Basis tot Homeostase HC6: Zuren, basen en buffers

HC6: Zuren, basen en buffers

Algemene informatie

  • Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?
    • In dit college wordt uitgelegd wat zuren, basen en buffers zijn en welke rol zij spelen in het menselijk lichaam
  • Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
    • Alle onderwerpen in dit college worden ook behandeld in de literatuur
  • Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
    • Er zijn geen recente ontwikkelingen besproken
  • Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
    • Er zijn geen opmerkingen over het tentamen gemaakt
  • Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
    • Er zijn geen mogelijke vragen behandeld

Zuren en basen

Zuren en basen zijn elkaars tegenovergestelde:

  • Zuur
    • H+ is de donor
    • pH < 7
  • Base
    • H+ is de acceptor
    • pH > 7

De pH is de graad voor zuren en basen:

  • pH = - log10[H+]
  • Hierbij is voor het gemak een pH-schaal ontworpen: ∆pH
  • Bij een verandering van ~0,3 is: ∆[H+] factor 2
    • Als de pH van een oplossing van 6 naar 3 daalt, is de [H+] (210) keer zo groot
    • Bij een pH van 2 zijn er 10.000.000.000 keer zoveel H+ ionen als OH- ionen
  • Het lichaam moet ervoor zorgen dat de pH rond de referentiewaarde (7,35-7,45) blijft
  • pH + pOH = 14

Reactieverloop:

Een reactie tussen zuren en basen kan op verschillende manieren verlopen:

  • Sterk zuur + sterke base → aflopend
    • HCl + NaOH → H2O + NaCl
  • Sterk/zwak zuur + sterke/zwakke base → vrijwel aflopend
  • Zwak zuur + zwakke base → evenwichtsreactie
    • CH3COOH + NH3 <-> CH3COO- + NH4+
  • Zeer zwak zuur + zeer zwakke base → nauwelijks reactie

Buffers

Een buffer vangt schommelingen in de zuurgraad van een oplossing op. Bij de toevoeging van een hoeveelheid zuur of base aan een buffer, zal bij een goede bufferwerking de pH weinig veranderen. Bij buffers is er sprake van een evenwichtsreactie (zwak zuur + zwakke base). Buffers kunnen protonen opnemen of afgeven:

  • HB(n+1)<-> Bn+ H+
  • K = ([Bn][H+])/[HB(n+1)]
    • K = de dissociatieconstante: de evenwichtsconstante van deze reactie
    • Bn= de geconjugeerde base
    • HB(n+1)= het geconjugeerde zuur

Henderson-Hasselbach vergelijking:

Hieruit volgt de Henderson-Hasselbach vergelijking:

  • pH = pK + log([Bn]/[HBn+1]) → pH = pK + log ([geconjugeerde base]/[zuur])
  • Voor een fosfaatbuffer: pH = pK + log(HPO42-/H2PO2-)
  • Voor een bicarbonaatbuffer: pH = pK + log (HCO3-/αPCO2)

Toevoegen van een zuur of base:

  • H++ Cl-+ Bn→ HB(n+1)+ Cl-

    • De base buffert het zuur
  • Na++ OH-+ HBn+1→ Na++ Bn+ H2O
    • Het zuur buffert de base
  • Buffercapaciteit β = (∆[sterke base])/( ∆[pH]) = - ∆[sterk zuur]/ ∆[pH]
    • bbloed = 25 mM/pH unit
      • mM/pH unit in afwezigheid van bicarbonaat
    • bplasma = 5
      • Plasma is bloed zonder cellen

Buffers in het bloed:

In het bloed zijn twee soorten buffers:

  • Bicarbonaatbuffers
    • De CO2/HCO3- buffer kan als een open buffersysteem worden beschouwd als CO2 de weefsels en longen makkelijk kan verlaten → het kan de bloedbaan verlaten
  • Niet-bicarbonaatbuffers
    • Titreerbare groepen aan eiwitten (bijv. hemoglobine)
    • Eiwitten kunnen de bloedbaan niet makkelijk verlaten → vormen een gesloten systeem

Hemoglobine bepaalt de buffercapaciteit in het bloed:

  • Bestaat uit 4 ketens die ieder 38 histidines bevatten
  • Bevat een ringstructuur → imidazolen (zure en basische vorm)
  • Vervoert zuurstof
  • Heeft in basische vorm de grootste affiniteit voor zuurstof
  • Als CO2 niet kan ontsnappen, bijv. als weefsel slecht of niet is doorbloed, neemt de buffercapaciteit af

Urine bevat ook buffersystemen:

  • Ammoniumbuffer
  • Fosfaatbuffer
  • Bicarbonaatbuffer

Per dag wordt door het lichaam 15 mol CO2 uitgeademd. Ook wordt 70 mmol H+ verwijderd door de nieren. De buffers hiervoor zijn:

  • Fosfaat (6,8)
  • Ammonium (9,2)
  • Bicarbonaat (6,1)
  • Creatinine (5,0)
  • Urinezuur (5,8)

Dit is afhankelijk van de urine pH en de beschikbaarheid.

Buffercapaciteit:

Gesloten en open buffersystemen hebben een verschillende buffercapaciteit (b):

  • Gesloten systemen
    • Totale buffercapaciteit van eiwitten en fosfaten = 25 mmol/pH
    • In een gesloten systeem kan CO2 niet kan ontsnappen → het weefsel wordt slecht doorbloed (ischemie) en de buffercapaciteit (b) neemt sterk af
    • βgesloten= 2,3[TB] ([H+] x K])/(H++ K])2
      • Waarin [TB] = de totale bufferconcentratie
      • Hoe groter [TB], des te groter β
      • De buffercapaciteit is dus maximaal als [H+] = K, dus als pH = pK
      • Voor iedere buffercapaciteit in het bloed is er een curve, die samen in één figuur gezet kunnen worden
        • Tandradmodel: iedere verandering in [H+] wijzigt de verhouding van ongeprotoneerde en geprotoneerde componenten van alle buffers
          • Er is een isohydrisch principe: voor elke buffer die aanwezig is geldt dezelfde pH (alle buffers absorberen protonen)
        • De top van de buffercapaciteit voor elke buffer ligt op een andere plek, deze wordt namelijk bepaald door de pK, die specifiek is voor elke buffer
          • De maximale buffercapaciteit van het bloed is ongeveer 25 mM/pH unit
  • Open systemen
    • Totale buffercapaciteit van een bicarbonaat = 2,3 [HCO3-] = 55 mmol/pH
    • De reactie hierbij is: H2O + CO2 <-> H2CO3 <-> H++ HCO3-
      • Als er H+wordt toegevoegd, wordt er CO2 gevormd, wat vervolgens wordt uitgeblazen
      • Als CO2 niet kan ontsnappen, bijv. als het weefsel slecht of niet wordt doorbloed (ischemie), neemt bdramatisch af → βHCO3-gesloten is slechts 14 mM/pH unit
    • Een open buffersysteem is sterker, omdat de pCO2 en HCO3- kunnen worden aangepast waardoor de effectiviteit toeneemt

De buffercapaciteit is maximaal als [H+] = K, dus als pH = pK.

Concluderend:

  • In een open systeem wordt de buffercapaciteit exponentieel groter met de pH
  • In een gesloten systeem bereikt de buffercapaciteit een maximum bij de pK
  • De bicarbonaatconcentratie in het bloed is 24, de pH van het bloed is 7,4
  • De totale buffercapaciteit van het bloed is:
    • Eiwitten/fosfaten: ongeveer 25 mmol/pH unit
    • Bicarbonaatbuffer: ongeveer 55 mmol/pH unit

 

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it support personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check more: this content is used in

Collegeaantekeningen bij Basis tot Homeostase 2019/2020

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Image

Check more: related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas
Check more: institutions, jobs and organizations
Check more: this content is also used in

Image

Follow the author: nathalievlangen
Share this page!
Statistics
2831
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector