Kücükdeveci (Case C-555/07) - Arrest

Kücükdeveci (HvJ 19-01-2010, Zaak C-555/07)

Casus

I.c. gaat het om mevrouw Kücükdeveci die op 4 juni 1996, als zij 18 jaar is, in dienst treedt bij Swedex. Na een dienstverband van zo’n 14 jaar wordt zij ontslagen. Het ontslag wordt aangezegd op 19 december 2006, en met toepassing van de opzegtermijn eindigt de arbeidsovereenkomst op 31 januari 2007. Swedex had het opzegtermijn uitgerekend aan de hand van § 622, lid 2 van het Burgerliches Gesetzbuch (BGB). Het BGB ging uit van een getrapte opbouw van de opzegtermijn. Hiermee werd het opzegtermijn verlengt van werknemers die langer werkzaam zijn bij een onderneming. De uitsluiting van opgebouwde dienstjaren van vóór 25 jaar is relevant voor mevrouw Kücükdeveci omdat zij door de Duitse wetgeving, ondanks haar tienjarige dienstverband, slechts één maand opzegtermijn had.

Zij gaat daarom naar de rechter en zij stelt dat het opzegtermijn minstens 4 maanden had moeten bedragen en dat § 622, lid 2 BGB in strijd is met gemeenschapsrecht omdat de bepaling discriminatie op grond van leeftijd bewerkstelligt.

Deze berekening van de opzegtermijn was conform Duits recht, maar volgens mevrouw Kücükdeveci in strijd met Richtlijn 2000/78 en wel om dezelfde reden als in de zaak Mangold, namelijk leeftijdsdiscriminatie.

Het Arbeidsgericht Monchengladbach is het met haar eens en daarom gaat Swedex in hoger beroep. Het Landesarbeitsgericht Düsseldorf meent dat § 622, lid 2 BGB in overeenstemming is met de Duitse grond wet. Echter, Richtlijn 2000/78/EG bestrijd verschillende vormen van discriminatie, waaronder leeftijdsdiscriminatie. Men moet dus weten of de Duitse opbouwconstructie van de opzegtermijn rechtsgeldig is. Het Landesarbeitsgericht stelt daarom prejudiciële vragen aan het hof. De eerste vraag ging over de vraag of deze nationale regeling in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie en de tweede, of de rechter deze regeling buiten toepassing kan laten.

Hof van Justitie

Bij beantwoording van de prejudiciële vraag moet het Hof de Duitse regeling toetsen aan het primaire gemeenschapsrecht dan wel aan Richtlijn. Het Hof herhaalt allereerst het standpunt uit Mangold dat het beginsel van gelijke behandeling niet in de richtlijn zelf is neergelegd, maar zijn oorsprong vindt in diverse internationale instrumenten en de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten. Het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd is dan ook een beginsel van Unierecht. Het Hof verwijst naar art. 6 VEU jo art. 21 Handvest (verbod op discriminatie wegens leeftijd). Het Hof stelt dat de nationale regeling een verschil in behandeling op basis van leeftijd behelst en moet daarom kijken of het gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Volgens het Hof is sprake van een legitiem doel omdat jongere werknemers doorgaans minder moeite hebben om op het verlies van hun arbeidsplaats te reageren. Van hen mag een grotere flexibiliteit worden verwacht. Daarnaast worden jongere werknemers sneller in dienst genomen als voor hen een kortere opzegtermijn geldt. Het Hof kijkt ook of het onderscheid passend is en hierover stelt het dat de verkorte opzegtermijn geldt voor alle werknemers die voor het bereiken van de 25-jarige leeftijd in dienst traden van de onderneming. Dat wil zeggen dat het dus mogelijk is dat ook een oudere werknemer, die al lange tijd in dienst is bij hetzelfde bedrijf, geraakt wordt door deze regel. Daarnaast treft de nationale regeling jonge werknemers op ongelijke wijze.

Volgens het Hof is de nationale regeling daarom in strijd met het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd, zoals gesteld in Richtlijn 2000/78.

M.b.t. de tweede prejudiciële vraag stelt het Hof dat de rechter de rechtsbescherming uit het gemeenschapsrecht zoveel mogelijk moet verzekeren. De nationale rechter moet het nationale recht dus zoveel mogelijk richtlijnconforme interpreteren. Ook stelt het Hof dat de richtlijn alleen het beginsel concretiseert en het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd een algemeen beginsel van Unierecht is. De nationale rechter moet elke met dit beginsel strijdige nationale regeling buiten beschouwing te laten.

 

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvattingen: de beste jurisprudentie en arresten voor Europees recht en recht van de Europese Unie samengevat

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: more related
Arresten en jurisprudentie: uittreksels en studiehulp - Thema
Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas

Image

Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
4220
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector