Rollen van familie en community in de ontwikkeling van het kind verschillen wereldwijd dramatisch.
Regelingen voor wie voor de kinderen zorgt en onder welke omstandigheden dit gebeurd zijn gerelateerd aan de hoeveelheid ondersteuning vanuit de connecties in de community en de extended familie.
Family composition and governments
Het veranderen van landelijk beleid gericht op het overleven van kinderen en geboortes, is gerelateerd aan culturele praktijken voor het zorgen voor het kind en de individuele ontwikkeling.
Vb. de één-kind-wet van China.
Praktijken van opvoeden worden vaak via generaties doorgegeven, wanneer de situatie verandert wordt de nieuwe generatie uitgedaagd voort te bouwen op de culturele benaderingen van eerdere generaties.
Cultural strategies for child survival and care
LeVine drie-level hiërarchie van ouder-opvoeddoelen, die verschillen per community:
1. fysieke overleving en gezondheid
2. zichzelf financieel kunnen onderhouden
3. andere culturele waarden maximaliseren.
Vb. intellect en de ontwikkeling van zelfrealisatie
-> ouders bouwen op culturele praktijken die historisch ontwikkeld zijn om eerdere omstandigheden te kunnen overleven.
-> lokale opvoedstrategieën zijn culturele compromis formules die ervoor zorgen dat ouders, werkende en geteste formules hebben.
Infant-caregiver attachment
De overleving van zuigelingen hangt af van hun band met verzorgers die hen beschermen en voeden.
Cultureel onderzoek laat zien dat hechting aan één verzorger niet aangeboren is (de moederband)
Maternal attachment under severe conditions
Vb. Brazilië: voor sommige kinderen wordt niet gezorgd (selectieve verwaarlozing), dit wordt gezien als de juiste moederlijke reactie op een kind dat niet laat zien genoeg veerkracht te hebben. Niet genoeg veerkracht noodzakelijk om te overleven in de extreme omstandigheden van een sloppenwijk.
Scheper-Hughes: aangeboren moederlijke scripts zijn zowel cultuur als historiegebonden.
Moeders relatie met hun zuigelingen is gerelateerd aan de relaties van moeder & kind met hun community
Infants’ security of attachment
Strange Situation Procedure: door middel van een experiment kijken wat voor hechting het kind heeft met de moeder (kind en moeder, moeder verlaat de kamer; kind blijft of alleen achter, of alleen met een, voor het kind, vreemde)
-> deze categorieën zijn niet overal toepasbaar op de ouder-kind band. De aantallen dat elke hechting voorkomt, verschilt ook (behalve voor de veilige hechting, die heeft ongeveer dezelfde aantallen)
-> reacties reflecteren culturele waarden en praktijken
-> kinderen raken gehecht aan zowel bepaalde personen als bepaalde condities die hen eerder comfort gegeven hebben en angst oproepen wanneer ze worden ‘afgepakt’. Betekenis van de moeder tegenover de baby wordt deels gevormd door deze condities.
Attachment to whom?
Conditites die het kind comfort geven includeren vaak ook andere mensen naast de moeder.
-> in sommige culturen/communities staat verzorging door anderen niet in de weg van een hechte band met de moeder
-> foetus, zuigeling en kind ziekte en sterfte is hoger voor kinderen zonder vader.
Family and community role specializations
Verschillende individuen kunnen specialiseren in verschillende rollen met het kind.
Extended families
Specialisatie van de rol met het kind heeft te maken met wie er nog meer beschikbaar is binnen de familie of buurt, net als met culturele verwachtingen van geschikte rollen.
Geïsoleerd, nucleaire familie gewoontes komen uit het idee dat Amerikanen vroeger hadden dat zij alles wel zelf aan konden (emigratie veel Europeanen naar Amerika)
-> veel geïsoleerd, van mensen wordt niet wacht en ook niet gevraagd dat ze helpen
De betrokkenheid van kinderen bij hun extended familie is ook gerelateerd aan of er van hen verwacht wordt, als volwassene, onderdeel te zijn binnen de familie waarin ze geboren zijn.
Differentiation of caregiving, companion, and socializing roles
In sommige communities zijn moeders de belangrijkste verzorgers van zowel fysieke zorg als van sociale interactie. Terwijl zij er in andere communities slechts zijn voor fysieke nodigheden, en anderen de sociale interactie doen.
Moeder heeft over de hele wereld wel een centrale rol
Sibling caregiving and peer relations
In veel communities, waar moeders anderen laten helpen bij de opvoeding, spelen broers/zussen een centrale rol.
5-10 jaar oud: het vermaakt van het kind is de taak van andere kinderen (van deze leeftijd)
Opportunities for young children to learn from sibling caregivers
Broer/zus verzorgers geven jongere kinderen speciale leerkansen.
Alle kinderen op de wereld observeren oudere kinderen en kunnen hen, vanaf heel jong, proberen na te doen.
Culturele verschillen in de betrokkenheid van kinderen, in verschillende leeftijdsgroepen versus dezelfde leeftijd vrienden, zijn belangrijk voor het ontwikkelen van sociale relaties die kinderen met elkaar hebben.
Same-age peers segregation of children from children of other ages
Kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar is ongewoon in de wereld
-> in de US werd het schoolsysteem met gesegregeerde leeftijden pas in 1870 ingevoerd
Interactie met gelijke leeftijden leert het kind niet hoe ze met andere leeftijden om moeten gaan, maar leer ze wel hun concurrentievermogen te verbeteren.
Gelijke leeftijdsgroepen brengt veel met zich mee:
1. veel meer met alleen eigen vrienden omgaan
2. familiegrootte werd kleiner door de tijd heen waardoor er echte vriendengroepen werden gevormd
3. zelf jongere kinderen werden in instituties geplaatst, vb. de kinderopvang.
The community as caregiver
Dagelijks toezicht op kinderen is waarschijnlijk de verantwoordelijkheid van de hele community.
Community involvement in the form of child care specialists
School etc. wordt gezien als een vorm van community verantwoordelijkheid voor opvoeding, in geïndustrialiseerde landen.
In hoeverre zijn thuis/publieke instituties de beste plek voor de zorg en socialisatie van jonge kinderen.
Community support of children and families
Doordat kinderen meer betrokken zij bij huis en de directe community zijn er, in veel geïndustrialiseerde samenlevingen, veel zorgen ontstaan over de ontwikkeling van jongeren.
Children’s freedom and supervision in community caregiving
In sommige communities worden kinderen door iedereen in de gaten gehouden waardoor ze vrij kunnen bewegen etc.
Children’s participation in or segregation from mature community activities
De grootste verschillen tussen communities zit in hoeverre kinderen mee mogen doen aan en observeren van volwassen activiteiten.
-> hierdoor zijn er verschillen in mogelijkheden om volwassenactiviteiten te leren, dit is gerelateerd aan andere verschillen in culturele patronen in de opvoeding.
Access to mature community activities
In sommige communities wordt er maar weinig verborgen voor kinderen.
‘Pitching in’ from early childhood
Wellicht gerelateerd aan de vroege kans volwassen werk te observeren, doen kinderen in veel communities al jong mee aan familie werk.
-> belangrijk deel van socialisatie
-> meer en meer losgelaten dat kinderen ook werken, dit uit angst voor onder andere uitbuiting
Excluding children and youth from labor and from productive roles
Vóór de industrialisatie werkten kinderen ook, op de boerderij bijvoorbeeld, maar toen kregen ze meer kansen om te leren en voldoening van het werk dat ze deden.
Adults ‘preparing’ children or children joining adults
Een alternatieve vorm om kinderen te introduceren aan volwassen vaardigheden is ze in speciale, kindgerichte, settings te instrueren. Vb. school.
Engaging in groups or dyads
In veel communities zijn kinderen georiënteerd op groepsactiviteiten in plaats van op exclusieve één-op-één (dyadische) interactie -> deze kinderen interacteren eigenlijk altijd met meer dan één persoon
-> hangt af van: community ’s normale vormen van betrokkenheid van de volwassene, oriëntatie verzorger-kind, culturele prioriteiten (één-op-één versus groep georiënteerd)
Infant orientation: face-to-face with caregiver versus oriented to the group
In Europa etc.: dyadisch, één-op-één interacties
-> andere culturen zo gericht dat kinderen zien wat ouder ziet (bijvoorbeeld op de rug van de ouder)
Dyadic versus group prototypes for social relations
Westers: altijd één-op-één conversatie, zelfs wanneer het kind in een groep is, dan multi-dyades in plaats van geïntegreerde, multiparty groep conversaties
-> andere culturen: Multi directionele opdrachten (met verschillende mensen tegelijk)
Wanneer kinderen jong geleerd hebben multi directionele opdrachten uit te voeren kunnen zij dit later ook beter.
School geven heeft een belangrijke culturele rol in de structuur van sociale relaties.
Dyadic versus multiparty group relations in schooling
In US vaak dat kinderen stil moeten zijn en moeten luisteren naar de docent
-> andere culturen: kinderen mogen ook communiceren met hun medeleerlingen (vaak groepsopdrachten)
-> grote groepen worden gewaardeerd want dan kan er makkelijker samengewerkt worden.
Karakters, opvoedingsscenario’s en prototypes van culturele structuren van relaties, hebben een nauw verband met de ontwikkeling van kinderen.
De regelingen van de communities dragen op een belangrijke manier bij aan de kansen die kinderen krijgen om de volwassen manier te leren, van hoe dingen worden gedaan.