De wijkaanpak in sociaal beleid - Artikel

De wijkaanpak betreft beleid waarin de wijk als aangrijpingspunt wordt gebruikt voor het lokaliseren en aanpakken van sociale problemen in steden. In verschillende periodes in de geschiedenis kan men zien dat de angst voor ongewenste verschillen op een of andere manier een rol speelt wanneer men gebruik maakt van de wijkaanpak. De vraag die hier door onderzoekers is onderzocht is hoe het kan dat de wijkaanpak nu nog zo populair is, in tijden van technologische vernieuwingen, individualisering en globalisering.

De jaren vijftig

In de jaren vijftig had men grote verwachtingen van wijken. Men wilde veranderingen doorbrengen in de maatschappij die in wijken tot stand konden worden gebracht. Dit kwam tot uiting in bestuurlijke vernieuwingen, waarbij wijkbesturen sociale en culturele functies toegewezen kregen. Ook zouden wijken goede mogelijkheden creëren voor integratie en verzuiling kunnen tegengaan. Aan het einde van de jaren vijftig werd er echter kritiek geuit op de wijkaanpak. De relevantie van de wijk voor integratie werd betwijfeld. De zuilen waren te sterk verankerd en de wijkaanpak kon daar weinig verandering in aanbrengen. Ook zou de wijk niet los kunnen worden gezien van de rest van de maatschappij, en niet een op zichzelf staande mini-maatschappij zijn maar trends van de gehele samenleving weerspiegelen.

De jaren zeventig

Na het verlies van het vertrouwen in de wijkaanpak in de jaren vijftig speelde deze in de jaren zeventig bijna geen rol meer. Als gevolg van woningnood en een gebrek aan vaklieden en materiaal ging men streven naar een scheiding van wonen en werken. Het slopen van oude huizen zou het aantal woningen alleen maar verminderen, en de prioriteit lag op het creëren van meer woningen. Tot aan het einde van de jaren zestig probeerde de overheid door te gaan met het creëren van slaapsteden, maar de burgers vertoonden een fanatiek verzet daartegen.

Projectgroepen en welzijnsplanning

Twee aspecten die bijdroegen aan de heropleving van de wijkaanpak in deze periode zijn het ontstaan van projectgroepen en de welzijnsplanning. Projectgroepen bevatten ambtenaren en vertegenwoordigers van allerlei diensten. Zij gingen zich onder meer bezig houden met het beheer van de woonomgeving en voorzieningen. Steeds vaker ging het over het fysieke en sociale beheer van de leefbaarheid. Het was in deze periode dat de eerste ervaringen werden opgedaan met intersectorale en probleemgerichte samenwerking tussen verschillende partijen. Het tweede aspect, de welzijnsplanning, heeft bestaan van 1979 tot 1987. Men vroeg zich na de wederopbouw af of welvaart wel het hoogste doel is wat men wil bereiken en ging zich meer richtten de onderdelen van de verzorgingsstaat die gericht waren op het individueel en sociaal welbevinden van de mensen. Reden daarvoor was onder meer dat onderzoek aantoonde dat het welzijnsbeleid van de regering niet erg effectief was. De lokale overheid kreeg daarom de opdracht om na een aantal jaar het welzijnsbeleid op zich te nemen. De gemeenten werden gedwongen om allerlei gegevens te verzamelen, terwijl zij niet wisten hoe zij dat moesten doen. In 1987 werd het welzijnsbeleid versneld gedecentraliseerd naar de gemeenten.

Veranderende verhouding

In deze tweede periode diende de wijkaanpak niet alleen als middel om sociaal-economische ongelijkheid tegen te gaan. Belangrijker bij de heropleving van de wijkaanpak was de veranderende verhouding tussen de overheid en de burgers. Er zijn drie elementen die daarbij een rol speelden. Ten eerste ging de overheid na de Tweede Wereldoorlog steeds beter op de burgers letten. Ten tweede had men geleerd dat beleid weinig effectief is als het zonder overleg met de burgers wordt opgelegd. Ten derde was het inzicht gegroeid dat er gewerkt moest worden vanuit de dagelijkse problemen van de burgers.

De jaren negentig

De versnelde decentralisatie leidde tot weinig aandacht voor het welzijn, doordat steden met elkaar de strijd aan gingen om de meeste investeringen te krijgen. De nadruk op wijken werd vervangen door een nadruk op regio’s en agglomeraties. Deze heropleving van het economische belang kan in drie periodes worden onderscheiden. De periode van de traditionele stadsvernieuwing, van 1972 tot 1983, was gericht op de oplossing van de woningnood en het achterstallig onderhoud voor mensen met langere inkomens op buurtniveau. De periode van de stedelijke revitalisering, van 1983 tot 1993, bevatte grootschalige samenwerkingsprojecten tussen de overheid en het bedrijfsleven (zowel op regionaal, nationaal en internationaal niveau). De derde periode van stedelijke vernieuwing, van 1993 tot aan het heden, bestaat uit een combinatie van fysieke, economische en sociale elementen.

Heropleving van de wijkaanpak

In de jaren negentig waren er een aantal beleidsimpulsen die de wijk belangrijker maakten. De drie belangrijkste zijn:

  • Sociale vernieuwing betrof in eerste instantie geen wijken. De sociale vernieuwing was het gevolg van de realisatie dat grote investeringen weinig effectief waren geweest en dat grote sociale problemen nog altijd bestonden. Het doel was het wegwerken van maatschappelijke achterstanden door geconcentreerde actie waarbij een nieuwe balans moest worden gevonden tussen de rechten en de plichten van de burgers en de overheid.

  • Het grotestedenbeleid betrof de voortzetting van de sociale vernieuwing in een kleiner aantal steden.

  • Nieuwe wijken zullen zonder blijvende investeringen snel weer verpauperen. Dit leidde tot stedelijke vernieuwing waarbij ook sociale en economische aspecten worden betrokken. Sommige wijken waren een probleem geworden door een eenzijdig woningbestand en een onaantrekkelijk imago, en konden door herstructurering worden verbeterd.

Beïnvloedende omstandigheden

Dat de gemeenten overschakelden naar een wijkaanpak kan ook goed vanuit de omstandigheden worden begrepen. Buurtbewoners gingen zich afvragen of het lokale bestuur wel representatief was en ze wilden zelf meer inspraak hebben. De negatieve gevolgen van schaalvergroting konden aan de hand van technologische ontwikkelingen worden tegengegaan doordat men zich makkelijker in kleinere groepen kon organiseren. Tot slot zorgde angst voor groeiende verschillen tot een groter gevoel dat actie nodig was en dat burgers zich zelf moesten inzetten.

 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Vintage Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
1718 1
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector