Vraag 1
Op welke formule zijn alle statistische modellen gebaseerd?
Vraag 2
Wat is het verschil tussen variabelen en parameters?
Vraag 3
Wat wordt bedoeld met dat het gemiddelde een hypothetische waarde heeft?
Vraag 4
Hoe wordt de variantie bepaald?
Vraag 5
Wat is de method of least squares?
Vraag 6
Waarvoor wordt de steekproefverdeling gebruikt?
Vraag 7
Wat is het betrouwbaarheidsinterval?
Vraag 8
Hoe bepaal je de grenzen van het betrouwbaarheidsinterval?
Vraag 9
Wat is de regel van Fisher?
Vraag 10
Wat is het verschil tussen een eenzijdige en een tweezijdige toets?
Vraag 11
Wat is het verschil tussen een type 1 en een type 2 fout?
Vraag 12
Wat is de power van een test?
Vraag 13
Wat is het gemiddelde en de standaardafwijking van de standaardnormaalverdeling?
Vraag 1
Alle statische modellen zijn gebaseerd op de formule: Uitkomsti = (model) + errori.
Vraag 2
Het verschil tussen variabelen en parameters is dat parameters geschat worden, en variabelen gemeten.
Vraag 3
Dat het gemiddelde een hypothetische waarde heeft, betekent dat het niet daadwerkelijk in de data hoeft voor te komen.
Vraag 4
De variantie wordt bepaald door de som van de gekwadrateerde meetfouten te delen door het aantal vrijheidsgraden.
Vraag 5
De method of least squares houdt in dat de gekozen parameter altijd degene is die de minste error oplevert.
Vraag 6
De steekproefverdeling wordt gebruikt om te kijken hoe representatief een steekproef is voor de populatie.
Vraag 7
Het betrouwbaarheidsinterval zijn de grenzen waartussen je denkt dat het werkelijke populatiegemiddelde valt.
Vraag 8
De grenzen van het betrouwbaarheidsinterval bepaal je door de bijbehorende z-score te vermenigvuldigen met de standaard error.
Vraag 9
De regel van Fisher is dat je pas weet of er een werkelijk effect is, als er slechts een kleine kans is dat het resultaat per toeval wordt bereikt.
Vraag 10
Het verschil tussen een eenzijdige en tweezijdige toets is dat bij een eenzijdige toets de hypothese een richting voor het effect aangeeft, terwijl dat bij de tweezijdige toets niet het geval is.
Vraag 11
Het verschil tussen type 1 en type 2 fout is dat type 1 fout betekent dat er wordt gedacht dat er een effect is in de populatie terwijl dit niet zo is, en type 2 fout betekent dat er wordt gedacht dat er geen effect is in de populatie terwijl dit wel zo is.
Vraag 12
De power van een test is de mate waarin hij in staat is een effect te vinden.
Vraag 13
Gemiddelde is 0 en standaarddeviatie is 1.