Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties PB 2009, L 255/22.
Richtlijn 2005/36/EG bevat de regeling voor de erkenning voor beroepskwalificaties in de EU die onder bepaalde voorwaarden ook van toepassing is op de andere landen van de Europees Economische Ruimte (EER) en Zwitserland. Het doel was het flexibeler maken van de arbeidsmarkt en om de diensten verder te liberaliseren, de automatische erkenning van kwalificaties te bevorderen en administratieve procedures te vereenvoudigen.
De richtlijn bevat de volgende regels:
- regels voor de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties tussen EU-landen, EER-landen die geen deel uitmaken van de EU en Zwitserland.
- wederzijdse beoordeling in van nationale beroepsregelingen en een transparantie-oefening (d.w.z. het doorlichten van de toegangsbeperkingen tot beroepen en het analyseren van de noodzaak ervan)
- de regels zijn van toepassing op alle staatsburgers van EU-landen, EER-landen die geen deel uitmaken van de EU en Zwitserland die een gereglementeerd beroep willen uitoefenen (als zelfstandige of als werknemer) in een ander land dan dat waar ze hun beroepskwalificatie hebben verworven
- de Europese Commissie heeft een interactieve kaart uitgegeven van de gereglementeerde beroepen in Europa. Dat zijn beroepen waarvoor specifieke kwalificaties vereist zijn om toegang te hebben tot het beroep en dat te mogen uitoefenen. Daartoe behoren ook beroepen waarvoor een specifieke beschermde beroepstitel geldt (bijvoorbeeld beëdigd ingenieur in het Verenigd Koninkrijk).
- de richtlijn is niet van toepassing op zaken die worden geregeld door andere specifieke richtlijnen (zoals die voor wettelijke auditors of beroep van advocaat)
Als beroepsbeoefenaars hun diensten tijdelijk in een ander EU-land willen aanbieden, kunnen zij dat in beginsel op basis van hun vestiging (d.w.z. het recht om hun beroep uit te oefenen) in hun thuisland. Het gastland kan een voorafgaande verklaring eisen, maar ze hoeven de erkenningsprocedure niet te doorlopen. Dat is niet van toepassing op beroepen die verband houden met de volksgezondheid of de openbare veiligheid. In die gevallen kunnen EU-landen wel voorafgaande erkenning van de kwalificatie eisen.
Bij permanente vestiging voorziet de richtlijn in 3 erkenningsregelingen voor kwalificaties:
Automatische erkenning voor beroepen waarvan de minimumopleidingseisen geharmoniseerd zijn op Europees niveau: artsen, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten.
Automatische erkenning voor bepaalde beroepen: ambachtslieden en beroepsbeoefenaars uit handel en industrie kunnen de automatische erkenning van hun kwalificaties op basis van hun beroepservaring aanvragen.
De algemene regeling voor de bovenvermelde beroepen die niet in aanmerking komen voor automatische erkenning is gebaseerd op het principe van wederzijdse erkenning van kwalificaties. Dat geldt ook voor de andere gereglementeerde beroepen: iedereen krijgt er toegang toe die kan aantonen volledig gekwalificeerd te zijn in hun thuisland. Als de autoriteiten van het gastland evenwel belangrijke verschillen vaststellen tussen de opleiding die werd gevolgd in het land van oorsprong en de opleiding die voor dezelfde activiteit vereist is in hun eigen land, kunnen ze van de betreffende persoon een proeve van bekwaamheid of aanpassingsstage eisen, in principe naar keuze van de persoon.
De richtlijn is gewijzigd door Richtlijn 2013/55/EU (van toepassing vanaf 18 januari 2016), die in de invoering van een Europees beroepsbewijs voorziet. Daardoor zullen geïnteresseerde burgers eenvoudiger en sneller erkenning van hun kwalificaties kunnen verkrijgen via een gestandaardiseerde elektronische procedure.