Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 4


Opdrachten 

Opdracht 1

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Deel I 

Jannie woont in Drenthe en is van middelbare leeftijd. Ze is gefascineerd door vuur en ondanks behandeling voor pyromanie sticht ze nog steeds regelmatig brand. De laatste keer dat ze dit deed, was in recreatiepark Het Grote Zand. Ze was dit park op haar fiets binnengereden. Ze zag dat veel van de vakantiewoningen bewoond waren en dat ze voorzien waren van een rieten dak. Bij een van de bungalows heeft ze het rieten dak met een lucifer aangestoken. Er ontstond direct brand en toen twee personen in haar richting renden, is ze gevlucht. 

De politie heeft haar aangehouden voor deze laatste brand. Ze werd op het moment van die brand namelijk door middel van een peilbaken in haar fiets stelselmatig geobserveerd in het kader van verdenkingen van eerdere brandstichtingen. Zodoende kon men achterhalen dat zij bij de vakantiewoning was gestopt, dat ze daar korte tijd was gebleven en dat ze hierna snel is weggefietst. Hiernaast bleek uit onderzoek naar haar mobiele telefoon dat ze de dagen na de brand steeds had gezocht naar nieuws over de brand. Op basis van deze gegevens is Janne verdachte in een strafzaak geworden. De rechter in de zaak weet uit ervaring dat in geval van brandstichting veelal sprake is van psychische problematiek. Ze laat zich graag adviseren door een deskundige over de geestesgesteldheid van Jannie, aangezien ze wil weten of het feit aan Jannie is toe te rekenen. 

In deze zaak heeft een psychiater, de heer dr. Van Os, Jannie onderzocht en een rapport opgemaakt, waarin het volgende wordt geconcludeerd: 

“Er is bij verdachte sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis tot uiting komend in haar impulsiviteit, zelfdestructief gedrag, zoals automutilatie en heftige woede. Daarnaast is er sprake van een autismespectrumstoornis, het syndroom van Asperger met als fascinatie pyromanie. Aangezien deze stoornissen chronisch van karakter zijn, kan worden aangenomen dat deze ook aanwezig waren ten tijde van hetgeen onderzochte ten laste wordt gelegd. Zeer waarschijnlijk hebben de ziekelijke stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens een doorwerking gehad in het tenlastegelegde feit gezien de fascinatie voor vuur, haar geringe frustratietolerantie bij veranderingen in haar ritme en dagstructuur en haar impulsiviteit. Onderzoeker schat in dat verdachte gezien haar ziekelijke stoornissen als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.” 

Hiernaast is een rapport opgemaakt door de GZ-psycholoog drs. Driessen, die tot de volgende conclusie komt: “Verdachte lijdt aan meervoudige persoonlijkheidsproblematiek, te classificeren als een Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven (NAO) met borderline- en schizotypische trekken. Tevens voldoet verdachte aan de criteria van de stoornis van Asperger en de stoornis pyromanie. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt om verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten.” page22image4233108960

Vraag 1A

In het rapport van dr. Van Os wordt Jannie als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd, terwijl drs. Driessen haar sterk verminderd toerekenbaar acht. Welke gradaties van toerekenbaarheid bestaan in de praktijk en wat zijn de verschillen daartussen? 

Vraag 1B

Voor de beslissing over de toerekenbaarheid van een verdachte zal de rechter drie vragen dienen te beantwoorden. Welke passages uit de beide rapportages kan de rechter gebruiken voor de beslissing omtrent de mate van toerekenbaarheid van Jannie? En ter beantwoording van welke vragen zal de rechter dat doen? 

Vraag 1C

In het artikel ‘Toerekening in tweedracht: een juridisch-gedragskundig perspectief’ van Den Boer en Van Mulbregt wordt ingegaan op het ‘vermogen tot innerlijk overleg’. Leg uit wat hiermee wordt bedoeld en leg uit welke relevantie dit vermogen heeft voor de vragen die de rechter ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid moet beantwoorden. 

Deel II 

De rechter in de strafzaak tegen Jannie neemt de conclusies van beide gedragskundigen in zoverre over dat zij vaststelt dat het feit aan Jannie kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate. Bij de strafoplegging houdt de rechter rekening met het feit dat Jannie eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld. De rechter acht bewezen dat Jannie opzettelijk brand heeft gesticht. Brandstichting is volgens de rechter een zeer gevaarzettend en voor de omgeving bedreigend delict. Om deze reden veroordeelt ze Jannie tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden. Voorts is het volgens de rechter, ter voorkoming van herhaling, noodzakelijk dat Jannie wordt behandeld. Jannie krijgt terbeschikkingstelling opgelegd en de rechter stelt hierbij vast dat de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven mag gaan. 

Vraag 1 D1

In casu is een combinatievonnis gewezen. Kan de rechter hiertoe, gezien de omstandigheden van het geval, inderdaad overgaan? 

Vraag 1 D2

Kan de rechter op andere wijze (dan door middel van terbeschikkingstelling) bewerkstelligen dat Jannie een verplichte behandeling krijgt opgelegd? 

Opdracht 2 

Lees onderstaande casus, reeds bekend uit de cursus Inleiding Strafrecht, en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

De 21-jarige Anthony, maakt al enige jaren deel uit van een jeugdbende in noordwest-Utrecht. Inmiddels heeft hij dan ook al diverse gewelds-, vermogens- en drugsdelicten op zijn naam staan. Van de opbrengsten van zijn criminele activiteiten heeft Anthony een fonkelnieuwe scooter gekocht bij de rijwielhandel van Joop. Als Anthony enige tijd later op pad wil gaan om oude dametjes van hun handtasje te beroven, komt zijn nieuwe scooter echter al na enkele meters pruttelend tot stilstand. Wat hij ook probeert, de scooter is niet meer in beweging te krijgen. Met zijn scooter aan de hand komt hij woedend thuis. Vloekend en tierend stampt hij door de woonkamer van zijn ouderlijk huis. Zijn 15-jarige broertje Ricardo zit in diezelfde woonkamer een computerspel te spelen. Hij is maar al te goed bekend met Anthony’s opvliegende karakter en houdt zich muisstil. Op een gegeven moment haalt Anthony twee vuurwapens tevoorschijn, die hij op zolder bewaart voor dit soort gelegenheden. ‘Meekomen jij!’, schreeuwt hij Ricardo toe. Ricardo durft niet tegen zijn boer in te gaan en loopt gehoorzaam achter hem aan. Aangekomen bij de winkel van Joop haalt Anthony zijn twee pistolen tevoorschijn en duwt er één in de trillende handen van Ricardo. Het tweede pistool neemt Anthony zelf mee. Ricardo stribbelt nog wat tegen, maar Anthony snauwt tegen hem: ‘Stel je niet zo aan, slappeling! Kom mee, het is zo voorbij.’ Met knikkende knieën loopt Ricardo vervolgens achter Anthony aan richting de winkel. Binnen bedreigt Anthony Joop met zijn pistool en dwingt hem een nieuwe scooter aan hem af te staan. Ricardo staat ondertussen een beetje klungelig met het pistool voor zich uit te zwaaien. Nog voordat Anthony en Ricardo op de nieuwe scooter de straat zijn uitgereden, worden ze aangehouden door de gealarmeerde politie. 

Naast Anthony wordt Ricardo vervolgd voor zijn rol bij de overval. Kan Ricardo zich met succes beroepen op een strafuitsluitingsgrond? 

Opdracht 3 

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Thijs zijn vrouw, Abigail, lijdt al jarenlang aan Multiple Sclerose (MS). Op enig moment hoort Thijs dat cannabis uitkomst kan bieden voor MS-patiënten (het kan de pijn en de spasticiteit veroorzaakt door de ziekte MS bestrijden). Hij regelt dat Abigail zowel de op doktersrecept verkrijgbare cannabis als de cannabis uit de coffeeshops krijgt en gebruikt. Deze cannabis heeft helaas niet het gewenste effect op de ziekteverschijnselen van Abigail: de pijn en de spasticiteit worden niet verminderd. Hij gaat verder op onderzoek uit en ontdekt dat de cannabis van coffeeshops schimmels en bacteriën kan bevatten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruiker. Daarnaast bestaan er vele soorten cannabis en de werkzame stoffen van de cannaboïden verschillen per soort, waardoor de uitwerking van die werkzame stoffen ook per gebruiker verschilt. 

Thijs ziet dan ook geen andere uitweg: hij gaat zelf cannabis telen. De door Thijs geteelde cannabis heeft een zeer positieve uitwerking op Abigail, aangezien het de beoogde pijnverlichting brengt. 

Op 5 januari 2018 valt de politie zijn huis binnen en ontdekt de cannabisplanten. Het Openbaar Ministerie besluit Thijs te vervolgen voor overtreding van artikel 3, eerste lid, onder B, van de Opiumwet. Ter terechtzitting voert de raadsvrouw van Thijs aan dat hij de wet niet wil overtreden, maar dat hij geen keuze heeft. Als hij er voor kiest om de ziekteverschijnselen van Abigail te onderdrukken met zelfgekweekte cannabis pleegt hij een strafbaar feit. Wanneer hij zich aan de wet houdt, worden de ziekteverschijnselen niet of onvoldoende onderdrukt. Hij heeft derhalve de juiste belangenafweging gemaakt. 

Vraag 3A

Op welke strafuitsluitingsgrond beroept Thijs zich, en heeft het beroep kans van slagen?

Vraag 3B

Als de rechter het verweer aanvaardt, welke einduitspraak dient hij dan te geven?

Antwoordindicatie

Opdracht 1

Vraag 1A

Er zijn verschillende gradaties van toerekenbaarheid. In eerste instantie is dat de toerekenbaarheid zelf. In het strafrecht wordt als uitgangspunt genomen dat eenieder toerekeningsvatbaar is. Op grond van art. 39 Sr is de ontoerekenbaarheid een strafuitsluitingsgrond. Tussen toerekeningsvatbaarheid en ontoerekeningsvatbaarheid zit nog de verminderde toerekeningsvatbaarheid. Deze vorm wordt afgeleid van art. 37a Sr. Factoren die van belang zijn bij de beoordeling zijn wat de ernst van de stoornis is, en of er een doorwerking is van de stoornis in het feit dat is gepleegd door de verdachte.

Vraag 1B

3 vragen dienen beantwoord te worden. De eerste vraag is of de verdachte een psychische stoornis had ten tijde van het ten laste gelegde feit. De tweede vraag is of het feit is begaan door de stoornis. Tot slot de vraag betreffende het eindoordeel of de verdachte ontoerekeningsvatbaar is.

Vraag 1: Aangezien deze stoornissen chronisch van karakter zijn, kan worden aangenomen dat deze ook aanwezig waren ten tijde van hetgeen onderzochte ten laste wordt gelegd. +  Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde.

Vraag 2: Zeer waarschijnlijk hebben de ziekelijke stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens een doorwerking gehad in het tenlastegelegde feit gezien de fascinatie voor vuur, haar geringe frustratietolerantie bij veranderingen in haar ritme en dagstructuur en haar impulsiviteit.

Vraag 3: vraag van de rechter, maar de deskundigen adviseren verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Vraag 1C

Het vermogen tot innerlijk overleg is de mogelijkheid om als persoon voor- en nadelen af te wegen om de gevolgen van een gedraging in te schatten. Relevantie met vragen die rechter moet beantwoorden: Het vermogen tot innerlijk overleg heeft te maken met de tweede vraag die de rechter moet beantwoorden: In hoeverre is er doorwerking van stoornis in het feit? In hoeverre was je wilsvrijheid beperkt door de stoornis? Bij een sterke doorwerking van de stoornis is er namelijk geen ruimte voor die wilsvrijheid.

Vraag 1 D1

Een combinatievonnis houdt in dat wanneer iemand voor een deel van zijn misdaad toerekeningsvatbaar is een straf opgelegd krijgt en voor het deel verminderd toerekeningsvatbaar een maatregel wordt opgelegd. In dit geval is Jannie verminderd toerekeningsvatbaar, wat betekent dat ex. art. 37a Sr een straf gecombineerd met een maatregel mag worden opgelegd. 

Vraag 1 D2

Dit zou kunnen op grond van art. 37 Sr en 14C Sr.

Opdracht 2

Strafuitsluitingsgronden zijn te onderscheiden in rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden. De rechtvaardigingsgronden nemen de verwijtbaarheid van de gedraging weg en de schulduitsluitingsgronden de verwijtbaarheid van de dader.

Er kan hier sprake zijn van een strafuitsluitingsgrond in art. 40 Sr. Dit artikel betreft de overmacht. Overmacht kent 2 vormen: psychische overmacht als schulduitsluitingsgrond en noodtoestand als rechtvaardigingsgrond. In casu kan een beroep worden gedaan op psychische overmacht wat de verwijtbaarheid van de gedraging zou weg kunnen nemen. 

In het arrest Moord te Capelle aan den Ijssel is geoordeeld dat de voorwaarden van psychische overmacht zijn dat er sprake moet zijn van een buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon bieden en ook niet behoefde te bieden. Daarnaast kan onder omstandigheden het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend in de weg staan aan het slagen van het beroep op psychische overmacht.

In het onderhavige geval wist Ricardo een opvliegend karakter heeft. Zijn broer kwam ineens met 2 pistolen aan en hij moest mee komen. Ricardo hoeft hier geen weerstand tegen te bieden en behoefde dit ook niet te doen. Het karakter van zijn broer was bij hem bekend en zijn broer had tevens 2 pistolen in zijn hand. Daarnaast heeft Ricardo zichzelf ook niet in een situatie gebracht waardoor het slagen van het beroep op psychische overmacht niet zou kunnen slagen. tevens is de dwang extern, omdat het wordt veroorzaakt door Anthony. Tot slot moet er zijn voldaan aan de vereisten van proportionaliteit (evenredigheid van de gedraging en de situatie) en de noodzakelijkheid (had er anders gehandeld kunnen worden). In deze casus is er geen aanleiding dat deze vereisten een beroep op psychische overmacht in de weg staan. Er was namelijk geen andere uitweg voor Ricardo en hij heeft geen gehandeld met het pistool. De Garanenstellung en culpa in causa zijn hier niet van toepassing.

Dit betekent dat een beroep op psychische overmacht art. 40 Sr kans van slagen heeft.

Opdracht 3

Vraag 3A

Thijs beroept zich op art. 40 Sr betreffende overmacht. Overmacht maakt onderscheid tussen psychische overmacht dat een schulduitsluitingsgrond is en de noodtoestand dat een rechtvaardigingsgrond is. In het onderhavige geval beroept Thijs zich op de noodtoestand. Wanneer dit verweer zal slagen, wordt de wederrechtelijkheid van de gedraging weggenomen. 

In het arrest hulp bij zelfdoding door een niet-arts is genoemd dat een gerechtvaardigd beroep op noodtoestand het geval kan zijn indien moet worden aangenomen dat daarbij is gehandeld in noodtoestand, dat wil zeggen dat de pleger van het feit, staande voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen, de zwaarstwegende heeft laten prevaleren. 

In casu ging het om de ene plicht om je aan de wet te houden en aan de andere kant het belang om de ziekteverschijnselen te onderdrukken. Hier was sprake van een noodsituatie, omdat er geen werkende medicijnen waren voor zijn vrouw. In dit geval is het terecht dat Thijs heeft gekozen voor het belang om de ziekteverschijnselen van zijn vrouw te onderdrukken. Dit is het meest zwaarwegende. Tevens moet dit voldoen aan de proportionaliteit en noodzakelijkheid. In casu is de actie noodzakelijk, omdat zij zo wekende medicijnen konden maken. Tevens is het proportioneel, omdat hij het enkel gebruikt voor zijn vrouw. De Garantenstellung speelt hier geen rol.

Dit betekent dat een beroep op overmacht noodtoestand art. 40 Sr kans van slagen heeft. 

Vraag 3B

Indien de rechter het beroep op overmacht art. 40 Sr in de zin van noodtoestand aanvaardt, is er sprake van een geslaagd beroep op een rechtvaardigingsgrond. Rechtvaardigingsgronden nemen de wederrechtelijkheid van de gedraging weg. Gezien art. 350 betreft dit vraag 2b of het feit strafbaar is. Dit betekent dat dit hier niet het geval is, waardoor de rechter zal moet oordelen tot ontslag van alle rechtsvervolging art. 352 lid 2. (Gezien dit artikel geen wederrechtelijkheid als bestanddeel is, anders vrijspraak op grond van art. 352 lid 1.)

Access: 
Public
This content is related to:
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroepen 19/20
Check more of this topic?
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Image

This content is also used in .....

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroepen 19/20

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 1

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 1

  


Opdrachten

Opdracht 1

Lees de casus en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd. 

Minicasus 

Kees-Jan ligt al jaren overhoop met zijn buurman over de erfafscheiding. Op een dag ziet hij dat zijn buurman de dure planten die tegen de rand van de erfafscheiding staan uit Kees-Jans tuin haalt en in de kliko gooit. Kees-Jan wordt woest, loopt op de buurman af en geeft hem een paar rake klappen. Kees-Jan wordt vervolgd en hem wordt mishandeling (art. 300 lid 1 Sr) ten laste gelegd. Ter terechtzitting doet Kees-Jan een beroep op psychische overmacht, een schulduitsluitingsgrond. 

Vraag 

Stel, de rechter aanvaardt het verweer van Kees-Jan. Tot welke einduitspraak dient de rechter te komen? 

 

Opdracht 2

Lees de casus en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd. 

Minicasus 

Anton heeft nog een schuld te vereffenen met Lars. Hij lokt Lars daartoe op een avond naar een verlaten park. Daar is Anton van plan om Lars eens een flink pak slaag te verkopen. Eventuele gebroken benen vindt Anton daarbij geen enkel probleem; dan kan Lars hem de eerstkomende tijd niet terugpakken. Anton slaat Lars echter ‘iets’ te hard, waardoor Lars enkele dagen later komt te overlijden. Anton wordt vervolgd voor zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbende (art. 302 lid 1 jo. lid 2 Sr). Ten overstaan van de rechtbank voert Anton aan dat hij Lars helemaal niet dood wilde; hij wilde hem ‘alleen maar’ gebroken benen bezorgen. 

Vraag 

Stel dat de rechter uitgaat van de juistheid van de bewering van Anton. Welke uitspraak moet hij dan doen? 

 

Opdracht 3

Lees de casus en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd. 

Minicasus 

Hans is opsporingsambtenaar. Tijdens een drukke avond in Hoog Catharijne heeft hij op aanwijzing van een getuige met zijn collega een man aangehouden die een fotocamera zou hebben weggenomen uit een elektronicawinkel. De man is naar het politiebureau gebracht en ingesloten. De volgende dag is hij weer vrijgelaten. Hij bleek niets met de diefstal te maken te hebben en volkomen onterecht als verdachte te zijn aangemerkt. Hans wordt vervolgd ter zake van het misdrijf omschreven in art. 282 Sr. Ter zitting doet Hans een beroep op een rechtvaardigingsgrond. Hij voert namelijk aan dat hij heeft gehandeld ter uitvoering van een wettelijk voorschrift (art. 42 Sr). 

Vraag 

Stel dat de rechter dit verweer van Hans aanvaardt. Tot welke einduitspraak moet hij dan komen? 

 

Opdracht 4

Arrestanalyse Melk en Water 

Het beroemde arrest Melk en Water (HR 14 februari 1916, NJ 1916, 681) is een zeer oud arrest; het taalgebruik is archaïsch en ingewikkeld en het is, ondanks de korte lengte van het

.....read more
Access: 
Public
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 2

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 2


Opdrachten 

Opdracht 1 

Lees de casus en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Sam, een rebelse 18-jarige scholier, is gefascineerd door vuur. Omdat hij boos is op zijn school wegens uitsluiting van een belangrijk proefwerk, wil hij daar brand gaan stichten. Daartoe vervaardigt Sam een molotovcocktail. Een buurman ziet Sam met die molotovcocktail op het schoolplein zoekend rondkijken. Hij vertrouwt het niet en waarschuwt de conciërge. De conciërge woont op vijf minuten fietsen van de school. Na het telefoontje van de buurman springt hij meteen op de fiets. Op het schoolplein treft de conciërge Sam aan, staand voor de deur van het fietsenhok waarvan de ruit kennelijk net is ingegooid en met de molotovcocktail in de hand. De conciërge gaat breed voor de jongen staan en zegt met bassende stem: ‘Zo Sam, moet je weer lastig doen?’ De reeds gefrustreerde Sam wordt razend op de conciërge en duwt de conciërge weg. Er ontstaat een duw- en trekpartij tussen Sam en de conciërge. Op een gegeven moment slaat Sam de molotovcocktail stuk op het hoofd van de conciërge. Die gaat door de klap onderuit. Op dat moment komen omstanders 

aansnellen en zij trekken Sam bij de conciërge weg. In het ziekenhuis blijkt dat er glassplinters in een oog van de conciërge zijn binnengedrongen. Die moeten operatief worden verwijderd. De dienstdoende arts maakt een fout tijdens de oogoperatie en brengt onherstelbare schade toe aan het hoornvlies. Daardoor wordt de conciërge permanent blind aan dat oog. Sam wordt vervolgd voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (art. 302 lid 1 Sr). 

De raadsman van Sam betoogt dat het blind worden aan het oog niet een gevolg is van Sams slaan met het bierflesje. Hij wijst op een onderzoek waaruit zou blijken dat glassplinters in een oog helemaal niet hoeven te leiden tot blindheid. Bovendien heeft de arts door een fout te maken bij de oogoperatie veroorzaakt dat de conciërge aan één oog blind is geworden. De arts heeft een fout begaan door tijdens de operatie druk op het oog uit te oefenen waardoor de glassplinters door het hoornvlies konden snijden. Sam kan toch moeilijk opdraaien voor deze fout van een ander? De raadsman concludeert dat Sam geen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht zodat Sam moet worden vrijgesproken voor dit feit. 

Vraag 

Heeft dit verweer van de raadsman van Sam kans van slagen?

Opdracht 2 

Maak een analyse van het arrest Dreigbrief (HR 9 februari 1971, NJ 1972, 1), aan de hand van de onderstaande vragen. 

Vraag 2A

Wat is de rechtsvraag? 

Vraag 2B

Wat zijn de relevante feiten? 

Vraag 2C

Bespreek de rechtsgang. 

Vraag 2D

Waarover verschilt de annotator van mening met de Hoge Raad

.....read more
Access: 
Public
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 3

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 3


Opdrachten 

Opdracht 1 

Lees het arrest HR 25 maart 2003, NJ 2003, 552 (Hiv I) en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Vraag 1A

De verdachte in de zaak die heeft geleid tot het arrest Hiv I werd in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeeld ter zake van onder andere poging tot doodslag (art. 45 jo. 287 Sr). Welk vereiste voor een strafbare poging (art. 45 Sr) staat gelijk aan het opzet? 

Vraag 1B

Welke rechtsvraag staat centraal in het arrest Hiv I? 

Vraag 1C

Wat zijn de belangrijkste rechtsfeiten? 

Vraag 1D

Bespreek de rechtsgang; besteed hierbij in het bijzonder aandacht aan het verschil tussen de opvatting van de Hoge Raad en de opvatting van het hof en van A-G Jörg over de betekenis van het begrip ‘aanmerkelijke kans’. 

In het arrest Hiv I komt ook de verhouding tussen het voorwaardelijk opzet en de bewuste schuld aan de orde.

Vraag 1 E1

Waarin schuilt, gelet op de overwegingen van de Hoge Raad in zijn arrest Hiv I, het verschil tussen voorwaardelijk opzet en (bewuste) schuld? 

Vraag 1 E2

Hoe kan door de rechter worden vastgesteld of een verdachte opzettelijk of onachtzaam heeft gehandeld?

Vraag 1F

Geef een kort commentaar op dit arrest, waarin u ingaat op het belang van het arrest voor het inzicht in het leerstuk van het voorwaardelijk opzet. 

Opdracht 2

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Op 31 december 2006 loopt Peter met een groepje vrienden door de binnenstad van Amsterdam. Aangezien het oudejaarsdag is zijn zij druk bezig met het afsteken van knalvuurwerk, onder het motto: hoe harder de knal hoe beter. Als de voorraad vuurwerk bijna op is, besluiten zij om op de tram te stappen om een nieuwe voorraad in te gaan slaan. Gedurende de tramrit komt Peter op het idee om bij de volgende halte een nitraatrotje vanuit de tram door de openstaande tramdeuren naar buiten te gooien. Wanneer de tram tot stilstand komt, ziet Peter dat er bij de halte niemand staat te wachten. Hij steekt het nitraatrotje aan en gooit het in de richting van de deuropening. Een oudere medepassagier blijkt echter net op die halte uit te willen stappen. Het aangestoken rotje ketst af op de rug van de oude man die in de deuropening staat en valt in het gangpad van de tram op de grond. Peter probeert het rotje nog naar buiten te trappen. Dat lukt echter niet, omdat het rotje vast is komen te zitten in een gleuf in de vloer. Geschrokken door dit voorval, rennen Peter en zijn vrienden de tram uit en horen haast direct na het uitstappen een harde knal. Het rotje blijkt net naast een andere passagier – Koen – te zijn ontploft. Koen heeft hierdoor ernstige en blijvende gehoorschade opgelopen. 

Bij de politie

.....read more
Access: 
Public
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 4

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 4


Opdrachten 

Opdracht 1

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Deel I 

Jannie woont in Drenthe en is van middelbare leeftijd. Ze is gefascineerd door vuur en ondanks behandeling voor pyromanie sticht ze nog steeds regelmatig brand. De laatste keer dat ze dit deed, was in recreatiepark Het Grote Zand. Ze was dit park op haar fiets binnengereden. Ze zag dat veel van de vakantiewoningen bewoond waren en dat ze voorzien waren van een rieten dak. Bij een van de bungalows heeft ze het rieten dak met een lucifer aangestoken. Er ontstond direct brand en toen twee personen in haar richting renden, is ze gevlucht. 

De politie heeft haar aangehouden voor deze laatste brand. Ze werd op het moment van die brand namelijk door middel van een peilbaken in haar fiets stelselmatig geobserveerd in het kader van verdenkingen van eerdere brandstichtingen. Zodoende kon men achterhalen dat zij bij de vakantiewoning was gestopt, dat ze daar korte tijd was gebleven en dat ze hierna snel is weggefietst. Hiernaast bleek uit onderzoek naar haar mobiele telefoon dat ze de dagen na de brand steeds had gezocht naar nieuws over de brand. Op basis van deze gegevens is Janne verdachte in een strafzaak geworden. De rechter in de zaak weet uit ervaring dat in geval van brandstichting veelal sprake is van psychische problematiek. Ze laat zich graag adviseren door een deskundige over de geestesgesteldheid van Jannie, aangezien ze wil weten of het feit aan Jannie is toe te rekenen. 

In deze zaak heeft een psychiater, de heer dr. Van Os, Jannie onderzocht en een rapport opgemaakt, waarin het volgende wordt geconcludeerd: 

“Er is bij verdachte sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis tot uiting komend in haar impulsiviteit, zelfdestructief gedrag, zoals automutilatie en heftige woede. Daarnaast is er sprake van een autismespectrumstoornis, het syndroom van Asperger met als fascinatie pyromanie. Aangezien deze stoornissen chronisch van karakter zijn, kan worden aangenomen dat deze ook aanwezig waren ten tijde van hetgeen onderzochte ten laste wordt gelegd. Zeer waarschijnlijk hebben de ziekelijke stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens een doorwerking gehad in het tenlastegelegde feit gezien de fascinatie voor vuur, haar geringe frustratietolerantie bij veranderingen in haar ritme en dagstructuur en haar impulsiviteit. Onderzoeker schat in dat verdachte gezien haar ziekelijke stoornissen als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.” 

Hiernaast is een rapport opgemaakt door de GZ-psycholoog drs. Driessen, die tot de volgende conclusie komt: “Verdachte lijdt aan meervoudige persoonlijkheidsproblematiek, te classificeren als een Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven (NAO) met borderline- en schizotypische trekken. Tevens voldoet verdachte aan de criteria van de stoornis van Asperger en de stoornis pyromanie. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt om verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten.” page22image4233108960

Vraag 1A

In

.....read more
Access: 
Public
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 5

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 5


Opdrachten

Opdracht 1 

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Deel I 

Otto en Eva hebben het plan opgevat om Kees Smit te ontvoeren. Zij hebben een huisje op de Veluwe gehuurd en gereed gemaakt voor de ontvoering door één van de kamers zo in te richten dat Smit er niet uit kan en ook niet van buitenaf gezien kan worden. Daarnaast hebben Otto en Eva reeds losgeldbrieven geschreven die naar de familie van Smit zullen worden gestuurd als hij eenmaal ontvoerd is. Op de dag van de geplande ontvoering gaan Otto en Eva langs de weg staan met hun auto waarin ze op de achterbank enkele geweren hebben klaarliggen. De heer Smit rijdt deze weg elke dag naar zijn werk. Op het moment dat Smit komt aanrijden wil Otto uit de auto stappen. Echter, hij is plotseling zo verlamd van angst dat hij geen vin meer kan verroeren. Ook Eva is de schrik om het hart geslagen en is niet meer in staat tot enige actie. Geruime tijd nadat Smit voorbij gereden is, gaan de inmiddels herstelde Otto en Eva naar huis. 

Deel II 

Een paar dagen later proberen Otto en Eva het opnieuw. Op het moment dat Smit komt aanrijden, springt Otto, met in zijn handen een geweer, midden op de rijbaan en dwingt Smit tot stoppen. Otto sleurt Smit de auto uit, maar Smit rukt zich los en rent weg. Otto holt achter Smit aan terwijl hij een schot in de lucht lost. Als Otto echter ziet dat er andere automobilisten aan komen rijden, staakt hij zijn achtervolging en springt hij bij Eva in de auto. Ze besluiten hun actie te staken en rijden weg. 

U dient er van uit te gaan, dat als het delict voltooid zou zijn, dit art. 282a Sr (gijzeling met dwang) zou opleveren. 

Vraag 1A

Bespreek voor beide delen van de casus afzonderlijk of sprake is van strafbare voorbereiding. 

Vraag 1B

Bespreek voor beide delen van de casus afzonderlijk of sprake is van strafbare poging.

Vraag 1C

Bespreek voor beide delen van de casus afzonderlijk of sprake is van vrijwillig terugtreden. 

Opdracht 2 

Beantwoord onderstaande vragen aan de hand van het arrest HR 20 februari 2007, NbSr 2007, 125 (Samir A.). 

Vraag 2A

Op grond van welke argumenten is het hof in deze zaak van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken? 

Vraag 2B

Op grond van welke argumenten vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof? 

Vraag 2C

Vergelijk de uitspraak van de Hoge Raad in het arrest van 27 mei 2014, NJ 2014, 338 (Ondeugdelijke voorbereiding?) met die in het arrest Samir A. Hoe verhouden deze beide arresten zich tot elkaar? 

Opdracht 3 

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Alex, student aan de Universiteit Utrecht en wonende in

.....read more
Access: 
Public
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 6

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 6


Opdrachten

Opdracht 1 

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Anneke en Bernhard waren jarenlang gelukkig getrouwd, totdat Anneke erachter kwam dat Bernhard er al twee jaar een geheime relatie op nahield met zijn secretaresse. Sindsdien waren de twee verwikkeld in een heftige echtscheidingsprocedure, die inmiddels is afgewikkeld. De woning is verkocht en de inboedel is verdeeld. Het zit Anneke echter erg dwars dat Bernhard bij gerechtelijke uitspraak een schilderij toebedeeld heeft gekregen dat zij jaren geleden van haar grootvader heeft gekregen. Afgezien van de emotionele waarde, heeft het schilderij ook een aanzienlijke geldelijke waarde, namelijk € 100.000. Anneke wil het schilderij, hoe dan ook, terug. In het café komt Anneke Hans en Jozias tegen, gemeenschappelijke kennissen van Bernhard en haarzelf. Het is Anneke bekend dat Hans en Jozias lid zijn van het dievengilde. In het verleden kochten Bernhard en zij bij hen allerlei goedkope, ‘van de vrachtwagen gevallen’ zaken. Dat brengt Anneke op een idee. Ze biedt Hans en Jozias € 2000 als zij het schilderij voor haar uit de woning van Bernhard halen. Als Hans en Jozias het schilderij bij haar afleveren, zal ze direct contant betalen. Hans en Jozias aarzelen even, maar omdat zij het geld goed kunnen gebruiken, stemmen zij uiteindelijk met het voorstel in. 

Enige dagen later gaan Hans en Jozias naar de woning van Bernhard om het schilderij te stelen. Ze hebben een koevoet, een zaklamp en een grote weekendtas bij zich. Hans heeft ook een pistool meegenomen, omdat hij weet dat Bernhard een fervent judoka is en in het bezit van de zwarte band is. Jozias heeft gezien dat Hans het pistool in zijn jaszak heeft gedaan. Ze treden de woning binnen door de tuindeur die niet op slot blijkt te zijn. Ze hebben het betreffende schilderij al snel gevonden. Op dat moment horen ze ineens geluid uit de hal. Als de deur van de woonkamer opengaat en Bernhard binnenkomt, aarzelt Hans geen moment. Hij pakt het pistool en schiet Bernhard onmiddellijk neer. Bernhard valt hevig bloedend op de grond. Hans en Jozias gaan er snel met het schilderij via de tuindeur vandoor. 

De kogel heeft zo veel schade aangericht dat Bernhard blijvend vanaf zijn middel is verlamd. 

Vraag 1A

Is Anneke strafbaar wegens deelneming en zo ja, op grond van welke deelnemingsvorm en in verband met welk strafbaar feit? 

Vraag 1B

Is Hans strafbaar wegens deelneming aan diefstal met geweld (art. 312 lid 1 Sr) en zo ja, op grond van welke deelnemingsvorm? 

Vraag 1C

Is Jozias strafbaar wegens deelneming aan diefstal met geweld (art. 312 lid 1 Sr) en zo ja, op grond van welke deelnemingsvorm? 

Opdracht 2 

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Afgelopen zomer is de nu 19-jarige Sahid geslaagd voor zijn eindexamen

.....read more
Access: 
Public
Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 7

Materieel Strafrecht - UU - B2 - Werkgroep Week 7


Opdrachten

Opdracht 1 

Lees de casus en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

De heer Anton van Asch is eigenaar van eenmanszaak De Sigaar. Deze tabakskiosk wordt sedert enige tijd geplaagd door veelvuldige diefstal van glossy tijdschriften, voornamelijk gepleegd door scholieren van het nabijgelegen Lyceum. Anton heeft tabak van deze diefstallen en bedenkt een list om de door de diefstallen veroorzaakte verliezen een halt toe te roepen. Hij roept de hulp in van zijn neef, bodybuilder Benno Baas. Benno, niet erg intelligent, maar wel een zeer gespierde en indrukwekkende verschijning, wordt door Anton ingehuurd om in Antons tabakswinkel een oogje in het zeil te houden en stelende clientèle op heterdaad te betrappen. 

De list sorteert het beoogde effect: verschillende jongens worden betrapt op het stelen van tijdschriften uit de schappen in de tabakswinkel. Deze jongens worden iedere keer gedwongen om € 50,- aan schadevergoeding te betalen aan Anton, op straffe van het doen van aangifte bij de politie en van het informeren van de ouders van de betreffende jongens over de illegale activiteiten van hun kroost. 

Deze methode groeit uit tot een staande praktijk: binnen een maand tijd worden tien jongens op deze wijze gedwongen tot het betalen van het genoemde geldbedrag. Een dag nadat voor de tiende keer aan een op heterdaad betrapte jongen € 50,- is ontfutseld, stapt een andere jongen de zaak binnen, die uit één van de schappen een tijdschrift pakt. Dan gaat zijn mobiele telefoon. Hij neemt op en om andere in de zaak aanwezige klanten niet te storen met zijn gesprek, loopt hij al telefonerend naar buiten. Het tijdschrift heeft hij echter nog onder de arm. 

Anton is op dat ogenblik net even naar het magazijn gelopen, en ziet daardoor niets van het voorval. Zijn neef Benno ziet het wel. Nu Benno een dag eerder zijn mobiele telefoon in de sportschool had laten liggen en niet meer heeft kunnen terugvinden, bedenkt Benno zich dat hij een nieuwe mobiele telefoon goed zou kunnen gebruiken. Hij loopt de jongen achterna en 

beschuldigt hem van diefstal van het tijdschrift. Onder bedreiging van geweld beweegt Benno de jongen tot afgifte van diens mobiele telefoon.
De jongen doet daags na het voorval bij de politie aangifte van deze gang van zaken. De politie besluit werk van de zaak te maken. Uiteindelijk krijgt zowel Anton als Benno van de officier van justitie een dagvaarding thuisgestuurd waarin aan hen beiden overtreding van art. 317 Sr (afpersing) ten laste wordt gelegd. 

Bespreek in het kader van art. 317 Sr, aan de hand van de betreffende literatuur en jurisprudentie, het plegerschap van Benno Baas en Anton van Asch. 

Opdracht 2 

Lees de casus en beantwoord de vragen schriftelijk en gemotiveerd. 

Casus 

Freek is een creatieve ondernemer en directeur en grootaandeelhouder van de besloten vennootschap

.....read more
Access: 
Public
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
oneworld magazine
Check how to use summaries on WorldSupporter.org


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Check related topics:
Activities abroad, studies and working fields
Institutions and organizations
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
1472