Materieel Strafrecht hoorcollege 8 - UL Rechten B2 - Strafuitsluitingsgronden
1. Welke onderwerpen worden in het hoorcollege behandeld?
- Weblecture A - Inleiding en overzicht
- Weblecture B - Ontoerekenbaarheid
- Weblecture C - Noodweer
Weblecture A - Inleiding en overzicht
Bij strafuitsluitingsgronden gaat het om gevallen waarin weliswaar een strafbaar feit gepleegd is, maar vanwege een bijzondere omstandigheid wordt de gedraging gerechtvaardigd of niet verwijtbaar geacht. De gedraging of de dader is dan niet strafbaar. In die situaties is er begrip voor de burger die strafbaar gehandeld heeft. Dit begrip is echter niet onbeperkt.
Strafuitsluitingsgronden zijn opgedeeld in wettelijke (art. 39-43 Sr) en buitenwettelijke strafuitsluitingsgronden. Daarnaast is er in beide categorieën een onderscheid tussen algemeen toepasselijke uitsluitingsgronden en uitsluitingsgronden die van toepassing zijn op een specifiek feit.
Wettelijke strafuitsluitingsgronden (algemeen toepasselijk)
- Ontoerekenbaarheid (art. 39)
- Overmacht (art. 40) Dit valt uiteen in noodtoestand en psychische overmacht.
- Noodweer
- Noodweerexces
- Wettelijk voorschrift
- Bevoegd gegeven ambtelijk bevel
- Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
Buitenwettelijke strafuitsluitingsgronden (algemeen toepasselijk)
- Het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. Dit komt uit het Veearts-arrest.
- Afwezigheid van alle schuld (AVAS). Dit komt uit het Melk en water-arrest.
Deze uitsluitingsgronden fungeren in de praktijk als restcategorie; een beroep erop wordt niet vaak gehonoreerd. In specifieke gevallen zijn ze echter wel belangrijk, als het veroordelen van een persoon onrechtvaardig zou zijn.
Rechtvaardigingsgronden vs schulduitsluitingsgronden
Dit is een tweedeling in de strafuitsluitingsgronden. Bij een rechtvaardigingsgrond is de gedraging zelf te rechtvaardigen. Er is dus geen sprake van wederrechtelijkheid. Bij een schulduitsluitingsgrond is de gedraging wel wederrechtelijk, maar is de persoon niet strafbaar. De gedraging is dus niet verwijtbaar.
De vraag naar de wederrechtelijkheid komt aan de orde bij een andere vraag van het beslissingsmodel van art. 350 dan de vraag naar verwijtbaarheid.
Gemeenschappelijke aspecten in de beoordeling van strafuitsluitingsgronden
- Proportionaliteit: Was het middel dat gebruikt werd, bijvoorbeeld bij noodweer, proportioneel? Stond het handelen van de verdachte in een redelijke verhouding tot de omstandigheden waarin hij verkeerde?
- Subsidiariteit: Was er een alternatieve manier van handelen beschikbaar om hetzelfde doel te bereiken?
- Garantenstellung:In principe wordt uitgegaan van de gemiddelde burger. In sommige gevallen verkeert de verdachte echter in een bepaalde hoedanigheid, bijvoorbeeld van verpleegster of agent. Deze hoedanigheid kan van invloed zijn op de vraag of het handelen van de verdachte proportioneel/subsidiair was.
- Culpa in causa: Heeft degene zich verwijtbaar in een bepaalde situatie gebracht en kan hij daardoor geen beroep doen op de strafuitsluitingsgronden?
Per strafuitsluitingsgrond hebben deze aspecten ieder een eigen uitwerking. In de volgende weblectures zal dit blijken als de ontoerekenbaarheid en noodweer behandeld worden.
Weblecture B - Ontoerekenbaarheid
Dit is een schulduitsluitingsgrond. Niet-toerekenbaarheid wordt vastgesteld in drie stappen. De eerste vraag is of iemand lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Daarnaast moet er een causaal verband zijn tussen de stoornis en het strafbare feit. Zo ja, kan dit strafbare feit dan aan de verdachte toegerekend worden? Als dit zo is, kan de verdachte geen verwijt gemaakt worden. Er volgt dan geen straf, mogelijk wel een maatregel.
Bij de bovenstaande vragen gaat het om vragen die om andere expertise dan de juridische vragen. Daarom worden vaak gedragsdeskundigen ingeschakeld. Dit is zelfs een wettelijke verplichting. Deze deskundigen vellen een feitelijk oordeel, meestal volgt de rechter hun advies. Uiteindelijk velt de rechter dan een normatief oordeel. Gedragsdeskundigen gebruiken gradaties van toerekenbaarheid: volledig ontoerekeningsvatbaar, enigszins verminderd, verminderde en sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid. Dit kan weer leiden tot gradaties van verwijtbaarheid.
Ook geldt het vereiste van dubele causaliteit. Er moet een causaal verband zijn tussen de stoornis en het strafbare feit. Daarnaast moet er een causaal verband zijn tussen de stoornis en het niet kunnen toerekenen. Vereist is dus dat de verdachte door zijn stoornis het strafwaardige van zijn gedraging niet in heeft kunnen zien.
Culpa in causa
Hoe heeft dit leerstuk invloed op de mogelijkheid van een succesvol beroep op ontoerekenbaarheid? Ondanks conclusies van deskundigen kan de rechter oordelen dat de verdachte alsnog iets te verwijten valt, bijvoorbeeld omdat hij zichzelf in een bepaalde situatie gebracht heeft. In de praktijk gaat dit vaak over het gebruik van drank of drugs, en de invloed daarvan op toerekenbaarheid. Het gebruik hiervan kan je immers in een situatie brengen waarin je strafbare feiten pleegt. In een casus was iemand bijvoorbeeld in een situatie van paranoïde psychose gekomen na gebruik van heroïne en cocaïne. Volgens het Hof had hij verwijtbaar gehandeld toen hij deze middelen tot zich nam.
Over het algemeen wordt een beroep op ontoerekenbaarheid bij zelfintoxicatie snel verworpen. De Hoge Raad acht bekendheid met de potentiële gevolgen van het middelengebruik namelijk niet van groot belang.In gevallen van een verslaving leidt dit soms tot lastige casus. Bijlsma bepleit dat in die gevallen een beroep op ontoerekenbaarheid niet zomaar verworpen kan worden.
Weblecture C - Noodweer
Voor deze weblecture worden de feiten uit het overzichtsarrest Noodweer(exces). Noodweer is een rechtvaardigingsgrond, noodweerexces een schulduitsluitingsgrond.
Als politie en justitie op een bepaald moment niet in staat zijn de rechtsorde te handhaven, mag de burger zichzelf verdedigen. Dit is een afgeleide bevoegdheid van de bevoegdheid van de overheid, die niet onbegrensd is. Ook hier gaat het erom wat er in redelijkheid van de burger gevergd kan worden.
De vereisten voor noodweer (art. 41): Er is een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, van lijf, eerbaarheid of goed, van jezelf of een ander. De reactie daarop is geboden en noodzakelijk (het proportionaliteits- en subsidiariteitsvereiste).
'Geboden en noodzakelijk': Het gaat erom of de reactie in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. Daarnaast moet er een noodzaak tot verdediging zijn. Zijn er ook alternatieve wegen beschikbaar om de noodweersituatie te beëindigen? (Bijvoorbeeld door weg te lopen, (onttrekking)). Ook de Garantenstellung is hier van belang.
Culpa in causa-redenering bij noodweer?
Kan iemand zich verwijtbaar in een noodweersituatie brengen? Volgens de Hoge Raad is het uit voorzorg beschikken over een wapen een factor van betekenis, maar niet doorslaggevend. Er moet dus meer aan de hand zijn.
In het voor deze week voorgeschreven artikel gaat het over de vraag of er automatisch sprake is van culpa in causa als de verdachte lid is van een criminele bende. Kan er dan überhaupt wel sprake zijn van noodweer? Noodweer gaat immers om het handhaven van de rechtsorde.
Noodweerexces
Er is hier sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed, die leidt tot een hevige gemoedsbeweging, ten gevolge waarvan de grenzen van de noodzakelijke verdediging worden overschreden. Bij noodweerexces gaat het dus om disproportioneel handelen. Ook blijkt uit bovenstaande definitie dat er een dubbele causaliteit vereist is. Een hevige gemoedsbeweging is bijvoorbeeld radeloosheid. In het overzichtsarrest oordeelde de Hoge Raad dat angst en in shock zijn niet voldoende is.
2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur.
3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.
4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
Er worden geen opmerkingen gedaan met betrekking tot het tentamen.
5.Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
Er worden geen vragen behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen.