Kunnen de effecten op cognitieve en taal uitkomsten van een recent ontwikkeld home-based educatie interventie programma, Opstap Opnieuw, verklaard worden door verbeterde moeder-kind interactie?
Kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen en een etnische minderheid, lopen risico op later school falen.
- meer ouder-kind tijd
- goedkoop
- kosteneffectief
- ouders zijn erg gemotiveerd, wat ze zijn gericht op goede schoolresultaten
-> voordelen van de nieuwe interventie
-> algemene resultaten zijn echter teleurstellend
Onderzoeksvragen:
1. Richten home-based programma’s zich op relevante aspecten van de thuisomgeving?
2. Zo ja, is deze methode effectief?
3. Zo ja, promoten deze veranderingen in de thuisomgeving de ontwikkeling van kinderen?
Proximale karakteristieken van de thuisomgeving mediëren sociale klasse en etnische minderheden effecten op de ontwikkeling en vroege schoolprestaties.
Hypotheses
1. Opstap Opnieuw programma verbeterd de kwaliteit van moeder-kind interactie in Turkse programma gezinnen, zowel cognitief als sociaal-emotioneel.
2. Hogere kwaliteit moeder-kind interactie verklaart het effect van het programma op de vocabulaire en de algemene cognitieve pre-wiskunde vaardigheid op Turkse kinderen.
Resultaten
-> het programma effect werd deels gemedieerd door de verbeterde interactie kwalititeit, meer specifiek; de sociaal-emotionele steun van moeders aan het kind
Discussie
1. Opstap Opnieuw programma verbeterd de kwaliteit van moeder-kind interactie in Turkse programma gezinnen, zowel cognitief als sociaal-emotioneel.
-> deels bevestigd; vb. het programma effect gaf wel aanleiding voor sociaal-emotionele ondersteuning maar niet voor cognitieve kwaliteit
2. Hogere kwaliteit moeder-kind interactie verklaart het effect van het programma op de vocabulaire en de algemene cognitieve pre-wiskunde vaardigheid op Turkse kinderen.
-> deels bevestigd;
wiskunde: helemaal door verbeterde sociale ondersteuning
vocabulaire: slechts half
Tekortkomingen
- kleine steekproef & weinig reacties -> problemen voor generaliseerbaarheid
- geen sociaal-emotionele uitkomsten gemeten
- de kwaliteit van de interactie bepalen was gebaseerd op een weinig aantal situaties
Conclusie
Home-based programma’s zijn minder effectief dan center-based programma’s, maar dat betekend niet dat ze niet effectief zijn, of niet verbeterd kunnen worden.