
Basis tot Homeostase HC51: Hypertensie, cardiovasculaire en pulmonale aspecten
HC51: Hypertensie, cardiovasculaire en pulmonale aspecten
Algemene informatie
- Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?
- In dit college wordt de invloed en mechanisme van hypertensie op het hart en de longen besproken
- Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
- Alle onderwerpen in dit college worden ook behandeld in de literatuur
- Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
- Er zijn geen recente ontwikkelingen besproken
- Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
- Er zijn geen opmerkingen over het tentamen gemaakt
- Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
- Er zijn geen mogelijke vragen behandeld
Prevalentie
Hypertensie is een verhoogde bloeddruk. Er is sprake van hypertensie as de systolische bloeddruk hoger is dan 140 en de diastolische hoger dan 90 is. De prevalentie van hypertensie is erg hoog:
- Bij personen in de leeftijdscategorie tussen de 70-75 jaar heeft 50% last van hypertensie
- Naarmate de leeftijd stijgt, stijgt de prevalentie van hypertensie → bij oudere mensen is de prevalentie hoger
- In 80-90% van de gevallen is er sprake van primaire hypertensie, in 10-20% van de gevallen is er sprake van secundaire hypertensie
Primaire hypertensie
Secundaire hypertensie kan goed verklaard worden. Oorzaken zijn een te snel werkende schildklier, OSAS, nierfalen, et cetera. Bij primaire hypertensie is de oorzaak niet helemaal duidelijk.
Onder primaire hypertensie vallen verschillende factoren:
- Genetica
- Komt het meer voor in dezelfde familie?
- Is er een genetische oorzaak?
- Zijn de omgevingsfactoren hetzelfde?
- Geboortegewicht
- Onduidelijk mechanisme
- Mogelijk door andere vaatwandstructuur en hormoonhuishouding
- Omgeving
- Obesitas
- Alcoholconsumptie
- Na+ inname → vergroot ECV
- Stress → kortdurende hypertensie
- Insulineresistentie
- Hoog insuline
- Hoog lipidengehalte
- Obesitas
Gevolgen
Hypertensie heeft nadelige gevolgen voor:
- Het hart
- Hartfalen → de kans is 2-3x zo groot
- Hypertrofie: het vergroten van de hartwand zonder dat de kamers groter worden
- De hersenen
- Herseninfarct/TIA → de kans is 6x zo groot
- De vaten
- Atherosclerose → de kans is 2x zo groot
Hypertensie en het cardiovasculair systeem
Vasculaire disfunctie:
Door hypertensie raakt de vaatwand beschadigd, waardoor atherosclerose ontstaat:
- De hypertensie beschadigt het endotheel
- De NO-productie gaat omlaag
- Het vermogen van het vat om te verwijden neemt af
- Er komen receptoren vrij die gezien worden door monocyten
- Monocyten komen door de vaatwand in de tunica media terecht
- Monocyten vormen zich om tot macrofagen
- Macrofagen kunnen cholesterol opnemen en ontstekingsfactoren produceren
- Er ontstaat inflammatie en proliferatie van gladde spiercellen → er ontstaat een atherosclerotische plak
Kleine vaten:
Vooral in de arteriolen (de weerstandsvaten) speelt de vaatvernauwing een rol. Door proliferatie van gladde spiercellen ontstaat er wandverdikking en dus lumenvernauwing. Gevolgen zijn een hogere perifere weerstand en hypertensie. Hierdoor kan atherosclerose ontstaan.
Grote vaten:
Voorbeelden van grote vaten zijn:
- Coronairen
- Carotis
- Aorta
- Femoralis
Hier speelt de weerstand minder een rol, maar de inflammatie en proliferatie wel → de wand verdikt. Er ontstaat atherosclerotische plak, met als gevolg:
- Een lagere compliantie → verhoogde tensie
- Atherosclerose en plaques in de carotis en coronairen
- Aneurysmata/dissectie van de aorta
Hart:
Door hypertensie verhoogd de druk op het hart, waardoor het hart moet gaan compenseren om de wandspanning gelijk te houden:
- Wandspanning = (P x r)/h
- P = druk
- r = straal
- h = wanddikte
Het hart gaat compenseren door de wanddikte groter te maken: hypertrofie. Dit heeft gevolgen:
- De compliantie van de linkerventrikel gaat omlaag
- De diastolische functie gaat omlaag
- De linkerventrikel en linkeratrium eind diastolische druk gaat omhoog
- Hierdoor neemt de druk in de pulmonale venen ook toe → longoedeem kan ontstaan → gaswisseling wordt belemmerd → de PO2daalt en de PCO2stijgt → vasoconstrictie → pulmonale hypertensie
Hypertensie en de long
De gemiddelde druk in de arteria pulmonalis is 25 mm Hg. Er zijn twee vormen van hypertensie in de longen:
- Pulmonale arteriële hypertensie (PAH)
- Ontstaat door verhoogde druk door afwijkingen in de wanden van de pulmonaalarterietakken
- Pulmonale hypertensie
- Ontstaat door verhoogde druk t.g.v. afwijkingen buiten de pulmonaalarteriewand
Pulmonale arteriële hypertensie:
PAH kan meerdere oorzaken hebben:
- Aandoening in de linkerharthelft
- Longziektes/hypoxemie
- Chronische trombo-embolie (CTE)
Pulmonale hypertensie:
Pulmonale hypertensie kan meerdere oorzaken hebben:
- Hypercapnie → vasculaire respons
- Hypoxemie → vasculaire respons
- Afname vaatbed
- Emfyseem
- Pneumonectomie (na jaren)
Klachten:
Er zijn een aantal kenmerkende klachten voor pulmonale hypertensie:
- Dyspnée d'effort
- Hoesten
- Vermoeidheid
- Heesheid
Diagnose:
Pulmonale hypertensie kan op meerdere manieren vastgelegd worden:
- ECG
- Echo-onderzoek van het hart en de longen
- Longfunctieonderzoek
- CT-scan
Obesitas:
Eén van de redenen waarom de prevalentie van pulmonale hypertensie stijgt is obesitas. Steeds meer mensen hebben last van overgewicht. Overgewicht leidt tot een verhoogde kans op:
- OSAS (obstructief slaapapneu syndroom): korte adempauzes gedurende de slaap die gepaard gaan met snurken
- Vaak heeft de partner hier meer last van dan de patiënt zelf
- CSA (centraal slaapapneu syndroom)
- Toegenomen circulatietijd
- Instabiele chemoreflex
- Hypocapnie
- Hypoventilatie
- Hypoxemie
Behandeling:
Om pulmonale hypertensie te behandelen/verminderen kan verschillende medicatie worden voorgeschreven:
- Bètablokkers
- Kunnen leiden tot bronchospasme
- ACE-remmers
- Kunnen leiden tot hoesten
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Collegeaantekeningen bij Basis tot Homeostase 2019/2020
- Basis tot Homeostase HC2: Homeostase en de vitale orgaansystemen
- Basis tot Homeostase HC3: Fysiologische regelsystemen
- Basis tot Homeostase PD1: Inspanningstest
- Basis tot Homeostase HC4: Hemodynamica
- Basis tot Homeostase HC5: Ventilatie, gaswisseling en transport
- Basis tot Homeostase HC6: Zuren, basen en buffers
- Basis tot Homeostase HC8: Anatomie van het hart
- Basis tot Homeostase HC9: Actiepotentiaal
- Basis tot Homeostase HC10: Impulsvorming en geleiding
- Basis tot Homeostase HC11: Genese ECG
- Basis tot Homeostase HC12: Elementaire ECG-diagnostiek
- Basis tot Homeostase PD2: Ritmestoornissen en pacemakers
- Basis tot Homeostase HC13: Contractiemechanismen
- Basis tot Homeostase HC14: Excitatie- en contractiekoppeling
- Basis tot Homeostase HC15: Hartspierfysiologie
- Basis tot Homeostase HC16: Hartfunctie
- Basis tot Homeostase HC17: Statistiek Einthoven Science Project
- Basis tot Homeostase HC18, 19, 20 & 21: Mini Symposium Organisatie van Zorg
- Basis tot Homeostase HC22: Anatomie cardiovasculair systeem
- Basis tot Homeostase HC23: Vasculaire functie
- Basis tot Homeostase HC24: Cardiovasculaire interactie
- Basis tot Homeostase HC25: Neurale regeling
- Basis tot Homeostase HC26: Humorale regeling
- Basis tot Homeostase HC27: Macro- en microanatomie ademhalingsstelsel
- Basis tot Homeostase HC28: Bouw ademstelsel, klinische aspecten
- Basis tot Homeostase HC29&30: Longmechanica
- Basis tot Homeostase HC30&31: Gaswisseling en -transport
- Basis tot Homeostase HC33: Ademregulatie 1
- Basis tot Homeostase HC34: Ademregulatie 2
- Basis tot Homeostase HC35: Hart-long interactie
- Basis tot Homeostase HC36: Roken, fysiologische effecten
- Basis tot Homeostase HC37: Roken, global health
- Basis tot Homeostase PD4: Hart-long interactie
- Basis tot Homeostase PD5: Nierfunctie
- Basis tot Homeostase HC38&39: Microscopie en anatomie nieren
- Basis tot Homeostase HC40: Klaring en GFR
- Basis tot Homeostase HC41: Regeling van GFR en RBF
- Basis tot Homeostase HC42: Tubulaire functies - natrium en chloride
- Basis tot Homeostase HC43: Tubulaire functies - concentrering en verdunning urine
- Basis tot Homeostase HC44: Osmoregulatie
- Basis tot Homeostase HC45: Volumeregulatie
- Basis tot Homeostase HC46: Zuur-base
- Basis tot Homeostase HC47: Zuur-base en kaliumregulatie
- Basis tot Homeostase HC48: Farmacologie
- Basis tot Homeostase HC49: Van fysiologie naar kliniek
- Basis tot Homeostase HC50: Embryologie
- Basis tot Homeostase HC51: Hypertensie, cardiovasculaire en pulmonale aspecten
- Basis tot Homeostase HC52: Hypertensie, renale aspecten
- Basis tot Homeostase HC53: Evaluatie verslag roken
- Basis tot Homeostase HC54: Hartfalen, mechanismen
- Basis tot Homeostase HC55: Hartfalen, klinisch
- Basis tot Homeostase HC56: Cardiorenaal syndroom
- Basis tot Homeostase: deeltoets 24 februari 2020
- Basis tot Homeostase: proefdeeltentamen
- Basis tot Homeostase: proeftoets ademhaling
- Basis tot Homeostase: proeftoets nieren

Contributions: posts
Spotlight: topics
Collegeaantekeningen bij Basis tot Homeostase 2019/2020
Deze bundel bevat alle hoorcolleges en (proef)tentamens voor het blok van Basis tot Homeostase 2019/2020 van de opleiding Geneeskunde aan de Universiteit Leiden.
JoHo can really use your help! Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world
Add new contribution