Verbintenissenrecht Werkcollege 1 - UL - B2 Rechtshandeling en overeenkomst
1. Welke onderwerpen worden behandeld in het werkcollege?
- Casus 1: complicaties in de pre-contractuele fase
- Casus 2: totstandkomen overeenkomst
- Casus 3: (on)bevoegde vertegenwoordiging
Casus 1
Partij A, vraagt, mede vanwege goede ervaringen uit het verleden, een offerte aan bij partij B voor een bouwproject. B maakt deze offerte, waarop A positief reageert en verzoekt de offerte op enkele punten te wijzigen. Partij B huurt hiervoor een extern bureau in, om zo aan de eisen van A te kunnen voldoen. Na het indienen van de tweede offerte door B, worden de onderhandelingen echter plotseling door A afgebroken, omdat A een goedkopere aannemer gevonden heeft. Er bestaan tussen A en B geen afspraken over eventuele kostenvergoeding bij afbraak van de onderhandelingen.
De kosten van partij B zijn € 15.000 vanwege de inhuur van het externe bureau, en € 500.000 vanwege gederfde winst. Komt B in aanmerking voor vergoeding van (een deel van) deze kosten?
In het arrest Plas/Valburg heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in over de problemen in een casus als bovenstaande. In het onderhandelen voor een contract bestaan verschillende stadia. In het laatste stadium is het niet meer mogelijk om de onderhandelingen af te breken, in de stadia daarvoor moet soms een vergoeding van de kosten betaald worden. In het arrest CBB/JPO is bovenstaande echter genuanceerd, vanwege het grote belang dat aan de contractsvrijheid toegekend wordt. Kostenvergoeding is pas mogelijk wanneer het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar is, gelet op het totstandkomingsvertrouwen dat tussen beide partijen bestaat. Het hangt af van de argumentatie, maar in deze casus is waarschijnlijk sprake van stadium 2. Dit betekent dat een deel van de kosten (De € 15.000 vanwege inhuur van het externe bureau) vergoed moet worden.
Casus 2
Partij C doet een bestelling bij partij D voor een keyboard met het typenummer 2000. Wanneer hij naar D belt, zegt een medewerker tegen hem dat hij het bestelformulier vanwege de grote drukte niet telefonisch kan verwerken, dus dat C het in moet scannen en via de e-mail op moet sturen. Enkele tijd later, wanneer het pakket bij C aankomt, blijkt dat D niet het keyboard met typenummer 2000, maar een veel duurder keyboard met typenummer 200 verstuurd heeft. Tijdens het inscannen blijkt er een gedeelte van het bestelformulier afgevallen te zijn, vanwege een storing in het scanapparaat.
Is er tussen partij C en partij D een overeenkomst tot stand gekomen, en wat is de inhoud van deze overeenkomst?
In deze casus is art. 3:47 BW een belangrijk artikel. Lid 4 stelt namelijk dat mankementen aan hulpmiddelen die verklaringen over moeten brengen voor rekening van de afzender komen (in dit geval partij C), tenzij de wijze van overbrenging door de wederpartij bepaald was. Dat is in deze casus het geval. De medewerker van D had immers gezegd dat C het formulier in moest scannen. Dit betekent dat het misverstand voor rekening van D komt. Er is dus niet de voor een overeenkomst vereiste verklaring van C, en dus is er geen overeenkomst tot stand gekomen.
Casus 3
Partij E (verkoper) en partij F (koper) onderhandelen met elkaar over de verkoop van een klassieke auto. Omdat de onderhandelingen moeizaam gaan schakelt E een vertegenwoordiger V in, om namens hem te onderhandelen. V krijgt echter geen volmacht tot het sluiten van een koopovereenkomst. Dit meldt E ook aan F. Vervolgens sluit V echter wel in naam van E een verkoopovereenkomst met F. De vrouw van F komt hierachter en wil dat F zich terugtrekt. De dag erna stuurt E echter een brief naar F dat hij akkoord gaat met de afgesproken koopsom en de koop bekrachtigt. Hierna stuurt krijgt E echter een e-mail van F waarin F stelt dat hij de koop als ongeldig beschouwt vanwege het ontbreken van de volmacht. De dag erna komt de brief aan.
Is er een koopovereenkomst tussen E en F tot stand gekomen, en zo ja, wanneer dan?
Feit is dat F op de hoogte was van het feit dat V buiten zijn bevoegdheid handelde. Art. 3:69 biedt E echter de mogelijkheid om de verkoop alsnog te bekrachtigen. F kan zich niet op lid 3 van art. 3:69 beroepen, omdat hij op de hoogte was van het ontbreken van een volmacht. Dit betekent dat op de dag van bekrachtiging met terugwerkende kracht een overeenkomst tot stand gekomen is. Vanwege art. 3:69 lid 1 is dus een overeenkomst tot stand gekomen.
2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur.
3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.
4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
Er worden geen opmerkingen gedaan met betrekking tot het tentamen.
5. Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
Zie bovenstaande.