TentamenTests bij Persoonlijkheid en individuele verschillen aan de Rijksuniversiteit Groningen
Vragen
Vraag 1
Welk van de volgende vier typen kan worden aangeduid als het ‘onstuimige, grootmoedige’ type?
- het sanguïstische
- het cholerische
- het flegmatische
- het melancholische
Vraag 2
Het percentage van hun genen dat ooms en tantes gemeen hebben met neven en nichten is ongeveer:
- 0%
- 12,5%
- 25%
- 50%
Vraag 3
Wat gebeurt er volgens Freud met de hoeveelheid energie in een persoon?
- verandert wanneer de persoon verandert
- toeneemt met de leeftijd
- afneemt met de leeftijd
- altijd constant blijft
Vraag 4
In psychoanalyse is het zo dat ‘transference’:
- tegenproductief is
- iets vertelt over iemands onbewuste
- onethisch is
- psychische energie reduceert
Vraag 5
Het dispositionele domein houdt zich bezig met persoonlijkheidsproblemen:
- door psychoanalyse
- door cognitieve therapie
- door persoon in te passen in de juiste omgevingen
- door het veranderen van relaties tussen beloning en straf
Vraag 6
Eigenschappen in een circumplex die elkaars tegenpolen zijn
- correleren niet
- correleren positief
- correleren negatief
- geen van bovenstaande antwoorden is juist
Vraag 7
Welke van de volgende begrippen duidt op wat belangrijk is voor mensen?
- eigenschappen
- emoties
- self-esteem needs
- waarnemingen
Vraag 8
Een andere term voor self-fullfilling prophesies’ is
- ‘expectancy confirmation’
- ‘assertive mating’
- ‘violation of desire’
- manipulatie
Vraag 9
Welke van de volgende begrippen vormt een subcategorie van persoonlijkheid?
- individuele verschillen
- karakter
- intelligentie
- de Big Five
Vraag 10
Op welk analyseniveau wordt tegenwoordig het meeste persoonlijkheidsonderzoek gedaan?
- ideografische niveau
- niveau van de menselijke natuur
- het niveau van het unieke
- het niveau van verschillen tussen individuen en groepen
Vraag 11
Welke benadering heeft als doel specifieke genen te identificeren die verband houden met persoonlijkheidseigenschappen?
- adoptiestudies
- moleculaire studies
- tweelingstudies
- alle bovenstaande antwoorden zijn juist
Vraag 12
Welk deel van de psyche vertrouwt volgens Freud het meeste op de identificatie van
het kind met de ouders?
- id
- ego
- superego
- alle bovenstaande antwoorden zijn juist
Vraag 13
Welk van de volgende alternatieven behoort tot de historische functie van maskers?
- verandering
- uniciteit
- emotionele controle
- antwoord b en c zijn beide juist
Vraag 14
Het idee dat alle belangrijke verschillen zijn neergeslagen in de natuurlijke taal staat bekend als:
- de individuele verschillen hypothese
- de lexicale hypothese
- factoranalyse
- eigenschappentaxonomie
Vraag 15
Wanneer is persoonlijkheid het minst stabiel?
- in de vroege jeugd
- in de latere jeugd
- in de adolescentie periode
- in de volwassen periode
Vraag 16
Emotionele inhoud en emotionele stijl:
- correleren op hoge niveaus
- correleren op gematigde niveaus
- correleren op lage niveaus
- correleren helemaal niet
Vraag 17
Culturele verschillen komen het duidelijkst tot uiting
- in de expressie van emoties
- in de herkenning van emotionele expressies
- in de dimensionale structuur van persoonlijkheidseigenschappen
- in de zelfconcepten
Antwoordindicatie
C
C
D
B
C
C
C
A
A
D
B
C
A
B
C
A
D
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo can really use your help! Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world
Add new contribution