Hoorcollege 5
Verslaving
- Bij een verslaving is het gedrag flink uit de hand gelopen en zijn er negatieve gevolgen: relatie is uitgegaan, persoon is ontslagen.
- Ondanks deze grote gevolgen, ga je toch door met drugs- of alcoholgebruik.
- Je zou denken dat door operante conditionering modellen dat mensen wel stoppen bij zoveel negatieve gevolgen.
-
- Korte termijn zijn beloningen
- Lange termijn zijn de nadelen.
Twee soorten verslavingen.
- Aan middel gebonden en niet middel gebonden verslavingen.
- Dempende middelen en stimulerende middelen.
- Ook heb je niet aan middel gebonden verslaving: gokken
- Gebruik van middelen kan levensfase specifiek zijn. Dat is vaak situatiegebonden.
Effect:
- De mate van negatief effect op het leven is enigszins matig.
- Als sociale contacten eronder lijden dan is het wel een diagnose. Bij forse effecten.
DSM 5: 1 diagnose met 11 criteria
- Controle verlies
- Sociale beperkingen agv de verslaving
- Risicovol gebruik
- Farmacologische symptomen (tolerantie valt hieronder). Je hebt steeds meer nodig van het middel voor hetzelfde effect.
Veel comorbiditeit bij verslavingen bij andere verslavingen.
- Maar ook met angst.
- Gedrag neemt toe als het gevolgd wordt door iets positiefs en neemt af bij negatieve effecten.
- Drugs is oppeppend. Drugs kan ook negatief zijn als het gevoel weggaat.
- Het wegvallen van iets negatiefs kan iets positiefs zijn: dat zie je bij angst. Angst is constant naar, alcohol kan dat weghalen op de korte termijn.
- Korte termijn is fijn, maar op de lange termijn is het heel onhandig. Leidt tot meer angst en meer negatieve emoties, veel alcohol en drugsgebruik. Zo krijg je een vicieuze cirkel.
Je kan het dus goed begrijpen uit operante leerprincipes.
- Rationeel beslismodel:
- Waarom gebruik je?
- Voor- en nadelen, verwachtingen en motieven van alcohol of drugs.
- Reden dat veel mensen drinken is misschien dat de nadelen niet groot genoeg zijn.
- Maar bij harddrugs, daar lukt het de mensen niet om te stoppen. Zij zien zelf ook wel dat de nadelen groter zijn dan de voordelen, maar het gedrag veranderen lukt niet. Dus het rationele beslismodel klopt niet helemaal met de werkelijkheid.
Welk model zou dan wel goed passen?
- Recentere modellen doen aan een combinatie van rationele (gecontroleerd) en irrationele (automatische) processen.
- Automatische processen zijn sterk: NEEM!
- Gecontroleerde processen: STOP!
Duaal procesmodel is universeel voor verslaving, dus niet alleen alcohol.
Drie automatische processen:
- Aandachtsbias. Selectieve basis om naar alcoholgerelateerde stimuli te kijken
- Interpretatie bias: je bent met vrienden aan het bowlen. Je hoort een vriend zeggen ‘wie doet mee met nog een rondje’. Denk je meteen aan drank, of denk je aan nog een rondje op de bowlingbaan. Zo’n ambigue vraag wordt door een alcoholverslaafde eerder opgevat als alcohol.
- Action tendency bias. De toenaderingsbias. Mensen die veel drinken, zijn sneller geneigd alcohol naar zich toe te trekken dan van zich af te duwen.
- Dit zijn hele snelle processen ‘’goh waar zal ik eens naar kijken, naar het middel of naar iets anders?’’
Die processen kunnen gewijzigd worden
- Dat kan door controleprocessen. De capaciteit om je gedrag te veranderen. Genoeg capaciteit naast je automatische processen. Om meerdere overwegingen in je hoofd te hebben
- Daarnaast ben je gemotiveerd om je alcoholgebruik te verminderen.
- De balans tussen die twee maakt hoeveel alcoholgebruik je hebt.
- We hebben allemaal van die automatische processen en gecontroleerde processen. Dit is niet alleen maar gericht op patiënten.
- Bij verslaving zijn de automatische processen erg sterk geworden en de controleprocessen zijn erg zwak geworden. Het is uit balans geraakt.
Het paard is de automatische processen:
- Wild en impulsief.
- De ruiter is de gecontroleerde processen.
- Dit wordt tegen de patiënten gezegd.
Hoe meet je die automatische processen? Je kan dit niet vragen aan de mensen. Je kan vragen ‘’waar kijk jij naar’’ maar dat is ook weer zo gek.
Meten aandachtsbias. Links alcohol en rechts een plaatje van thee.
- Mensen met verslaving kijken vaker naar alcohol
- Deze biases zijn transdiagnostisch. Je ziet ze ook bij angst, de aandachtsbias. Je ziet ze alleen bij andere dingen, een angstig persoon zou bij een presentatie sneller getrokken worden door de mensen die niet naar je kijken.
Actie-tendens bias:
- Dit wordt gemeten met een joystick.
- Plaatje staat rechtop dan trek je de joystick naar je toe.
- Alcoholisten trekken het biertje liever naar zich toe. Zijn sneller in naar je toe trekken.
Er is een genetische dispositie.
- Mensen met een bepaald gen, reageren nog sterker op het trekken van de joystick.
- Je kan pillen slikken. Medicamenteuze behandelingen.
Behandeling
- Motiverende gespreksvoering. Het richt zich op de motivatie van het individu zelf. Het is dus niet een strenge docent.
- Cognitieve Gedrags Therapie (CGT)
- Functie van gebruik
- Herkennen van risicosituaties
- Omgaan met hunkering
- Zelfcontrole training
- Sociale vaardigheidstraining
Functie van het gedrag vaak anders: soms verdoven dan weer oppeppen. Wanneer gebruik je? Dan weet je welke situaties gevaarlijk zijn. Vaak zien we dat middelengebruik wordt gedaan om om te gaan in sociale situaties.
Als je paard mega sterk blijft, dan blijft het alsnog lastig. Ookal is je gecontroleerde zelf / ruiter nog zo sterk. Dus dit is training: je moet de biertjes altijd wegduwen. Er moet een tegengestelde reactie getraind worden. Dit doe je honderd keer in een kwartier. Dit is getest. Je hebt minder terugval bij deze training.