Hoorcollege 4 Wat werkt bij risicojongeren?
Waarom preventie?
Uitgangspunten interventies
Children's rights
IVRK: als professionals streven naar positieve ontwikkeling van kind
RNR principles
Therapeutic philosophy
Specialized effective programs
Preventieniveaus
Kwaliteitscriteria interventies
Theoretisch goed onderbouwd;
Gebaseerd op mechanismen die crimineel gedrag verklaren;
Onderzocht met bewijs relatie tussen interventie en gedragsverandering;
RNR Model: werkzaamheid interventies > afname recidive
Ingrijpen op criminogene factoren
Wat werkt nog meer?
Behandelmodaliteit
Gemeenschapsoriëntatie
Programma-integriteit
Uitvoeren van een interventie met de inhoud, duur, frequentie en doelgroep zoals ontwikkeld en op effectiviteit onderzocht.
Onderscheid in therapist adherence & competence
Baat het niet, dan schaadt het wel
Er is geen therapeutische basis, en er wordt niet gewerkt aan criminogene factoren.
Deviancy training
Leeftijd 13-14
Verhoogd risico op drugsgebruik
Verhoogd risico op delictgedrag
Verhoogd risico op geweld
Jongeren die spraken over normoverschrijdend gedrag, bevestigden elkaar daarin en bleven daarover spreken. De jongeren zonder delinquent gedrag bespraken deze onderwerpen niet.
Schadelijke effecten groepsinterventie
Resultaten overzichtsstudies preventie
Focus op relaties met anderen
Goed geïmplementeerde gedrags- en gezinsgerichte interventies
Multimodale, gestructureerde cognitieve gedragstraining
Afschrikking en bestraffing
Combinatie oudertraining en schoolinterventie
Groepsinterventies m.n. bij ‘oudere’ en meer deviante jongens
Effectiviteit interventies risicojongeren
Effectieve programmacomponenten
Programmaformat en intensiteit
Middelgrote positieve effecten gezins- of multimodaal format
Groepsinterventies niet effectief
Minder intensief = effectief
Conclusies en aanbevelingen
Hulpverlening in familie- en multimodaal format
Inzetten gedragsgeoriënteerde technieken
Vermijden groepsinterventies
Deel 2: Halt
De Halt-interventie, juridisch kader
Voorbeelden: winkeldiefstal, schoolverzuim, vernieling, graffiti, belediging
De Halt-interventie, methodisch kader
Uitvoeren van werk- en/of leeropdracht
Excuses aan slachtoffer (per brief) of herstelgesprek
Schade vergoeden en herstellen
Halt-jongeren in beeld
Gemiddelde leeftijd ten tijde van delict is 15 jaar
Voornamelijk vermogensdelicten
80% van de Halt-jongeren geen/weinig dynamische risicofactoren; 19% enige risicofactoren; 1% veel risicofactoren
Op welke mechanismen is Halt gericht?
Positieve houding t.o.v. normovertreding > leeropdracht gericht op reflectie, 5 G-model.
Onvermogen tot het nemen van perspectief > “
Gebrekkig schuldbesef > excuusgesprek, herstelopdracht (zwaardere variant)
Gebrekkige empathie jegens slachtoffer > “
Tekorten in sociale vaardigheden > leeropdrachten met sociale vaardigheden
Gebrekkige ouderbetrokkenheid > ouders uitnodigen voor eerste gesprek
Spijbelgedrag > leeropdracht ‘mijn toekomst’
Onderzoek naar effectiviteit van Halt
Halt-afdoening heeft bij de meeste jongeren geen recidiveverminderend effect
Jongeren met lichte problematiek profiteren het meeste van Halt
Halt werkt niet voor jongeren met een problematisch profiel
Jongeren die excuses aanbieden, plegen na de Halt-straf minder en/of minder ernstige strafbare feiten
Werkzame elementen Halt: ouderbetrokkenheid, excuus aanbieden, schadevergoeding en werkopdracht.
Procesevaluatie
Beoogde doelgroep wordt bereikt
Kernonderdelen Halt conform handleiding
Variatie in uitvoering tussen regio’s
Vervolgonderzoek
Beleidsontwikkelingen, kansen en dilemma’s
Uitbreiding ‘Halt-waardige’ delicten – net-widening effect (het strafbaar stellen van gedragingen die voorheen niet strafbaar waren)
Verbreding doelgroep: second offenders (naast first offenders), 18+, 12-
Maatwerk
Programma-integriteit
Vernieuwing methodiek
Nieuw instrumentarium: risico- en behoeftetaxatie (RNR model = basis)
Meer ouderbetrokkenheid en oudergericht werken
Implementatie module sociale vaardigheidstraining en ART