Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2011


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

Welke stelling is juist?

  1. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, en in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht;
  2. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, maar in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht;
  3. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten niet verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, maar in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht;
  4. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten niet verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, en in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht.

Vraag 2

Een commanditaire vennoot van een commanditaire vennootschap is als regel:

  1. Bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen;
  2. Slechts bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen indien hij in eigen naam handelt;
  3. Niet bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen;
  4. Niet bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen, tenzij hij in naam van de vennootschap handelt.

Vraag 3

Een openbare vennootschap:

  1. Heeft altijd rechtspersoonlijkheid;
  2. Heeft nooit rechtspersoonlijkheid;
  3. Kan reeds vanaf haar totstandkoming rechtspersoon zijn;
  4. Kan alleen na haar totstandkoming rechtspersoonlijkheid verkrijgen.

Vraag 4

De Hoge Raad heeft in zijn oudere rechtspraak enkele beslissingen gegeven over de verhouding tussen de organen van een naamloze vennootschap en de verantwoordelijkheden van die organen. In dit verband zijn onder meer de uitspraken van 1 april 1949, NJ 1949, 465 inzake Doetinchemse IJzergieterij en van 21 januari 1955, NJ 1959, 43 inzake Forum-Bank van belang. Welke stelling juist?

  1. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen voorrang moet geven aan het belang van een aandeelhouder wanneer dat belang botst met het belang van de vennootschap, en besliste in Forum-Bank dat de algemene vergadering van aandeelhouders de vrijheid heeft de grenzen van haar bevoegdheid zoals die in de wet en de statuten zijn neergelegd te negeren;
  2. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen voorrang moet geven aan het belang van de vennootschap wanneer dat belang botst met het belang van een aandeelhouder, en besliste in Forum-Bank dat de algemene vergadering van aandeelhouders de vrijheid heeft de grenzen van haar bevoegdheid zoals die in de wet en de statuten zijn neergelegd te negeren;
  3. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen voorrang moet geven aan het belang van een aandeelhouder wanneer dat belang botst met het belang van de vennootschap, en besliste in Forum-Bank dat de algemene vergadering van aandeelhouders de grenzen van haar bevoegdheid zoals die in de wet en de statuten zijn neergelegd niet mag overschrijden;
  4. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen voorrang moet geven aan het belang van de vennootschap wanneer dat belang botst met het belang van een aandeelhouder, en besliste in Forum-Bank dat de algemene vergadering van aandeelhouders de grenzen van haar bevoegdheid zoals die in de wet en de statuten zijn neergelegd niet mag overschrijden.

Vraag 5

Degene die een koopovereenkomst met een derde is aangegaan in naam van een nog op te richten BV wordt in beginsel slechts van zijn persoonlijke verbondenheid voor de uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen ontheven indien:

  1. De BV de overeenkomst na oprichting bekrachtigt
  2. De BV na oprichting is ingeschreven in het handelsregister;
  3. De overeenkomst is opgenomen in de akte van oprichting van de BV;
  4. De overeenkomst is opgenomen in de akte van oprichting van de BV én de algemene vergadering van aandeelhouders achteraf goedkeuring voor het aangaan van de overeenkomst verleent.

Vraag 6

In het arrest Bas-C BV van de Hoge Raad (11 juli 2003, NJ 2003, 630) heeft de Hoge Raad beslist dat aan de stortingsplicht op aandelen als bedoeld in artikel 2:80/191 BW is voldaan wanneer het te storten bedrag:

  1. Bestaat uit middelen die tot het vermogen van de BV behoren;
  2. Is overgemaakt ten titel van lening en deze lening na oprichting door de BV is bekrachtigd;
  3. Na de oprichting aan de BV is overgemaakt ten titel van storting;
  4. Na de oprichting aan de BV is overgemaakt ten titel van storting en ook daadwerkelijk aan de BV ter beschikking is gesteld.

Vraag 7

Een BV waarop de structuurregeling niet van toepassing is:

  1. Mag een raad van commissarissen instellen;
  2. Mag geen raad van commissarissen instellen;
  3. Is verplicht een raad van commissarissen in te stellen;
  4. Geen van de bovenstaande alternatieven is juist.

Vraag 8

Indien een besloten vennootschap eigen aandelen verkrijgt:

  1. Neemt het geplaatste kapitaal af;
  2. Neemt het geplaatste kapitaal toe;
  3. Verandert het geplaatste kapitaal niet;
  4. Geen van bovenstaande alternatieven is juist.

Vraag 9

Welke stelling is juist?

  1. Zowel de aandelen in het kapitaal van een naamloze vennootschap als de aandelen in het kapitaal van een besloten vennootschap kunnen op naam en aan toonder luiden, maar de statuten van een naamloze vennootschap mogen voor de overdracht van de aandelen geen blokkeringsregeling bevatten;
  2. Zowel de aandelen in het kapitaal van een naamloze vennootschap als de aandelen in het kapitaal van een besloten vennootschap kunnen op naam en aan toonder luiden, maar de statuten van een besloten vennootschap moeten voor de overdracht van de aandelen een blokkeringsregeling bevatten;
  3. De aandelen in het kapitaal van een naamloze vennootschap kunnen op naam en aan toonder luiden, de aandelen in het kapitaal van een besloten vennootschap kunnen alleen op naam luiden en de statuten van een besloten vennootschap moeten voor de overdracht van de aandelen een blokkeringsregeling bevatten;
  4. De aandelen in het kapitaal van een naamloze vennootschap kunnen alleen aan toonder luiden, de aandelen in het kapitaal van een besloten vennootschap kunnen alleen op naam luiden en de statuten van een besloten vennootschap moeten voor de overdracht van de aandelen een blokkeringsregeling bevatten.

Vraag 10

De gebroeders Paulussen willen een Nederlandse besloten vennootschap oprichten om hun onderneming voor de import van Griekse goederen in onder te brengen. Begin februari 2009 geeft de Minister van Justitie zijn verklaring van geen bezwaar af. Omdat de handel met Griekenland door de kredietcrisis vertraging oploopt, passeert de notaris de akte van oprichting pas op 1 augustus 2010. De gebroeders zijn in de tussentijd wel overeenkomsten aangegaan in naam van de B.V. i.o. Welk alternatief is juist?

  1. De gebroeders Paulussen moeten zo snel mogelijk de rechtshandelingen van de B.V. i.o. bekrachtigen;
  2. De B.V. ontstaat niet, omdat er sprake is van een ontstaansgebrek;
  3. De B.V. ontstaat wel, maar de rechtbank kan de B.V. ontbinden;
  4. Geen van bovenstaande alternatieven is juist.

Vraag 11

Het wettelijke criterium om te bepalen of uitkering van winst door een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap geoorloofd is, is een zogenoemde:

  1. Balanstest die inhoudt dat uitkering van winst alleen toegestaan is voor zover het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het ‘gebonden vermogen’ dat bestaat uit het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal plus de wettelijke of statutair verplichte reserves;
  2. Balanstest die inhoudt dat uitkering van winst alleen toegestaan is voor zover het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het ‘gebonden vermogen’ dat bestaat uit het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal plus ‘overige’ (dat wil zeggen ‘vrije’, ‘uitkeerbare’) reserves;
  3. Winst- en verliesrekeningstest die inhoudt dat uitkering van winst alleen toegestaan is voor zover het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het ‘gebonden’ vermogen dat bestaat uit het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal;
  4. Winst- en verliesrekeningstest die inhoudt dat uitkering van winst alleen toegestaan is voor zover het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het ‘gebonden vermogen’ dat bestaat uit het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal plus ‘overige’ (dat wil zeggen ‘vrije’, ‘uitkeerbare’) reserves.

Vraag 12

Het Beklamel-arrest van de Hoge Raad (6 oktober 1989, NJ 1990, 286) heeft betrekking op:

  1. Interne bestuurdersaansprakelijkheid;
  2. Externe bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad;
  3. Externe bestuurdersaansprakelijkheid tegenover de failliete boedel op grond van art. 2:138/248 BW;
  4. Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van vereenzelviging.

Vraag 13

Het bestuur van Dry Screen B.V. ziet dat de zaken niet zo goed gaan en wil graag een aanzienlijk deel van haar onderneming verkopen aan Cleaning Wipe B.V. De ondernemingsraad van Dry Screen B.V. ziet daar niets in en geeft dat in zijn advies aan het bestuur ook aan. Het bestuur van Dry Screen B.V. volgt het advies van de ondernemingsraad niet op en gaat over tot verkoop aan Cleaning Wipe B.V. Welke van de volgende alternatieven is juist?

  1. Op grond van artikel 2:107a lid 2 BW is Dry Screen B.V. aan de verkoop gebonden;
  2. De ondernemingsraad kan de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam vragen een verbod op te leggen aan het bestuur van Dry Screen B.V. om verdere handelingen ter uitvoering van de verkoop aan Cleaning Wipe B.V. te verrichten;
  3. De ondernemingsraad kan niets doen omdat het hier om een adviesrecht gaat en dat advies heeft de ondernemingsraad immers al gegeven;
  4. De ondernemingsraad kan het bestuur van Dry Screen B.V. op grond van artikel 2:9 BW aanspreken op onbehoorlijk bestuur.

Vraag 14

Wetsvoorstel 31 763 tot Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen geeft naamloze vennootschappen en besloten vennootschap de keuze tussen een inrichting volgens het monistische stelsel of volgens het dualistische stelsel. Wat is in dit verband juist?

  1. In het monistische stelsel kan het bestuur alleen bestaan uit uitvoerende bestuurders en niet tevens uit niet uitvoerende bestuurders, in het dualistische stelsel kan er alleen een bestuur zijn en niet tevens ook een raad van commissarissen;
  2. In het monistische stelsel bestaat het bestuur uit uitvoerende bestuurders en eventueel niet uitvoerende bestuurders, in het dualistische stelsel is er een bestuur en eventueel een raad van commissarissen;
  3. In het monistische stelsel kan het bestuur alleen bestaan uit niet uitvoerende bestuurders en niet tevens uit uitvoerende bestuurders, in het dualistische stelsel kan er alleen een raad van commissarissen zijn en niet tevens een bestuur;
  4. In het monistische stelsel bestaat het bestuur uit uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders en kan er eventueel een raad van commissarissen zijn, in het dualistische stelsel bestaat het bestuur uit uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders en kan er niet tevens een raad van commissarissen zijn.

Vraag 15

In zijn OGEM II-uitspraak (10 januari 1990, NJ 1990, 466) heeft de Hoge Raad beslist dat:

  1. Niet iedere of incidentele beleidsfout als wanbeleid kan worden aangemerkt;
  2. Van een tegenstrijdig belang sprake is als zich een conflict voordoet tussen een persoonlijk belang van een bestuurder en het vennootschappelijke belang dat de bestuurder dient te behartigen;
  3. Van schending van het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders geen sprake is indien voor de ongelijke behandeling een redelijke en objectieve rechtvaardiging kan worden aangewezen;
  4. Dat ontslag van een statutair bestuurder in beginsel tevens beëindiging van de dienstbetrekking van de bestuurder tot gevolg heeft, tenzij een wettelijk ontslagverbod aan die beëindiging in de weg staat.

Over het onderdeel ‘intellectueel eigendomsrecht’

Vraag 16

Voor auteursrechtelijke bescherming is vereist dat sprake is van:

  1. Een eigen, oorspronkelijk karakter en bewustheid van de maker;
  2. Bewustheid en een inventieve creatie;
  3. Niet ontlening en het persoonlijk stempel van de maker;
  4. Een eigen, oorspronkelijk karakter en een coherente creatie.

Vraag 17

Het bewijs dat door het gebruik van het jongere merk afbreuk wordt of zou worden gedaan aan het onderscheidend vermogen van het oudere merk, veronderstelt:

  1. Dat is aangetoond dat het economische gedrag van de gemiddelde consument van de waren of diensten waarvoor het oudere merk is ingeschreven, is gewijzigd als gevolg van het gebruik van het jongere merk of dat er een grote kans bestaat dat dit gedrag in de toekomst wijzigt;
  2. Dat is aangetoond dat het economische gedrag van de gemiddelde consument van de waren of diensten waarvoor het jongere merk is ingeschreven, is gewijzigd als gevolg van het gebruik van het oudere merk of dat er een grote kans bestaat dat dit gedrag in de toekomst wijzigt;
  3. Dat is aangetoond dat het economische gedrag van de merkhouder van het jongere merk is gewijzigd als gevolg van het gebruik van het jongere merk, of dat er een grote kans bestaat dat dit gedrag in de toekomst wijzigt;
  4. Dat is aangetoond dat het economische gedrag van de merkhouder van het oudere merk is gewijzigd als gevolg van het gebruik van het oudere merk, of dat er een grote kans bestaat dat dit gedrag in de toekomst wijzigt.

Vraag 18

Voor een ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk in de zin van art. 2.20 lid 1 sub c BVIE is vereist:

  1. Dat er sprake is van direct verwarringsgevaar;
  2. Dat er gevaar bestaat dat aan dat onderscheidend vermogen of die reputatie afbreuk wordt gedaan;
  3. Dat er sprake is van indirect verwarringsgevaar;
  4. Dat een derde in het kielzog van het bekende merk probeert te varen.

Vraag 19

Verwarringsgevaar speelt geen rol:

  1. In het merkenrecht;
  2. Bij de slaafse nabootsing;
  3. In het auteursrecht;
  4. In het handelsnaamrecht.

Vraag 20

Welk alternatief is juist?

  1. Onder de woorden "stand van de techniek" in artikel 4 lid 1 Rijks­oc­trooiwet 1995 dient te worden verstaan de wereldstand van de techniek;
  2. Indien ik een nieuwe rekenmethode bedenk, is de gedachte achter deze methode een uitvinding die voor octrooiverlening in aanmerking komt;
  3. Het octrooi blijft in beginsel 30 jaar van kracht te rekenen van de dag van indiening van de aanvrage die tot het octrooi heeft geleid;
  4. De octrooihouder kan een ieder verbieden de geoctrooieerde uitvinding thuis (niet bedrijfsmatig) te produceren.

Vraag 21

Fabrikant Salamander te Lelystad is in de Benelux houder van het merk Salamander. Onder dit merk brengt hij in Nederland radio's in het verkeer. Bovendien exporteert hij grote hoeveelheden radio's onder dit merk naar landen over de hele wereld, waaronder:

  • partij A, door hem in het verkeer gebracht in Brazilië,

  • partij B, door hem in het verkeer gebracht in Zweden,

  • partij C, door hem in het verkeer gebracht in België.

Kan fabrikant Salamander zich, op grond van zijn merkrecht, verzetten tegen het vervolgens onder hetzelfde merk in Nederland op de markt brengen van deze partijen door derden?

  1. Ja, zowel wat betreft partij A als wat betreft de partijen B en C;
  2. Ja, zowel wat betreft partij A als wat betreft partij B, maar niet wat betreft partij C;
  3. Ja, wel wat betreft partij A, maar niet wat betreft de partijen B en C;
  4. Nee, noch wat betreft partij A noch wat betreft de partijen B en C.

Vraag 22

Jan Varkevisser is sinds februari 2009 in de Benelux houder van het merk Strepo, dat hij gebruikt voor biologische yoghurt. Op zekere dag bemerkt hij dat zijn naaste concurrent P. Strepo het merk Strepo met ingang van augustus 2010 ter onderscheiding van diens biologische yoghurt is gaan gebruiken. Kan Varkevisser P. Strepo met succes wegens merkinbreuk aanspreken?

  1. Ja, onder de geschetste omstandigheden zal Varkevisser met deze actie succes hebben;
  2. Ja, mits Varkevisser bewijst dat P. Strepo geen geldige reden heeft voor het gebruik van het merk;
  3. Ja, mits Varkevisser bewijst dat hij door het gedrag van P. Strepo schade heeft geleden;
  4. Nee, want P. Strepo is gerechtigd zich op de geschetste wijze van zijn eigen naam te bedienen.

Vraag 23

Indien een octrooi hier te lande is verleend aan werknemer X, terwijl werkgever Y daarop aanspraak had, welke octrooirechtelijke actie(s) kan Y dan met succes instellen?

  1. Zowel een actie tot nietigverklaring van het octrooi, als een opeisingsactie;
  2. Wel een actie tot nietigverklaring van het octrooi, maar geen opeisingsactie;
  3. Geen actie tot nietigverklaring van het octrooi, maar wel een opeisingsactie;
  4. Noch een actie tot nietigverklaring van het octrooi, noch een opeisingsactie.

Vraag 24

Welke van de volgende handelsnamen is verboden op grond van de bepalingen van de Handelsnaamwet?

  1. "Boekhandel Joost van den Vondel", voor een anno 2011 onder deze naam gedreven boekhandel;
  2. "Edwin van der Sar sportartikelen", terwijl Edwin van der Sar, hoewel hij met deze onderneming niets te maken heeft, toestemming heeft verleend om deze naam te gebruiken;
  3. "Jansen en Zoon", indien vader en zoon Jansen de onderneming onder deze naam hebben gedreven, maar vader Jansen inmiddels is overleden;
  4. "Palazzo Speziale”, een door de eigenaar van de onder deze naam gedreven onderneming verzonnen benaming.

Vraag 25

In de concurrentiestrijd is het profiteren door een derde van wanprestatie van een lid van een gesloten verkooporganisatie ten opzichte van degene jegens wie de wanprestatie gepleegd wordt:

  1. Zonder meer onrechtmatig;
  2. Zonder meer geoorloofd, gezien het beginsel van de vrijheid van bedrijf;
  3. Onder omstandigheden onrechtmatig;
  4. Volgens de Hoge Raad slechts in één geval ongeoorloofd, namelijk indien de wanprestatie is uitgelokt.

Open vragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Open vraag 1 (totale waarde vijf punten)

A NV past de structuurregeling toe. Zij heeft een raad van commissarissen die uit acht personen bestaat.

Deelvraag 1.1 (waarde één punt)

Op hoeveel leden van de raad van commissarissen is het zogenoemde versterkte aanbevelingrecht van toepassing?

Deelvraag 1.2 (waarde twee punten)

De algemene vergadering van aandeelhouders wil een besluit nemen tot wijziging van de statuten waarbij de benoemingstermijn van de leden van raad van commissarissen wordt verlengd van vier naar zes jaar. Kan dit?

Deelvraag 1.3 (waarde twee punten)

De algemene vergadering van aandeelhouders is het oneens met de wijze waarop de raad van commissarissen zijn taken uitoefent. Op welke twee manieren kan de algemene vergadering op grond van de bepalingen in de structuurregeling commissarissen (doen) ontslaan?

Open vraag 2 (totaal vijf punten)

Lees het onderstaande krantenbericht:

NRC Handelsblad, 20 oktober 2010 – Ondernemingsraad TNT wijst ontslagbod af

Rotterdam, 20 oktober. TNT Post heeft aan de ondernemingsraad voorgesteld om het aantal gedwongen ontslagen terug te brengen van 4.500 naar 3.500. Maar er worden dan nog steeds veel te veel postbodes ontslagen, vindt de ondernemingsraad, die het plan daarom heeft afgewezen.

(…)

Volgens TNT moeten er banen verdwijnen door de opkomst van e-mail en internet, en door concurrentie van bedrijven als Sandd en Selekt Mail, die hun postbodes vaak per bezorgd stuk, en ook minder, betalen.

Deelvraag 2.1 (waarde twee punten)

Dient TNT de ondernemingsraad te vragen een oordeel te geven over het voorgenomen besluit tot collectief ontslag? Zo ja, op grond van welke wetsbepaling?

Deelvraag 2.2 (waarde drie punten)

Stel: TNT beslist ondanks de afwijzing van de ondernemingsraad conform haar voornemen. Zij legt hieraan zwaarwegende bedrijfseconomische omstandigheden ten grondslag. Kan de ondernemingsraad hiertegen in beroep? Zo ja, bij welke rechter en op basis van welke norm beslist die rechter daarover?

Over het onderdeel ‘intellectueel eigendomsrecht’

Open vraag 3 (totaal vijf punten)

Afgelopen najaar vond de rechter dat Kathy (links) inbreuk maakte op het auteursrecht én op het merkrecht op Nijntje (rechts).

Deelvraag 1 (twee punten)

Hoe zal de rechter zijn oordeel hebben onderbouwd (met wetgeving en rechtspraak) ten aanzien van het auteursrecht?

Deelvraag 2 (drie punten)

Hoe zal de rechter zijn oordeel hebben onderbouwd (met wetgeving en rechtspraak) ten aanzien van het merkrecht?

Antwoordindicatie

Meerkeuzevragen

  1. B

  2. C

  3. C

  4. D

  5. A

  6. D

  7. A

  8. C

  9. C

  10. B

  11. A

  12. B

  13. B

  14. B

  15. A

  16. C

  17. A

  18. D

  19. C

  20. A

  21. C

  22. A

  23. A

  24. B

  25. C

Open vragen

Open vraag 1

Deelvraag 1.1 (waarde één punt)

Op hoeveel leden van de raad van commissarissen is het zogenoemde versterkte aanbevelingrecht van toepassing?

Art. 2:158 lid 6 BW: twee leden (‘Indien het getal der leden van de raad van commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het naastgelegen lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen voor de vaststelling van het aantal leden waarvoor dit versterkte recht van aanbeveling geldt’).

Deelvraag 1.2 (waarde twee punten)

De algemene vergadering van aandeelhouders wil een besluit nemen tot wijziging van de statuten waarbij de benoemingstermijn van de leden van raad van commissarissen wordt verlengd van vier naar zes jaar. Kan dit?

Art. 2:161 lid 1 BW: nee (‘Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden’).

Deelvraag 1.3 (waarde twee punten)

De algemene vergadering van aandeelhouders is het oneens met de wijze waarop de raad van commissarissen zijn taken uitoefent. Op welke twee manieren kan de algemene vergadering op grond van de bepalingen in de structuurregeling commissarissen (doen) ontslaan?

Art. 2:161 lid 2 BW: ‘De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van artikel 158’.

of: art. 2:161a lid 1 en 3 BW: ‘De algemene vergadering kan bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen’, ‘Het besluit bedoeld in lid 1 heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van de raad van commissarissen tot gevolg’.

Open vraag 2 (totaal vijf punten)

Deelvraag 2.1 (waarde twee punten)

Dient TNT de ondernemingsraad te vragen een oordeel te geven over het voorgenomen besluit tot collectief ontslag? Zo ja, op grond van welke wetsbepaling?

Artikel 25 lid 1 sub c of d WOR (adviesrecht)

Deelvraag 2.2 (waarde drie punten)

Stel: TNT beslist ondanks de afwijzing van de ondernemingsraad conform haar voornemen. Zij legt hieraan zwaarwegende bedrijfseconomische omstandigheden ten grondslag. Kan de ondernemingsraad hiertegen in beroep? Zo ja, bij welke rechter en op basis van welke norm beslist die rechter daarover?

Beroep mogelijk bij de Ondernemingskamer ex. artikel 26 lid 1 WOR. De Ondernemingskamer beslist op basis van de norm of TNT bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het betrokken besluit had kunnen komen (artikel 26 lid 4 WOR).

Open vraag 3 (totaal vijf punten)

Deelvraag 1 (twee punten)

Hoe zal de rechter zijn oordeel hebben onderbouwd (met wetgeving en rechtspraak) ten aanzien van het auteursrecht?

(antwoord 1: art. 13 Aw, op basis van arrest Accordo/Tros, overeenstemmende totaal- indrukken die het gevolg zijn van overgenomen auteursrechtelijk beschermde trekken, die niet voldoende verschillen om Kathy een zelfstandig werk te doen zijn)

Deelvraag 2 (drie punten)

Hoe zal de rechter zijn oordeel hebben onderbouwd (met wetgeving en rechtspraak) ten aanzien van het merkrecht?

(antwoord 2: art. 2.20 lid 1 sub b, c of d BVIE, verwarringsgevaar en ongerechtvaardigd voordeeltrekken, kielzog varen, L’Oreal/Bellure

Access: 
Public
Check more of this topic?
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Image

This content is also used in .....

Onderneming en Recht - UL - B2 - Oefenbundel - Gedeelte Onderneming & Recht

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit winter 2018

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit winter 2018


Vragen

Vraag 1

Verhuisbedrijf Major Movers BV, gevestigd te Rotterdam (Zuid-Holland) verhuist spullen in zowel Nederland als de rest van de wereld. Daarnaast biedt Major Movers BV ook de mogelijkheid om spullen tijdelijk op te slaan in de pakhuizen die ze hebben. Dankzij de aantrekkende economie krijgt het verhuisbedrijf veel nieuwe opdrachten van expats die van en naar Nederland verhuizen, de spullen moeten vaken tijdelijk opgeslagen worden in de pakhuizen. Het bestuur van Major Movers BV, bestaande uit Dijkhuizen (voorzitter), Palboom (financieel directeur) en Redding (technisch directeur) besluit daarom een nieuwe opslagloods te laten bouwen. Dijkhuizen en Redding geven bouwbedrijf BUILD NV opdracht tot de bouw van een nieuw pakhuis; de totale bouwkosten bedragen 550.000 euro. Door de enorme werkdruk vergeet het bestuur de Raad van Commissarissen hierover te informeren en goedkeuring te vragen. Redding herinnert Dijkhuizen hier diverse keren aan, maar laat het vervolgens rusten. Als de voorzitter van de Raad van Commissarissen, Niklaassen, het bericht in de plaatselijk krant leest is hij dan ook verontwaardigd.

Hij en de andere twee commissarissen eisen tekst en uitleg van het bestuur, temeer als blijkt dat een ander bouwbedrijf het pakhuis aanzienlijk goedkoper had kunnen bouwen.
De statuten van Major Movers BV bevatten de volgende bepalingen die voor de beantwoording van belang kunnen zijn:

  • De naam van de vennootschap: Major Movers BV;
  • Vertegenwoordigingsbevoegdheid: Naast het bestuur is de voorzitter samen met een medebestuurder bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen;
  • Commissarissen: De vennootschap heeft een Raad van Commissarissen bestaande uit minimaal één en maximaal drie commissarissen;
  • Besluiten: Investeringen boven 200.000 euro moeten worden goedgekeurd door de commissarissen.

Aan alle inschrijvingsverplichtingen is voldaan.

Deelvraag 1.1 (2 pnt)

Is het door het bestuur van Major Movers BV genomen besluit geldig, nietig of vernietigbaar? Geef een korte toelichting.

Deelvraag 1.2 (4 pnt)

Is Major Movers BV gebonden aan het contract met BUILD NV? Motiveer uw antwoord met gebruikmaking van het stappenplan. Uw antwoord op deelvraag 1.1 hoeft u niet in de beantwoording mee te nemen.

Deelvraag 1.3 (4 pnt)

Ziet u mogelijkheden de bestuurders van Major Mvoers BV aansprakelijk te stellen? Besteed in uw antwoord in ieder geval aandacht aan de volgende aspecten: de wettelijke grondslag, wie i.c. de bestuurders aansprakelijk kan/kunnen stellen en wie van de bestuurders aansprakelijk kan/kunnen worden gesteld.

Vraag 2

De drie kamergenoten Linda, Roos en Jessica wonen samen met nog een aantal andere pas afgestudeerden in een gezamenlijke woning in het centrum van Amsterdam. Ze zijn handig met een camera en besluiten over hun leven in de Amsterdamse mode wereld te gaan vloggen. De hype slaat snel aan en de dames krijgen al snel meer dan een miljoen subscribers. De drie designers kiezen ervoor hun vlogs voortaan te publiceren onder de naam ‘Lavish Styles vof’ om zo nog meer naamsbekendheid te verwerven.

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit lente 2018

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit lente 2018


Vragen

Vraag 1

Ali Achaboun is stucadoor en doet opdrachten voor de mensen die het best betalen. Ali zou alleen inmiddels ook wel wat mensen voor hem willen laten werken.. Daarom besluit Ali een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op te richten. Nog voordat de vennootschap is opgericht neemt Ali op 1 februari 2017 drie stukadoors aan aan en tekent de arbeidsovereenkomsten in naam van Smooth Sailing BV i.o. Ook tekent Ali in naam van de op te richten BV op 1 februari 2017 een overeenkomst van opdracht met BOOM Builders BV om een stel muren af te werken in drie recent gebouwde appartementen. Die nieuwe werknemers gaan direct aan de slag met het nodige stucwerk.
Op 15 maart 2017 wordt Smooth Sialing BV bij notariële akte opgericht. Ali Achaboun neemt 100 aandelen met een nominale waarde van € 1,- per aandeel en wordt (naast enig aandeelhouder) tevens de bestuurder van Smooth Sailing BV. In die hoedanigheid bekrachtigt Ali Achaboun op de dag van de oprichting van de BV de overeenkomst van opdracht met BOOM Builders BV, maar niet de overeenkomsten met de twee stucadoors die hij had aangenomen.

Deelvraag 1.1 (2 pnt)

Kunt u aangeven wat het geplaatst kapitaal van Smooth Sailing BV op 15 maart 2017 is? Zo nee, welke informatie ontbreekt? Verwijs naar relevante wetgeving.

Deelvraag 1.2 (3 pnt)

Is Smooth Sailing BV gebonden aan de met de twee werknemers gesloten arbeidsovereenkomsten? Leg uit waarom wel of juist niet

Deelvraag 1.3 (4 pnt)

De zaken gaan goed en Ali Achaboun wil wat gaan uitbreiden. Hij zoekt en vindt een zakelijke partner in Hans Kretteman. Ze komen overeen dat Ali 49 van zijn 100 aandelen overdraagt aan Hans tegen betaling van €1.500,- per aandeel. De statuten van Smooth Sailing BV bevatten geen bijzondere bepalingen over de overdracht van aandelen.

Leg aan de hand van relevante wettelijke bepalingen uit op welke wijze Ali Achaboun de aandelen rechtsgeldig kan overdragen aan Hans Kretteman en wanneer hij zijn aandeelhoudersrechten kan uitoefenen.

Deelvraag 1.4 (8 pnt)

Na bijna twee jaar gaan de zaken toch iets slechter en wordt het voor Ali Achaboun wel wat lastiger. De vennootschap heeft inmiddels 40 werknemers in dienst die werkzaam zijn op tien verschillende plekken om daar het stucwerk te doen. Door allerlei fouten wordt het stucwerk echter vaak zeer halfbakken gedaan waardoor opdrachtgevers weigeren te betalen tenzij de zaken rechtgezet worden, Ali raakt hier qua cashflow flink mee in de problemen en kan de salairissen niet meer betalen. Op 25 februari 2018 wordt Smooth Sailing BV failliet verklaard. De curator, mr. Knaak, gaat direct op zoek naar de administratie, maar merkt al snel dat deze zeer gering is en kan alleen een paar van de contracten vinden die Smooth Sailing heeft getekend.

Kan mr. Knaak de bestuurder van

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2017

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2017


Vragen

Vraag 1

Scheepsbouw Harlingen BV exploiteert in Harlingen een aantal scheeps- werven waar zij kleine vissersschepen bouwt. Zij wil één van deze scheepswerven uitbreiden om ook middelgrote vissersschepen te kunnen bouwen. Scheepsbouw Harlingen BV heeft onvoldoende middelen om de uitbreiding te kunnen financieren. Om de uitbreiding toch mogelijk te ma- ken, gaat zij samenwerken met Urk Schepen BV, die ook een aantal scheepswerven exploiteert. Scheepsbouw Harlingen BV en Urk schepen BV komen overeen dat Urk Schepen BV gaat participeren in de scheepswerf in Harlingen. Urk Schepen BV stelt € 20.000.000,- ter beschikking en Scheepsbouw Harlingen BV wijzigt de eigendomsverhouding van de scheepswerf door de scheepswerf in mede-eigendom over te dragen aan Urk Schepen BV. De waarde van de scheepswerf is € 20.000.000,-. Scheepsbouw Harlingen BV en Urk Schepen BV komen ook overeen dat eventuele winst die de scheepswerf maakt gelijk tussen hen zal worden verdeeld, maar dat Scheepsbouw Harlingen BV alle eventuele verliezen die de scheepswerf lijdt voor haar rekening zal nemen. Scheepsbouw Harlingen BV en Urk Schepen BV geven uit overwegingen van concurrentie geen ruchtbaarheid aan hun samenwerking. De leiding over de scheepswerf leggen zij in handen van een door hen samen aangesteld managementteam.

Deelvraag 1.1 (7 pnt)

Hoe kwalificeert u de samenwerking tussen Scheepsbouw Harlingen BV en Urk Schepen BV in ondernemingsrechtelijke zin ? Motiveer uw antwoord aan de hand van het stappenplan.

Deelvraag 1.2 (3 pnt)

Na vijf jaar besluiten Scheepsbouw Harlingen BV en Urk Schepen BV hun samenwerking te beëindigen. Scheepsbouw Groningen BV zal de scheeps- werf alleen voortzetten. Scheepsbouw Harlingen BV en Urk Schepen BV komen overeen dat Scheepsbouw Harlingen BV te scheepswerf (die inmiddels een waarde heeft van € 30.000.000,-) weer in eigendom zal verkrijgen, dat Urk Schepen BV € 20.000.000,- zal ontvangen, en dat de winst na betaling van alle openstaande vorderingen van derden tussen hen beide zal worden verdeeld. Nadat alle vorderingen van derden zijn voldaan, blijkt uit de eindbalans dat de volgende activa resteren:

  • scheepswerf: waarde: € 30.000.000,-
  • positief saldo bankrekening: € 40.000.000,-.

Hoe wordt het vermogen tussen Scheepswerf Harlingen en Urk Schepen BV verdeeld ?

Deelvraag 1.3 (2 pnt)

In dit geval waren Scheepsbouw Harlingen BV en Urk Schepen BV overeengekomen dat Scheepsbouw Harlingen BV alle eventuele verliezen die de scheepswerf lijdt voor haar rekening zal nemen. Hoe beoordeelt u de (in dit geval niet gemaakte) afspraak die zou inhouden dat Scheepsbouw Harlingen BV niet alleen alle eventuele verliezen voor haar rekening zal nemen, maar ook alle eventuele winst die de scheepswerf maakt zal krijgen?

Vraag 2

De structuurvennootschap Drukkerij en Uitgeverij Lezen BV geeft boeken en tijdschriften uit in tien verschillende talen. Het bestuur bestaat uit P. Colden (Chief executive officer (CEO)), A. Yildrim (Chief financial officer (CFO)) en K. Van Straten (Chief operational officer (COO)). De raad van

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2016

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2016


Vragen

Vraag 1 (totale waarde 14 punten)

De research and development-afdeling van Samsung heeft revolutionair onderzoek verricht naar het verduurzamen van batterijen en accu’s. Deze batterijen en accu’s zijn interessant voor de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden. Vele autofabrikanten zijn geïnteresseerd in de producten van Samsung en willen een samenwerking aangaan met Samsung. Uiteindelijk bereiken Samsung en Audi overeenstemming. De R&D- afdelingen van beide multinationals gaan samenwerken in de verdere ontwikkeling van duurzame batterijen en accu’s. De partners verwachten grote belangstellingvoor hun product. Er wordt gekozen voor het oprichten van een N.V., genaamd Green Roads N.V. De kosten voor de ontwikkeling zullen beide partners naar rato dragen en tevens zullen zij naar rato delen in de winsten. Aangezien Samsung de uitvinder van het product is, wil Samsung een meerderheidsbelang houden. Samsung verkrijgt 60% van de aandelen en Audi 40% van de aandelen. Het maatschappelijk kapitaal van Green Roads N.V. bedraagt EUR 2.300.000. Het geplaatst en volgestort kapitaal bedraagt EUR 2.000.000. De nominale waarde van een aandeel is EUR 1000. De vennootschap kent slechts aandelen op naam. Na jaren van ontwikkeling is het eerste prototype van de nieuwe elektrische auto klaar voor gebruik. Het nieuwe elektrisch rijden blijkt met name interessant voor busvervoer. Zodoende raken partijen in gesprek met Arriva en Arriva besluit een samenwerking aan te gaan met beide multinationals. Besloten wordt dat Green Roads N.V. 4000 400 aandelen met een totale waarde van EUR 400.000 uitgeeft aan Arriva.

Vraag 1a (waarde 7 punten)

Partijen nemen contact met u op als juridisch adviseur om de participatie van Arriva in Green Roads N.V. te verwezenlijken en vragen u om een stappenplan te maken. Geef kort weer welke handelingen moeten worden verricht om Arriva voor EUR 400.000 te laten participeren in de vennootschap. U hoeft niet in te gaan op de details over het bijeenroepen en vergaderen van het bevoegde orgaan.

Vraag 1b (waarde 2 punten)

In vervolg op het toetreden van Arriva als nieuwe aandeelhouder besluit de algemene vergadering van Green Roads N.V. over te gaan tot een statutenwijziging. In de statuten komt de volgende bepaling te staan:

‘Het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van de algemene vergadering van de vennootschap’.

Vervolgens geeft de algemene vergadering het bestuur de aanwijzing om een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met Siemens. Is deze aanwijzing bindend voor bestuur?

De populariteit van elektrisch rijden neemt toe. Dit zorgt voor verschillende concurrenten op de markt. Eén van de grote concurrenten op de markt is EletroCar B.V. De aandeelhouders van Green Roads N.V. en ElectroCar B.V. zijn de moordende concurrentie zat en na vele intensieve gesprekken besluiten zij per 1 juli 2016 verder te gaan als één nieuwe rechtspersoon genaamd Electro Roads N.V.

Vraag 1c (waarde 5 punten)

Hoe kwalificeert u in casu het samengaan tussen

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2016 (2)

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2016 (2)


Vragen

Vraag 1 (totale waarde 10 punten)

‘Stichting Kinderboerderij Leiden Oost’ is opgericht door de schatrijke mevrouw Altena. Mevrouw Altena heeft € 250.000,- beschikbaar gesteld aan de stichting met de bedoeling dat kinderen uit de buurt gratis naar de kinderboerderij kunnen gaan. De stichting huurt een stuk grond met de daarop staande boerderij en heeft een groot aantal dieren, waaronder kippen, eenden, geiten, konijnen, hamsters en pony’s. Mevrouw Altena is in de oprichtingsakte van de stichting tot eerste en enige bestuurder benoemd. De statuten van de stichting bepalen dat zij (bij terugtreden) wordt opgevolgd door één van haar neven, te beginnen met de oudste neef.

Vraag 1a (waarde 5 punten)

Is de kinderboerderij een onderneming die in het handelsregister moet worden ingeschreven? Beantwoord de vraag door te toetsen aan alle elementen van het relevante ondernemingsbegrip.

Na het terugtreden van mevrouw Altena neemt haar oudste neef, de heer Zwiers, het bestuur van de stichting op zich. De heer Zwiers vindt dat het tijd wordt om de stichting een meer professioneel en democratisch karakter te geven. In de eerste plaats besluit hij dat kinderen niet langer gratis naar de kinderboerderij kunnen gaan, maar alleen wanneer hun ouders/verzorgers een jaarlijkse contributie van 10 euro betalen. In de tweede plaats besluit hij een ‘vergadering van ouders/verzorgers’ in te stellen die binnen de stichting een groot aantal bevoegdheden krijgt. Die bevoegdheden zijn onder meer het benoemen en ontslaan van bestuurders van de stichting en van de leden van een raad van toezicht, het vaststellen van de jaarrekening van de stichting, en het nemen van een aantal beslissingen waaronder: het wijzigen van de statuten, het aangaan en opzeggen van huurovereenkomsten, beslissingen over samenwerking en fusie, het invoeren van contributies en het vaststellen van de hoogte daarvan, en ontbinding van de stichting.

Vraag 1b (waarde 5 punten)

Welk gevolg kunnen de besluiten van de heer Zwiers hebben voor het voortbestaan van de stichting?

Vraag 2 (waarde 8 punten)

Arjen, Dilber en Geert hebben als hobby het ontwikkelen van computergames. In de zomer van 2016 besluiten zij dit voortaan samen te gaan doen. Arjen en Dilber stellen elk een startkapitaal ter beschikking en zullen samen computergames gaan ontwikkelen. Ook spreken beiden af de winst die zij met de verkoop van de computergames hopen te maken onderling te verdelen. Geert zal incidenteel op verzoek van Arjen en Dilber tegen een vaste vergoeding per uur meewerken aan het ontwikkelen van de computergames. Onderling gebruiken Arjen, Dilber en Geert voor hun samenwerking de naam “Dutch Game Projects”.

Vraag 2 (waarde 8 punten)

Kwalificeer de samenwerking als rechtsvorm. Motiveer uw antwoord op basis van de gegeven

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2013

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2013


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

Welke stelling is juist?

  1. Een binnen een NV of BV genomen besluit tot uitgifte van aandelen boven het bedrag van het maatschappelijk kapitaal, en een binnen een NV of BV genomen besluit tot benoeming van een rechtspersoon tot commissaris zijn beide vernietigbaar;
  2. Een binnen een NV of BV genomen besluit tot uitgifte van aandelen boven het bedrag van het maatschappelijk kapitaal is vernietigbaar, en een binnen een NV of BV genomen besluit tot benoeming van een rechtspersoon tot commissaris is nietig;
  3. Een binnen een NV of BV genomen besluit tot uitgifte van aandelen boven het bedrag van het maatschappelijk kapitaal is nietig, en een binnen een NV of BV genomen besluit tot benoeming van een rechtspersoon tot commissaris is vernietigbaar;
  4. Een binnen een NV of BV genomen besluit tot uitgifte van aandelen boven het bedrag van het maatschappelijk kapitaal, en een binnen en NV of BV genomen besluit tot benoeming van een rechtspersoon tot commissaris zijn beide nietig.

Vraag 2

In zijn arrest van 13 juli 2007, NJ 2007, 434 (ABN AMRO/LaSalle) heeft de Hoge Raad beslist:

  1. Dat het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van de algemene vergadering van de vennootschap, en dat de algemene vergadering – behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen – niet verplicht is het bestuur vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe de algemene vergadering bevoegd is;
  2. Dat het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van de algemene vergadering van de vennootschap, en dat het bestuur – behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen – verplicht is de algemene vergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is;
  3. Dat het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschap, en dat het bestuur – behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen – niet verplicht is de algemene vergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is;
  4. Dat het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschap, en dat het bestuur – behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen – verplicht is de algemene vergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is.

Vraag 3

In de statuten van Nautilus NV staat onder meer dat de vennootschap slechts kan worden vertegenwoordigd door de bestuurders Piet en Jan gezamenlijk (een zogenoemde tweehandtekeningenclausule). Deze beperking

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2013 (2)

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2013 (2)

Meerkeuzevragen

Multiple choice vragen over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

Bij de benoeming van de leden van een raad van commissarissen van een naamloze of besloten vennootschap die onder de structuurregeling valt

  1. Hebben de algemene vergadering en de ondernemingsraad een aanbevelingsrecht, maar voor een derde van het aantal leden moet de raad van commissarissen in beginsel de door de algemene vergadering aanbevolen persoon overnemen;
  2. Hebben de algemene vergadering en de ondernemingsraad een aanbevelingsrecht, maar voor een derde van het aantal leden moet de raad van commissarissen in beginsel de door de ondernemingsraad aanbevolen persoon overnemen;
  3. Hebben de algemene vergadering en de ondernemingsraad een aanbevelingsrecht, maar voor de helft van het aantal leden moet de raad van commissarissen in beginsel de door de algemene vergadering aanbevolen persoon overnemen;
  4. Hebben de algemene vergadering en de ondernemingsraad een aanbevelingsrecht, maar steeds voor een derde van het aantal leden moet de raad van commissarissen in beginsel de door de algemene vergadering of de ondernemingsraad aanbevolen persoon overnemen.

Vraag 2

Welke stelling is juist over de benoeming van bestuurders van een naamloze vennootschap en een besloten vennootschap die niet onder de structuurregeling valt?

  1. De benoeming van bestuurders van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap gebeurt altijd door de gehele algemene vergadering;
  2. De benoeming van bestuurders van een naamloze vennootschap gebeurt altijd door de gehele algemene vergadering, de benoeming van bestuurders van een besloten vennootschap gebeurt door de algemene vergadering of door een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding;
  3. De benoeming van bestuurders van een naamloze vennootschap gebeurt door de algemene vergadering of door een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, de benoeming van bestuurders van een besloten vennootschap gebeurt altijd door de gehele algemene vergadering;
  4. De benoeming van bestuurder van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap gebeurt door de algemene vergadering of door een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding.

Vraag 3

De uitkoopregeling

  1. Geeft een aandeelhouder van een naamloze vennootschap de mogelijkheid een vordering in te stellen tegen zijn mede-aandeelhouders tot overdracht van hun aandelen, mits hij voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatst kapitaal verschaft en hij ten minste 95% van de stemrechten in de algemene vergadering kan uitoefenen;
  2. Geeft een aandeelhouder van een besloten vennootschap de mogelijkheid een vordering in te stellen tegen zijn mede-aandeelhouders tot overdracht van hun aandelen, mits hij voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatst kapitaal verschaft en hij ten minste 95% van de stemrechten in de algemene vergadering kan uitoefenen;
  3. Geeft een aandeelhouder van een naamloze vennootschap de mogelijkheid een vordering in te stellen tegen zijn mede-aandeelhouders tot overdracht van hun aandelen, mits hij
.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2012

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2012


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

Welke stelling is juist?

  1. Zowel inbreng door de vennoten van een personenvennootschap als storting op aandelen door de aandeelhouders van een naamloze of besloten vennootschap kan bestaan uit arbeid;
  2. Inbreng door de vennoten van een personenvennootschap kan wel, maar storting op aandelen door de aandeelhouders van een naamloze of besloten vennootschap kan niet bestaan uit arbeid;
  3. Inbreng door de vennoten van een personenvennootschap kan niet, maar storting op aandelen door de aandeelhouders van een naamloze of besloten vennootschap kan wel bestaan uit arbeid;
  4. Noch inbreng door de vennoten van een personenvennootschap noch storting op aandelen door de aandeelhouders van een naamloze of besloten vennootschap kan bestaan uit arbeid.

Vraag 2

Welke stelling is juist?

  1. In een openbare maatschap en in een vennootschap onder firma kunnen zowel beroepsactiviteiten als bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend;
  2. In een openbare maatschap kunnen alleen beroepsactiviteiten worden uitgeoefend en in een vennootschap onder firma kunnen alleen bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend;
  3. In een openbare maatschap kunnen alleen bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend en in een vennootschap onder firma kunnen alleen beroepsactiviteiten worden uitgeoefend;
  4. In een openbare maatschap kunnen alleen beroepsactiviteiten worden uitgeoefend en in een vennootschap onder firma kunnen zowel beroepsactiviteiten als bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend.

Vraag 3

Welke stelling is juist?

  1. Een vennoot van een maatschap of van een vennootschap onder firma is zonder volmacht van de andere vennoten niet bevoegd de andere vennoten te vertegenwoordigen;
  2. Een vennoot van een maatschap is zonder volmacht van de andere vennoten niet bevoegd de andere vennoten te vertegenwoordigen, maar een vennoot van een vennootschap onder firma is zonder volmacht van de andere vennoten wel bevoegd de andere vennoten te vertegenwoordigen;
  3. Een vennoot van een maatschap is zonder volmacht van de andere vennoten wel bevoegd de andere vennoten te vertegenwoordigen, maar een vennoot van een vennootschap onder firma is zonder volmacht van de andere vennoten niet bevoegd de andere vennoten te vertegenwoordigen;
  4. Een vennoot van een maatschap of van een vennootschap onder firma is zonder volmacht van de andere vennoten bevoegd de andere vennoten te vertegenwoordigen.

Vraag 4

Uitkering van winst aan de aandeelhouders van een naamloze of besloten vennootschap is mogelijk:

  1. Wanneer uit de winst- en verliesrekening blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het gebonden vermogen, dat wordt gevormd door het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal;
  2. Wanneer uit de winst- en verliesrekening blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het gebonden vermogen, dat wordt gevormd door het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de verplichte reserves;
  3. Wanneer uit de balans blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het gebonden vermogen, dat wordt gevormd door het
.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2012 (2)

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2012 (2)


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

Welke stelling is juist?

  1. Een vennoot van een maatschap is bevoegd individueel zowel beheershandelingen als beschikkingshandelingen te verrichten;
  2. Een vennoot van een maatschap is wel bevoegd individueel beheershandelingen te verrichten maar niet bevoegd individueel beschikkingshandelingen te verrichten;
  3. Een vennoot van een maatschap is niet bevoegd individueel beheershandelingen te verrichten maar wel bevoegd individueel beschikkingshandelingen te verrichten;
  4. Een vennoot van een maatschap is niet bevoegd individueel beheershandelingen of beschikkingshandelingen te verrichten.

Vraag 2

Welke stelling is juist?

  1. Zowel de vennoten van een maatschap als de vennoten van een vennootschap onder firma zijn voor de schulden van de personenvennootschap voor gelijke delen aansprakelijk;
  2. De vennoten van een maatschap zijn voor de schulden van de personenvennootschap voor gelijke delen aansprakelijk, maar de vennoten van een vennootschap onder firma zijn voor de schulden van de personenvennootschap hoofdelijk aansprakelijk;
  3. De vennoten van een maatschap zijn voor de schulden van de personenvennootschap hoofdelijk aansprakelijk, maar de vennoten van een vennootschap onder firma zijn voor de schulden van de personenvennootschap voor gelijke delen aansprakelijk;
  4. Zowel de vennoten van een maatschap als de vennoten van een vennootschap onder firma zijn voor de schulden van de personenvennootschap hoofdelijk aansprakelijk.

Vraag 3

Welke stelling is juist?

  1. Wanneer een commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt wordt die vennoot voor gelijke delen aansprakelijk voor de schulden van de commanditaire vennootschap;
  2. Wanneer een commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt wordt die vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de commanditaire vennootschap;
  3. Wanneer een commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt wordt die vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de commanditaire vennootschap voor zover die schulden niet door de gewone vennoten kunnen worden voldaan;
  4. Wanneer een commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt heeft dat niet tot gevolg dat die vennoot aansprakelijk wordt voor de schulden van de commanditaire vennootschap.

Vraag 4

De statuten van een naamloze of besloten vennootschap bevatten de volgende bepalingen over de vertegenwoordigingsbevoegdheid:

(1) Bestuurder X is niet bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen;

(2) Bestuurder Z is slechts bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen na goedkeuring van de algemene vergadering.

De inhoud van deze statutaire bepalingen is ook gepubliceerd in het handelsregister.

Welke stelling is juist?

  1. Zowel de bepaling onder (1) als de bepaling onder (2) hebben externe werking;
  2. De bepaling onder (1) heeft wel externe werking, maar de bepaling onder (2) heeft geen externe werking;
  3. De bepaling onder (1) heeft geen externe werking, maar de bepaling onder (2) heeft wel externe werking;
  4. De bepaling onder (1) en de bepaling onder (2) hebben geen van beide externe werking.

Vraag 5

In een enquêteprocedure kan de Ondernemingskamer oordelen dat sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid van een rechtspersoon

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2011

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2011


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

Welke stelling is juist?

  1. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, en in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht;
  2. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, maar in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht;
  3. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten niet verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, maar in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht;
  4. In een openbare en een stille vennootschap zijn de vennoten niet verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, en in een besloten vennootschap en een naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht.

Vraag 2

Een commanditaire vennoot van een commanditaire vennootschap is als regel:

  1. Bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen;
  2. Slechts bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen indien hij in eigen naam handelt;
  3. Niet bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen;
  4. Niet bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen, tenzij hij in naam van de vennootschap handelt.

Vraag 3

Een openbare vennootschap:

  1. Heeft altijd rechtspersoonlijkheid;
  2. Heeft nooit rechtspersoonlijkheid;
  3. Kan reeds vanaf haar totstandkoming rechtspersoon zijn;
  4. Kan alleen na haar totstandkoming rechtspersoonlijkheid verkrijgen.

Vraag 4

De Hoge Raad heeft in zijn oudere rechtspraak enkele beslissingen gegeven over de verhouding tussen de organen van een naamloze vennootschap en de verantwoordelijkheden van die organen. In dit verband zijn onder meer de uitspraken van 1 april 1949, NJ 1949, 465 inzake Doetinchemse IJzergieterij en van 21 januari 1955, NJ 1959, 43 inzake Forum-Bank van belang. Welke stelling juist?

  1. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen voorrang moet geven aan het belang van een aandeelhouder wanneer dat belang botst met het belang van de vennootschap, en besliste in Forum-Bank dat de algemene vergadering van aandeelhouders de vrijheid heeft de grenzen van haar bevoegdheid zoals die in de wet en de statuten zijn neergelegd te negeren;
  2. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen voorrang moet geven aan het belang van de vennootschap wanneer dat belang botst met het belang van een aandeelhouder, en besliste in Forum-Bank dat de algemene vergadering van aandeelhouders de vrijheid heeft de grenzen van haar bevoegdheid zoals die in de wet en de statuten zijn neergelegd te negeren;
  3. De Hoge Raad besliste in Doetinchemse IJzergieterij dat de raad van commissarissen
.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2011 (2)

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2011 (2)


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel ‘vennootschapsrecht’

Vraag 1

De broers Jan, Piet en Kees van der Grinten zijn de drie vennoten in de openbare vennootschap Schildersbedrijf Van der Grinten. De drie vennoten hebben afgesproken dat Kees alleen met Jan of Piet samen overeenkomsten boven 2.500 euro namens de vennootschap aan mag gaan. Ze hebben die beperking bovendien ingeschreven in het handelsregister. In strijd met de ingeschreven beperking koopt Kees een bedrijfsauto van 10.000 euro namens de vennootschap. Wat is juist?

  1. Iedere vennoot in een openbare vennootschap is bevoegd om de vennootschap te vertegenwoordigen, dus de beperking in het handelsregister kan niet aan Kees worden tegengeworpen;
  2. De vennootschap is aan de koop gebonden, want de onderlinge afspraken tussen vennoten in een openbare vennootschap hebben alleen interne werking;
  3. De beperking in de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Kees heeft door de inschrijving in het handelsregister externe werking, dus de vennootschap is niet gebonden aan de koop;
  4. Door het afgescheiden vermogen kan Kees door de verkoper van de bedrijfsauto tot niet meer dan zijn inbreng in de vennootschap worden aangesproken.

Vraag 2

Welke van de onderstaande vennootschappen dient meer dan één aandeelhouder c.q. vennoot te hebben:

  1. De besloten vennootschap;
  2. De naamloze vennootschap;
  3. De structuurvennootschap;
  4. De openbare vennootschap.

Vraag 3

De benoeming van een bestuurder van een besloten vennootschap waarop de structuurregeling niet van toepassing is:

  1. Vindt plaats door middel van een besluit van de algemene vergadering;
  2. Vindt plaats door middel van een besluit van de algemene vergadering en houdt per definitie in dat met de bedoelde bestuurder een arbeidsovereenkomst tot stand komt;
  3. Vindt plaats door middel van een besluit van de algemene vergadering en geldt altijd voor een duur van 4 jaar (met de mogelijkheid van herbenoeming);
  4. Laat de wet over aan de statuten.

Vraag 4

De huidige wettelijke regeling van de besloten vennootschap bepaalt dat iedere aandeelhouder in de algemene vergadering ten minste één stem heeft, en dat een aandeelhouder niet geheel kan worden uitgesloten van het delen in de winst. Welke stelling is juist met betrekking tot de toekomstige regeling van de zogenoemde flex-BV (wetsvoorstel 31 058 tot vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht)?

  1. De genoemde regelingen over het stemrecht en over het recht op het delen in de winst blijven ongewijzigd;
  2. Een flex-BV kan zowel stemrechtloze aandelen als winstrechtloze aandelen hebben;
  3. Een flex-BV kan wel stemrechtloze aandelen hebben maar kan geen winstrechtloze aandelen hebben;
  4. Een flex-BV kan geen stemrechtloze aandelen hebben maar kan wel winstrechtloze aandelen hebben

Vraag 5

De wettelijke regeling van de naamloze vennootschap en van de besloten vennootschap bepaalt dat het bestuur en de raad van commissarissen aan de algemene vergadering van aandeelhouders alle door de algemene vergadering verlangde inlichtingen moeten verschaffen, tenzij een zwaarwichtig belang

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2010

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2010


Meerkeuzevragen

Over het onderdeel personenvennootschappen

Vraag 1

Welke stelling is onjuist?

  1. Wat de statuten zijn voor de NV/BV, is de vennootschapsovereenkomst voor de personenvennootschap.
  2. De vennootschapsovereenkomst van een stille vennootschap of een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid is vormvrij.
  3. Bij ontbinding en vereffening hebben de vennoten van een personenvennootschap, net als de aandeelhouders van een NV/BV, een achtergestelde positie.
  4. Anders dan bij aandeelhouders in een NV/BV kan een privéschuldeiser van een vennoot in een personenvennootschap zich ook verhalen op diens aandeel in het vennootschapsvermogen.

Vraag 2

Tot het eigen vermogen van een BV behoort respectievelijk behoren niet:

  1. Het geplaatste kapitaal.
  2. Agio.
  3. Statutaire reserves.
  4. Voorzieningen.

Vraag 3

Welke stelling is juist?

  1. Een NV/BV die alleen maar winst maakt heeft geen schulden.
  2. Het eigen vermogen is gelijk aan de nominale waarde van het geplaatste kapitaal.
  3. Zowel het bedrag van de schulden als van het aandelenkapitaal worden aan de passiefzijde van de balans opgevoerd.
  4. Agioreserve is een voorbeeld van een door de wet voorgeschreven, verplichte reserve.

Vraag 4

Voor welke van de hieronder genoemde alternatieven kent de wet een verzetsregeling voor crediteuren:

  1. Uitgifte van aandelen.
  2. Intrekking van aandelen.
  3. Inkoop van aandelen.
  4. Uitkering van dividend.

Vraag 5

Welke van de onderstaande stellingen is juist?

  1. Zowel prioriteitsaandelen als preferente aandelen zijn aandelen waaraan bijzondere zeggenschaprechten zijn toegekend met betrekking tot de besluitvorming in de algemene vergadering van aandeelhouders.
  2. Prioriteitsaandelen zijn aandelen waaraan bijzondere zeggenschaprechten zijn toegekend met betrekking tot de besluitvorming in de algemene vergadering van aandeelhouders, preferente aandelen zijn aandelen waarop uit de in een bepaald boekjaar behaalde winst eerst dividend wordt uitgekeerd voordat daarna uit het restant van de winst dividend op de gewone aandelen wordt uitgekeerd.
  3. Prioriteitsaandelen zijn aandelen waarop uit de in een bepaald boekjaar behaalde winst eerst dividend wordt uitgekeerd voordat daarna uit het restant van de winst dividend op de gewone aandelen wordt uitgekeerd, preferente aandelen zijn aandelen waaraan bijzondere zeggenschaprechten zijn toegekend met betrekking tot de besluitvorming in de algemene vergadering van aandeelhouders.
  4. Zowel prioriteitsaandelen als preferente aandelen zijn aandelen waarop uit de in een bepaald boekjaar behaalde winst eerst dividend wordt uitgekeerd voordat daarna uit het restant van de winst dividend op de gewone aandelen wordt uitgekeerd.

Vraag 6

Welke van de onderstaande stellingen is juist?

  1. Zowel de statuten van een NV als die van een BV moeten de overdraagbaarheid van aandelen beperken door middel van een blokkeringsregeling.
  2. De statuten van een NV moeten de overdraagbaarheid van aandelen aan toonder beperken door middel van een blokkeringsregeling, de statuten van een BV moeten de overdraagbaarheid van al haar aandelen beperken door middel van een blokkeringsregeling.
  3. De statuten van een NV mogen de overdraagbaarheid van aandelen op
.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2010 (2)

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2010 (2)


Meerkeuzevragen

Vraag 1

De bestuurders van een stichting worden benoemd:

  1. Door de algemene vergadering van aandeelhouders van de stichting.
  2. Door de algemene ledenvergadering van de stichting.
  3. Door degenen die uitkeringen ontvangen van de stichting.
  4. Op een wijze die is omschreven in de statuten van de stichting.

Vraag 2

De overeenkomst van vennootschap met betrekking tot de openbare vennootschap X houdt in dat besturend vennoot A niet bevoegd is om namens de vennootschap rechtshandelingen aan te gaan waarmee een bedrag of waarde van meer dan Euro 100.000 is gemoeid. Deze beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid:

  1. Kan geen externe werking hebben.
  2. Heeft externe werking, zelfs als de beperking niet in het handelsregister is ingeschreven.
  3. Heeft externe werking, mits de beperking in het handelsregister is ingeschreven.
  4. Heeft alleen externe werking als de wederpartij bij de rechtshandeling van de beperking op de hoogte was.

Vraag 3

De commanditaire vennoot:

  1. Behoeft in het verlies van de commanditaire vennootschap niet verder te delen dan tot het bedrag van hetgeen hij heeft ingebracht (of verplicht is in te brengen).
  2. Is voor de verbintenissen van de commanditaire vennootschap hoofdelijk verbonden.
  3. Is geen partij bij de overeenkomst van vennootschap.
  4. Is tevens gewoon vennoot.

Vraag 4

Welke van de onderstaande stellingen is juist?

  1. Zowel de vennoten van een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid als de vennoten van een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid zijn hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap.
  2. De vennoten van een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid zijn wel hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, de vennoten van een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid zijn niet hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap.
  3. De vennoten van een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid zijn niet hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, de vennoten van een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid zijn wel hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap.
  4. Noch de vennoten van een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid noch de vennoten van een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid zijn hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap.

Vraag 5

Stelling 1: Indien de notaris bij de oprichting van een NV/BV niet een zogeheten bankverklaring hecht aan de akte van oprichting is de NV/BV nietig.

Stelling 2: In het wetsvoorstel tot vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht wordt het verplichte minimumkapitaal bij oprichting van een BV gelijkgesteld met dat van een NV.

Welk alternatief is juist?

  1. Beide stellingen zijn juist.
  2. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
  3. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.
  4. Beide stellingen zijn onjuist.

Vraag 6

Jan en Sayed, twee Leidse rechtenstudenten, geven onder de naam “Jansa BV i.o.” juridisch advies aan startende ondernemers. Ten behoeve van hun online-dienstverlening sluit Jan namens de

.....read more
Access: 
Public
Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2009

Onderneming en Recht - UL - Oefententamen gedeelte onderneming & recht uit 2009


Meerkeuzevragen

Vraag 1

De eenmanszaak:

  1. Is een onderneming waarin geen personen krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam kunnen zijn.
  2. Behoort toe aan een natuurlijke persoon.
  3. Wordt opgericht bij notariële akte.
  4. Behoeft niet te worden ingeschreven in het handelsregister.

Vraag 2

Welke stelling is juist?

  1. Een naamloze vennootschap mag als hoofdregel aan haar aandeelhouders bewijzen van aandelen aan toonder afgeven ongeacht of aan de stortingplicht is voldaan.
  2. Een naamloze vennootschap mag aan haar aandeelhouders geen aandeelbewijzen afgeven.
  3. Een besloten vennootschap mag aan haar aandeelhouders bewijzen van aandelen op naam afgeven ongeacht of aan de stortingsplicht is voldaan.
  4. Een besloten vennootschap mag aan haar aandeelhouders geen aandeelbewijzen afgeven.

Vraag 3

Verkrijging door een besloten vennootschap van aandelen in haar kapitaal (“eigen aandelen”):

  1. Is als regel nietig.
  2. Kan zijn toegestaan, maar leidt tot vermindering van het geplaatste kapitaal van de vennootschap.
  3. Kan zijn toegestaan, maar de vennootschap kan op de verkregen eigen aandelen geen stemrecht uitoefenen.
  4. Geen van bovenstaande alternatieven is juist.

Vraag 4

Aandeelhouders van een NV en een BV hebben zowel het zogenoemde agenderingsrecht als het recht om (na machtiging door de voorzieningenrechter van de rechtbank) de algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen. Wat is in dit verband de algemene regel?

  1. Het agenderingsrecht en het recht om de algemene vergadering bijeen te roepen komt toe aan aandeelhouders die alleen of samen ten minste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
  2. Het agenderingsrecht komt toe aan aandeelhouders die alleen of samen ten minste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, het recht om de algemene vergadering bijeen te roepen komt toe aan aandeelhouders die alleen of samen ten minste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
  3. Het agenderingsrecht komt toe aan aandeelhouders die alleen of samen ten minste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, het recht om de algemene vergadering bijeen te roepen komt toe aan aandeelhouders die alleen of samen ten minste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
  4. Het agenderingsrecht en het recht om de algemene vergadering bijeen te roepen komt toe aan aandeelhouders die alleen of samen ten minste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.

Vraag 5

Welke stelling is juist met betrekking tot de regeling van de bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) van een NV in Boek 2 BW?

  1. De ava heeft zowel de bevoegdheid tot het goedkeuren van besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of de onderneming, als de exclusieve bevoegdheid het beleid op het terrein van de bezoldiging van het bestuur vast te stellen.
  2. De ava heeft wél de bevoegdheid tot het goedkeuren van besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van
.....read more
Access: 
Public
Onderneming & Recht: Samenvattingen, uittreksels, aantekeningen en oefenvragen - UL
Check how to use summaries on WorldSupporter.org


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Check related topics:
Activities abroad, studies and working fields
Institutions and organizations
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
2021 1