Hoogte AOW uitkering - Arrest - CRvB 12 juni 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:2079)

Feiten

I.c. gaat om een zaak tussen appellant (woonachtig in Zuid Afrika) en de Sociale verzekeringsbank (Svb). In augustus 1996 is aan appellant vanaf september 1996 een AOW uitkering toegekend ter hoogte van 6% van het maximale pensioen. Op 4 mei 2010 is aan de Svb gevraagd om herziening van het toegekende AOW op de grond dat de periode 1 januari 1957 tot 2 september 1958, de periode dat appellant om studieredenen in Zuid Afrika een stage heeft gevolgd, ten onrechte niet als verzekerde periode is aangemerkt. De Svb heeft dit verzoek bij besluit gehonoreerd, waardoor per 1 mei 2009 het pensioen van appellant is herzien naar 10% van het maximale pensioen. Bij besluit van 20 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen de weigering van de Svb om zijn pensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht te herzien, ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard omdat er geen sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan de Svb aan appellant een ouderdomspensioen had moeten toekennen met meer dan 1 jaar terugwerkende kracht. Dat het aanvraagformulier geen specifieke vragen bevat over de bijzondere situatie zoals door appellant gesteld, noch het feit dat appellants beweerde rechten zijn gebaseerd op een onbekende regeling, maakt dat er sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan de Svb met verdergaande terugwerkende kracht het pensioen van eiser had moeten herzien. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat er wel sprake is van een bijzonder geval waardoor hij recht heeft op herziening van zijn pensioen. Hij stelt dat het aanvraagformulier onvolledig was en dat hij dacht dat door dit formulier volledig in te vullen, alles wat van belang was voor zijn recht op AOW, aan de Svb kenbaar was gemaakt.

CRvB

In geschil is of de Svb terecht de AOW-uitkering van appellant heeft herzien met een terugwerkende kracht van niet langer dan één jaar vanaf de datum van aanvraag van deze herziening. De Raad stelt vast dat de toekenning van een AOW pensioen berust op een aanvraag. Ingevolge artikel 4:2 lid 2 Awb moet de aanvrager de gegevens en bescheiden verschaffen die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag. Dat artikel 4:4 van de Awb aan het bestuursorgaan de bevoegdheid verschaft om gebruik te maken van een aanvraagformulier, doet aan deze verplichting voor de aanvrager niet af. Het feit dat het aanvraagformulier van de Svb geen vragen vermeldt met betrekking tot de (zeer) specifieke situatie van appellant maakt dit niet anders. Het bestuursorgaan is eerst nadat het enige aanwijzingen hiertoe heeft ontvangen, op grond van artikel 3:2 Awb verplicht onderzoek in te stellen. Appellant heeft ten aanzien van de relevante periode zelf bij zijn aanvraag aangegeven in Zuid Afrika te wonen. Nu appellant in die periode niet was opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie, was appellant volgens de in artikel 6 lid 1 AOW geformuleerde hoofdregel niet verzekerd. In zo’n geval ligt het op de weg van appellant om bij zijn aanvraag te vermelden dat er mogelijk sprake was van een uitzonderingssituatie, dan wel enige informatie hieromtrent te verschaffen. De Raad stelt vast dat de door appellant bij de aanvraag aangeleverde informatie hiertoe geen enkel aanknopingspunt bood, zodat de Svb geen nader onderzoek behoefde in te stellen. Immers, de stageperiode in Zuid Afrika en de daaraan gekoppelde opleiding in Nederland die aan het herzieningsverzoek ten grondslag liggen, is bij de aanvraag door appellant op geen enkele wijze gememoreerd.

M.b.t. de gestelde onbekendheid met de toegepaste regeling stelt de Raad vast dat onbekendheid met wettelijke regelingen volgens vaste rechtspraak in de regel geen bijzonder geval oplevert als bedoeld in artikel 16 lid 2 AOW. Dit kan anders zijn als de onbekendheid van de belanghebbende met zijn mogelijke recht op pensioen verschoonbaar was. Het enkele feit dat appellant zijn werkzame leven in Zuid Afrika heeft doorgebracht maakt niet dat de onbekendheid verschoonbaar is. Het is immers aan appellant om zich deugdelijk omtrent zijn rechten te informeren. Van verschoonbaarheid van de onbekendheid is de Raad dan ook niet gebleken. De CRvB bevestigt de aangevallen uitspraak.

 

Image

Access: 
Public

Image

Click & Go to more related summaries or chapters

Samenvattingen: de beste jurisprudentie en arresten voor bestuursrecht en administratief recht samengevat

Join WorldSupporter!
This content is related to:
Arresten en jurisprudentie: uittreksels en studiehulp - Thema

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Image

Spotlight: topics

Check the related and most recent topics and summaries:

Image

Check how to use summaries on WorldSupporter.org
Submenu: Summaries & Activities
Follow the author: Law Supporter
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Statistics
Search a summary, study help or student organization