Dementie is een ziektebeeld waarbij de geestelijke vermogens ernstig zijn afgenomen.
De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer (70%), gevolgd door vasculaire dementie (16%).
De prodromale fase van dementie is MCI.
In de bijbel werd al gesproken over (mogelijke) dementie.
Longitudinaal onderzoek: waarnemingen of metingen bij ieder individu op een aantal achtereenvolgende tijdstippen herhaald
Cross-sectioneel onderzoek: ieder individu in een groep éénmaal en op hetzelfde tijdstop geobserveerd of gemeten.
Er zijn cognitieve functies die verval laten zien en ook functies die verbeteren. Je moet dus altijd leeftijd meenemen in de normgroepen.
Over de tijd neemt de prestatie af, en standaarddeviatie blijft gelijk. Dit betekent dat het verval met leeftijd voor iedereen ongeveer hetzelfde verloopt.
Er dient altijd rekening gehouden te worden met test-hertest effecten.
Dementie: stoornissen in minimaal 2 cognitieve domeinen die interfereren met het dagelijks leven, geen andere aantoonbare oorzaak hebben en het moet een degeneratief beloop in de tijd hebben.
De diagnose dementie beschrijft het syndroom en symptomen, niet de oorzaak. Dementie wordt veroorzaakt door een bepaalde hersenziekte.
Nosologisce diagnosen zijn aandoeningen waarvan de etiologie nog onbekend is, maar waarvan je wel wilt weten wat er aan de hand is. Bij verdenking op dementie dient nosologische diagnostiek verricht te worden.
Er zijn meer dan 70 dementie beelden. Angst is overeenkomstig tussen alle dementievormen. Screeningsinstrumenten voor dementie zijn onder andere:
Diagnostiek heeft als doel:
- De aard en ernst van de stoornissen bepalen
- Na te gaan wat de pathofysiologie van de stoornissen is, en een diagnose te stellen
- Na te gaan welke zorgbehoeften er zijn
- Behandel- en begeleidingsplan maken
- Patiënt en naasten sturing geven
- Identificeren van behandelbare factoren die invloed hebben op de kwaliteit van het leven
Corticale dementie
- Grijze stof
- Uiteindelijk hele brein aangetast
- Fast, but wrong
- Geheugen: inprenting gestoord
- Taalstoornissen
Subcorticale dementie
- Witte stof Maar
- Uiteindelijk hele brein aangetast
- Slow, but right
- Geheugen: ophalen gestoord
- Traagheid, executieve problemen
- Beweging stoornissen
Ziekte van Alzheimer
- Meest voorkomend
- Geheugenproblemen op de voorgrond
- Sluipend beloop
- Prevalentie: 200.00 (proportie populatie op moment in de tijd)
- Incidentie: 10.000-20.000 per jaar (aantal nieuwe ziektegevallen)
We zitten in een dubbele vergrijzing: demogagische veranderingen en toename in levensverwachting.
- Is er sprake van dementie? DSM V criteria
- Welke vorm van dementie?
MCI (mild cognitive impairment) heb je als je geheugenklachten hebt, een objectieve geheugenstoornis hebt, een relatieve normale prestatie op andere domeinen hebt en een relatief intact functioneren in dagelijks leven (is vaak de prodormale fase van dementie).
Er is een genetische aanleg voor dementie, namelijk een risicogen, maar het is niet nuttig om te bepalen of daar sprake van is. Er zijn namelijk evenveel mensen die alzheimer krijgen, met of zonder de gen.
Neuropsychologische kenmerken van Alzheimer:
- Anterograde amnesie
- Retrograde amnesie
- Gebrekkig oriëntatie vermogen
- Benoemproblemen en categorie gebonden
- Syntax en lexicale structuur zijn relatief gespaard.
- Benoemproblemen
- Verbal fluency
- Moeite met opdiepen feiten (robuust effect)
Een diagnose is per exclusionem: bij uitsluiting van iedere andere logische verklaring die de gedragsverandering zou kunnen verklaren
Visuele associatietest: kijken naar intrusie fouten (corticaal) en moeite met het aanleren, maar houden het wel vast (cueing helpt; subcorticaal).
Alzheimer is corticaal. Meestal begint het bij de hippocampus, maar bij posterieure corticale dementie is er sprake van een atypisch beeld (posterieure corticale atrofie (PCA), jong dementerende).
Primaire Progressieve Afasie (PPA) heeft ook Alzheimer pathologie. PPA-L: mensen gaan heel aarzelend praten, maar wel grammaticaal correct.
Bij MCI treden solitaire geheugenproblemen op. Er kan sprake zijn van amnestisch MCI, ‘single domain MCI’ en ‘multiple domain MCI’.
Biomarkers: in vivo zoeken naar teken op dementie, bijvoorbeeld naar de Tau proteine.
A/T/N systeem (classificatie van Alzheimer):
- A: Alpha-beta
- T: TAU
- N: neurodegeneratie
Dit is een continuum hypothese (in balans).
Frontotemporale dementie
- Prominente verandering in persoonlijkheid, sociaal gedrag.
- 3 profielen volgens Snowden:
- Disinhibitie: rem is eraf
- Apathie: juist niets meer
- Stereotypie: continu hetzelfde doen
PNFA (progressive nonfluent aphasia): geleidelijke progressieve achteruitgang van de taal, met name de taalproductie.
SD (semantic dementia): progressieve multimodale afbraak van semantiek
40% positieve familie anamnese
Andere vorm van subcorticale dementie: wordt veroorzaakt door progressieve supranucleaire paralyse.
Parkinsonspectrum: progressieve neurodegeneratieve aandoening waarbij sprake is van parkinsonisme (hypokinetisch rigide syndroom). Symptomen:
- Bewegingsarmoede
- Rigiditeit
- Rusttremor
- Houdingsinstabiliteit
Dementie kan ook voorkomen met Lewy lichaampjes:
- Overlap AD en PD
- Nachtelijke onrust; visuele hallucinaties
Vragen? Laat het vooral hieronder weten en ik probeer ze te beantwoorden!
Vond je deze samenvatting interessant en wil je op de hoogte blijven van mijn nieuwe bijdragen? Volg dan snel mijn Worldsupporter account! Dit kan door rechts naast deze samenvatting op '+ Follow' te klikken! Wordt erg gewaardeerd :)
goeie samenvatting Roos Heeringa contributed on 31-12-2020 11:36
goeie samenvatting! Ook heel nice dat je feitelijke informatie lekker duidelijk hebt staan! Misschien had ik dit gemist maar wat precies zijn 'lewy lichaampjes'?
Hoi Roos, bedankt voor je JuliaV contributed on 31-12-2020 12:26
Hoi Roos, bedankt voor je feedback! 'Lewy body dementie' is een vorm van dementie, die veroorzaakt wordt door Lewy bodies/Lewy lichaampjes (een soort eiwit) in de hersenen. De lewy bodies zijn dus de (waarschijnlijke) oorzaak voor de dementie, en deze soort dementie wordt gekenmerkt door weer andere verschijnselen dan de andere soorten. Is dit duidelijk?