Onderwerp: Keurings- en klachttermijn (art. 38 jo. 39 CISG)
Casus:
I.c. gaat het om een internationale koop van roerende zaken (tegels) tussen de Nederlandse koper Bronnenberg en een Italiaanse verkoper Belvédère.
De koper had de tegels niet betaald en voerde aan dat de verkoper de overeenkomst niet was nagekomen, omdat de tegels niet de verwachtte kwaliteit hadden. De koper had de tegels namelijk doorverkocht en er waren toen gebreken opgetreden waarover de klanten hadden geklaagd.
De rechtbank was bevoegd te oordelen over deze zaak op grond van art. 2 en art. 6 lid 3 van het EEG-executieverdrag. De partijen hadden zich niet expliciet uitgelaten over het toepasselijke recht en ook niet een duidelijke rechtskeuze gemaakt. Volgens de rechtbank gold toepassing van het recht van Italië, zijnde het recht van het land waar Belvédère, die als verkoper geacht wordt de karakteristieke prestatie te hebben geleverd, gevestigd is.
Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (CISG, Tractatenblad 1981, 184) is voor Italië in werking is getreden per 1 januari 1988 en de internationale koopovereenkomst i.c. is later gesloten en verder hebben partijen de toepasselijkheid van het verdrag niet uitgesloten, dus moet het dit geschil aan de hand van het CISG beoordeeld worden.
Rechtbank en Hof:
Op de verhouding tussen partijen is Italiaans recht van toepassing en daarom moet deze zaak worden beoordeeld volgens de bepalingen van het "Weens Koopverdrag".
De rechtbank en het hof hebben vastgesteld dat aangezien de koper door zijn cliënten in juli te horen had gekregen dat er gebreken waren aan de tegels, maar hij de verkoper pas in november in kennis heeft gesteld over het gebrek aan overeenstemming, heeft het nagelaten de verkoper binnen een redelijk termijn na ontdekking aan te spreken, zoals vereist door artikel 39 1 CISG. De claim moest dus worden afgewezen.
In hoger beroep bij het hof had de koper aangevoerd dat het "redelijke termijn" als bedoeld in artikel 39 (1) CISG pas aanvangt op dat moment waarin het mogelijk was om het gebrek aan overeenstemming van de geleverde goederen zelf te kunnen vaststellen. Dit was niet in juli, maar toen het de kans had om na te gaan of het gebrek aan overeenstemming waarover door de klant had geklaagd, daadwerkelijk bestond.
Hoge Raad:
De Hoge Raad verwierp het beroep, overeenkomstig artikel 38, lid 1 CISG-verdrag dat bepaalt dat de koper de goederen moet (laten) onderzoeken, binnen zo een kort mogelijke tijd onder de gegeven omstandigheden. In dat kader stelt de Hoge Raad dat de koper de inspectie van de tegels niet had mogen uitstellen tot nadat de cliënt hem had gewezen op het gebrek aan overeenstemming. Het Hof heeft zich niet vergist door te stellen dat de koper het informeren van de verkoper over het vermeende gebrek aan overeenstemming niet had mogen uitstellen.
De Hoge Raad bevestigde ook dat de redenering van het Hof dat een periode van "niet eens vier maanden" om te informeren over het gebrek aan overeenstemming in kwestie, geen "redelijke periode" is in de zin van artikel 39 CISG.
Dit ondanks het argument van de koper dat het bestaan van een dergelijk gebrek aan overeenstemming alleen kon worden vastgesteld na een bepaalde periode van tijd.
Leerstuk:
Onderscheiden moet worden het keuringsterrmijn ex. art. 38 en het klachttermijn ex. art. 39.
De koper moet de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn keuren (art. 38 lid 1). De keuring betreft in beginsel alle aspecten van non-conformiteit ex. art. 35. Het tijdstip en de omvang van het onderzoek zijn afhankelijk van verschillende factoren, o.a.: type van gekochte zaak, de redelijke verwachtingen, eventuele snelle verslechtering/verwerking en internationale handelsgebruiken.
De koper verliest het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt (art. 39 lid 1). Dit termijn is afhankelijke van de omstandigheden van het geval.
De stelplicht en bewijslast dat de koper tijdig en op juiste wijze aan de klachtplicht heeft voldaan rust op de koper.