -> C

        Vraag 3

        Wat is het verschil tussen behoeften en quasi-behoeften?

        1. Behoeften zijn essentieel behoeftevervulling, quasi-behoeften niet
        2. Quasi-behoeften zijn essentieel groei, welzijn en leven, behoeften niet
        3. Behoeften zijn essentieel voor groei, welzijn en leven, quasi-behoeften niet
        4. Quasi-behoeften zijn essentieel behoeftevervulling, behoeften niet

        Vraag 4

        Menselijke hedonistische neigingen houden het volgende in:

        1. Benader genot/plezier, vermijd pijn
        2. Benader intrinsieke activiteiten, vermijd extrinsieke activiteiten
        3. Benader extrinsieke activiteiten, vermijd intrinsieke activiteiten
        4. Benader pijn, vermijd genot/plezier

        Open vragen bij hoofdstuk 5

        Vraag 1

        Zet op volgorde van niet autonoom naar autonoom:

        1. Externe regulatie, geïdentificeerde regulatie, geïntrojecteerde regulatie, geïntegreerde regulatie
        2. Geïntrojecteerde regulatie, geïdentificeerde regulatie, geïntegreerde regulatie, externe regulatie
        3. Externe regulatie, geïntrojecteerde regulatie, geïdentificeerde regulatie, geïntegreerde regulatie
        4. Geïntrojecteerde regulatie, externe regulatie, geïdentificeerde regulatie, geïntegreerde regulatie

        Antwoorden Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 5

        Vraag 1

        C. Omdat beloningen altijd gewenst gedrag stimuleren en positieve bekrachtigers soms

        Vraag 2

        D. S : R -> C

        Vraag 3

        C. Behoeften zijn essentieel voor groei, welzijn en leven, quasi-behoeften niet

        Vraag 4

        A. Benader genot/plezier, vermijd pijn

        Antwoordsuggesties Open vragen bij hoofdstuk 5

        Vraag 1

        C. Externe regulatie, geïntrojecteerde regulatie, geïdentificeerde regulatie, geïntegreerde regulatie

        Wat houdt psychologische behoeften in? - TentamenTests 6

        Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 6

        Vraag 1

        Welke van de volgende theorieën maakt GEEN deel uit van de macrotheorie ‘self-determination theory’?

        1. Doelinhoud theorie (goal contants theory)
        2. Organisme integratie theorie (organismic integration theory)
        3. Cognitieve evaluatie theorie (cognitive evaluation theory)
        4. Zelfactualisatietheorie (self-actualization theory)

        Vraag 2

        Wat is het duidelijkste teken dat, wanneer aanwezig, aangeeft dat de psychologische behoeften bevredigd zijn?

        1. Welzijn
        2. Positief affect
        3. Gezondheid
        4. Vitaliteit

        Vraag 3

        Welke relaties bieden NIET de mogelijkheid om de behoefte van nabijheid te bevredigen?

        1. Uitwisselingsrelaties (exchange relationships)
        2. Communale relaties (communal relationships)
        3. Beide zijn correct
        4. Beide zijn incorrect

        Vraag 4

        .. volgt/volgen het organistische oogpunt; ... volgt/volgen het mechanistische oogpunt.

        1. Impliciete motivatie; expliciete motivatie
        2. Expliciete motivatie; impliciete motivatie
        3. Fysiologische behoeften; psychologische behoeften
        4. Psychologische behoeften; fysiologische behoeften

        Vraag 5

        Vanuit het organistische oogpunt rijkt ... de benodigde bronnen aan.

        1. De persoon zelf
        2. De omgeving
        3. Het sociale interactieproces tussen personen
        4. Het ontwikkelingsproces

        Antwoorden Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 6

        Vraag 1

        D. Zelfactualisatietheorie (self-actualization theory)

        Vraag 2

        D. Vitaliteit

        Vraag 3

        A. Uitwisselingsrelaties (exchange relationships)

        Vraag 4

        D. Psychologische behoeften; fysiologische behoeften

        Vraag 5

        B. De omgeving

        Wat zijn impliciete motieven? - TentamenTests 7

        Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 7

        Vraag 1

        Wat houdt het leiderschapsmotiefpatroon (leadership motive pattern) in?

        1. Veel behoefte aan macht, weinig behoefte aan affiliatie, lage inhibitie
        2. Weinig behoefte aan macht, weinig behoefte aan affiliatie, lage inhibitie
        3. Veel behoefte aan macht, weinig behoefte aan affiliatie, hoge inhibitie
        4. Weinig behoefte aan macht, weinig behoefte aan affiliatie, hoge inhibitie

        Vraag 2

        Waar is de impliciete behoefte voor affiliatie (affiliation) in geworteld?

        1. Het verlangen een levenspartner te vinden
        2. Het verlangen om anderen te helpen
        3. De angst voor het verliezen van een naaste
        4. De angst voor sociale afwijzing

        Vraag 3

        Hoe verschilt het dynamics of action model van Atkinson’s model?

        1. Het dynamics of action model is gebaseerd op empirische bevindingen
        2. Het dynamics of action model omvat persoonlijke verschillen
        3. Het dynamics of action model omvat veranderingen over tijd
        4. Het dynamics of action model omvat collectieve taken

        Vraag 4

        Mensen met een hoge prestatiemotivatie:

        1. Prefereren makkelijke taken
        2. Prefereren gemiddelde taken
        3. Prefereren moeilijke taken
        4. Hebben geen voorkeur voor een moeilijkheidsgraad

        Vraag 5

        Het model van Atkinson (Ts = Ms x Ps x Is) geeft een verklaring voor prestatiedrang en –gedrag. Geef de waarde van Ps die hoort bij de hoogst mogelijke prestatiemotivatie.

        1. Ps = 0.15
        2. Ps = 0.25
        3. Ps = 0.5
        4. Ps = 0.75

        Vraag 6

        Wat is de kern van impliciete motieven/behoeften?

        1. Het verlangen naar sociale interactie
        2. Het verlangen naar specifieke affectieve ervaringen
        3. Het verlangen naar invloedrijkheid/status
        4. Alle bovenstaande zijn correct

        Vraag 7

        Wat concludeerde pionier onderzoeker David McClelland uit onderzoek?

        1. Impliciete motieven zijn onbewust
        2. Impliciete motieven kunnen niet gemeten worden met zelfbeoordelingsschalen
        3. Impliciete motieven voorspellen gedrag en prestatie
        4. Alle bovenstaande zijn correct

        Vraag 8

        Wat is het meest gebruikte meetinstrument voor impliciete motieven?

        1. Thematic Apperception Test (TAT)
        2. Picture Story Exercise (PSE)
        3. Rorschach inkblot test
        4. Sentence-completion test

        Open vragen bij hoofdstuk 7

        Vraag 1

        Wat is een ‘standaard van excellentie’ (standard of excellence)?

        Vraag 2

        Noem twee voorbeelden van additionele sociale behoeften die ter discussie staan.

        Antwoorden Meerkeuzevragen bij hoofdstuk 7

        Vraag 1

        C. Veel behoefte aan macht, weinig behoefte aan affiliatie, hoge inhibitie

        Vraag 2

        D. De angst voor sociale afwijzing

        Vraag 3

        C. Het dynamics of action model omvat veranderingen over tijd

        Vraag 4

        B. Prefereren gemiddelde taken

        Vraag 5

        C. Ps = 0.5

        Vraag 6

        B. Het verlangen naar specifieke affectieve ervaringen

        Vraag 7

        D. Alle bovenstaande zijn correct

        Vraag 8

        B. Picture Story Exercise (PSE)

        Antwoordsuggesties Open vragen bij hoofdstuk 7

        Vraag 1

        Alles wat iemands gevoel van competentie uitdaagt en een objectieve uitkomstmaat (succes vs. falen) heeft.

        Vraag 2

        Behoefte aan cognitie; behoefte aan afsluiting; behoefte aan structuur; behoefte aan onzekerheidsoriëntatie.

        Meer TentamenTests - Hoofdstuk 8 t/m 14 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)

        Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

        Image

        Access: 
        Public

        Image

        Join WorldSupporter!

        Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

        Check: concept of JoHo WorldSupporter

        Concept of JoHo WorldSupporter

        JoHo WorldSupporter mission and vision:

        • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it support personal development and promote international cooperation is encouraged.

        JoHo concept:

        • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
        • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

        Join JoHo WorldSupporter!

        for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

        Check more: this content is used in

        Tentamens: oude tentamens voor Cognitieve psychologie, oefenmateriaal en tentamentips

        Tentamens: oude tentamens voor Persoonlijkheidspsychologie, oefenmateriaal en tentamentips

        Image

         

         

        Contributions: posts

        Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

        Add new contribution

        CAPTCHA
        This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
        Image CAPTCHA
        Enter the characters shown in the image.

        Image

        Check more: this content is also used in

        Image

        Follow the author: Vintage Supporter
        Share this page!
        Statistics
        3374 3
        Submenu & Search

        Search only via club, country, goal, study, topic or sector