Vraag 1
Wat zijn de manieren om twee groepen met twee gemiddelden te vergelijken?
Vraag 2
Waarvoor gebruikt een onderzoeker een t-toets?
Vraag 3
Wanneer gebruikt een onderzoeker de afhankelijke t-toets?
Vraag 4
Wat zegt de wet van de variantiesom?
Vraag 5
Wat is de standaard meetfout?
Vraag 5
Wanneer komt een effect niet door toeval?
Vraag 6
Is de systematische variantie groter of kleiner dan de niet-systematische variantie als een experimentele conditie een effect heeft?
Vraag 7
Welke scores moeten bij een afhankelijke t-toets normaal verdeeld zijn?
Vraag 8
Waarvoor wordt Levene’s test gebruikt?
Vraag 9
Waarom heeft Cohen’s d soms de voorkeur als maat voor effectgrootte?
Vraag 10
Waarom vindt een onderzoeker eerder een significant effect bij herhaalde metingen design?
Vraag 1
Manieren om twee groepen met twee gemiddelden te vergelijken zijn door twee groepen participanten bloot te stellen aan verschillende manipulaties of door een groep participanten meerdere malen bloot te stellen aan verschillende manipulaties.
Vraag 2
Een t-toets gebruik je om te kijken of het verschil tussen de groepsgemiddelden significant afwijkt van 0.
Vraag 3
De afhankelijke t-toets wordt gebruikt bij twee experimentele condities waarbij dezelfde proefpersonen deelnemen in beide condities.
Vraag 4
De wet van de variantiesom zegt dat de variantie van het verschil tussen twee onafhankelijke variabelen gelijk is aan de som van de varianties.
Vraag 5
De standaard meetfout is de standaardafwijking van de steekproefverdeling.
Vraag 6
Een effect komt niet door toeval wanneer het gemiddelde verschil tussen de steekproeven en populatie groot is en de standaard meetfout klein.
Vraag 7
De systematische variantie is groter dan de niet-systematische variantie als een experimentele conditie een effect heeft.
Vraag 8
Bij een afhankelijke t-toets moeten de verschillen tussen scores normaal verdeeld zijn.
Vraag 9
Levene’s test wordt gebruikt om te kijken of de varianties verschillend zijn en er geen homoscedasticiteit is.
Vraag 10
Cohen’s d wordt heeft soms de voorkeur als maat voor effectgrootte, omdat die een effectgrootte heeft die onafhankelijk is van het design.
Vraag 11
Bij een herhaalde metingen design vindt een onderzoeker eerder een significant effect omdat de niet-systematische variantie een stuk kleiner is dan bij een tussengroepdesign.