Verbintenissenrecht Hoorcollege 8 - Rechten UL B2

Verbintenissenrecht Hoorcollege 8 - Rechten UL B2 - aansprakelijkheid voor zaken, producten, motorrijtuigen

1. Welke onderwerpen worden in het hoorcollege behandeld?

  • Aansprakelijkheid voor zaken
  • Productaansprakelijkheid
  • Aansprakelijkheid voor motorrijtuigen

Aansprakelijkheid voor zaken (algemeen)

Je hebt risico voor gebrekkige roerende zaken, opstallen, giftige stoffen, dieren, producten en motorrijtuigen.

Het karakter van deze aansprakelijkheid is kwalitatief: je bent aansprakelijk omdat je in een bepaalde hoedanigheid verkeert, meestal als bezitter van een bepaalde zaak. Een andere mogelijkheid is als je de bedrijfsmatige gebruiker bent (6:181). Het is ook een risico-aansprakelijkheid; verwijtbaarheid is dus niet nodig. Er is echter wel vaak een 'tenzij-formule' die erop gericht is de risico-aansprakelijkheid binnen redelijke grenzen te houden.

Productenaansprakelijkheid

Dit is te vinden in de artt. 6:185-193, die een uitwerking zijn van een Europese Richtlijn uit 1985. Het doel van deze richtlijn was vooral consumentenbescherming. Ook dit is een risico-aansprakelijkheid, dit blijkt uit de eerste zin van art. 6:185.

Begrippen

'Product': art. 6:186, 187. Dit is een roerende zaak en elektriciteit. Een 'producent' wordt zeer ruim opgevat, zowel de fabrikant van het eindproduct, de producent van een grondstof, de fabrikant van een onderdeel, en een ieder die zich als producent presenteert. Daarnaast wordt iedereen die een product in de EU ingevoerd heeft om dit te verkopen of te verhuren met een commercieel oogmerk als producent beschouwd. Als het niet mogelijk is om vast te stellen wie de producent is, wordt elke leverancier als producent beschouwd (art. 6:187 lid 4). 

Een 'gebrek' is omschreven in art. 6:186. Als een product niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten is het gebrekkig. Hierbij zijn de presentatie van het product, het redelijkerwijs te verwachten gebruik en het tijdstip waarop het product in het verkeer gebracht is van belang.

Het schadebegrip staat in art. 6:190. Het gaat om gevolgschade die bestaat in dood, letsel of privé-zaakschade met een franchise van € 500. Bedrijfsschade valt hier dus niet onder. In Nederland wordt deze € 500 als een drempel gehanteerd, dus als je meer dan € 500 schade hebt krijg je alle schade vergoed. In andere landen wordt het ook wel als een aftrek gebruikt. 

Samenloop

in veel gevallen waar je schade lijdt door een product kun je ook de winkelier aanspreken op wanprestatie. Hij heeft immers een ondeugdelijke zaak geleverd. Als je via productaansprakelijkheid gaat kun je echter meteen de producent aanspreken. De wetgever heeft daarom bij productaansprakelijkheid de mogelijkheid van een vordering uit wanprestatie afgesloten. Dit wordt wel 'kanalisatie' genoemd, en is te vinden in art. 7:24 lid 2. Daar staan echter wel drie uitzonderingen op deze regel, bijvoorbeeld als het gaat om schade onder het franchise-niveau.

Afbakening risico

De afbakening vindt enerzijds plaats via de bovenstaande begrippen, maar ook door een aantal uitzonderingen, genoemd in art. 6:185. Bijvoorbeeld als je het als producent niet zelf in het verkeer gebracht hebt. Hier sluit ook het HvJ-arrest Veedfald bij aan. Er was hier sprake van een niertransplantatie die mislukte door het gebruik van gebrekkige spoelvloeistof. De man die zijn donornier misgelopen had sprak het ziekenhuis aan. Het ziekenhuis verweerde zich door te stellen dat zij de vloeistof niet in het verkeer gebracht hadden, en dat de vloeistof niet economisch in een beroep of bedrijf gebruikt was. Volgens het Hof was het ziekenhuis echter toch aansprakelijk. De vervolgvraag was echter wat nu het karakter van de geleden schade was. Het Hof maakte hier geen keuze of het nu zaakschade of letselschade was, dat liet het over aan de nationale rechter. Wel werd geoordeeld dat het lijn met de richtlijn was als de patiënt een schadevergoeding zou krijgen.

Motorrijtuigenaansprakelijkheid

Het gebruik van een motorrijtuig brengt automatisch een risico met zich mee, omdat het zich met een bepaalde snelheid door het verkeer beweegt (Betriebsgefahr). Het doel is vooral dat zwakkere verkeersdeelnemers beschermd worden.

In art. 185 WVW worden de eisen voor gevaarzetting omschreven. Uit lid 3 blijkt dat het niet geldt tegenover andere motorrijtuigen. De achterliggende ratio is dat motorrijtuiggebruikers verplicht verzekerd zijn. Als de verzekeraars dan teveel moeten betalen, kunnen zij de premies verhogen.

De aansprakelijk gestelde moet eigenaar of houder van het voertuig zijn. Het is dus kwalitatieve aansprakelijkheid. Het is echter een ander houderschap dan in burgerlijkrechtelijke zin (art. 1 lid 1 onder o WVW). Het gaat er vooral om dat de houder iemand is die het voertuig 'duurzaam gebruikt'. De aansprakelijkheid 'gaat in de praktijk richting een risicoaansprakelijkheid'. Er is namelijk een uitzondering voor overmacht, maar dit wordt niet snel aanvaard. De gebruiker moet dan geen enkel verwijt gemaakt kunnen worden. Dit betekent dat je als motorrijtuiggebruiker rekening moet houden met de fouten van een ander. Er zitten ook risico-elementen in de aansprakelijkheid: je bent aansprakelijk voor andere personen die jouw voertuig gebruiken (lid 2), voor gebreken aan het voertuig en altijd bij kinderen onder de 14 jaar. Voor hen geldt de 100%-regel, wat betekent dat de schade van het kind altijd vergoed wordt.

'eigen schuld' -algemeen

Vaak wordt aangevoerd dat de slachtoffers zelf ook bijgedragen hebben aan het ontstaan van de schade. Hiervoor moeten er 'aan het slachtoffer toe te rekenen omstandigheden' zijn. Ten eerste moeten dan de verschillende bijdragen van slachtoffer en dader gewogen worden, waar mogelijk een billijkheidscorrectie op gemaakt kan worden.

'eigen schuld' in het verkeer

De Hoge Raad heeft voor het verkeer twee billijkheidsregels vastgesteld. De eerste is dat een kind onder de 14 altijd een 100%-schadevergoeding krijgt, de tweede is dat de schade van volwassenen altijd voor ten minste 50% vergoed wordt. De achtergrond hiervan is dat artikel 185 gericht is op het beschermen van de zwakkeren. Dit geldt nog sterker voor kinderen, omdat zij impulsief en kwetsbaarder zijn. Er is ook wel kritiek hierop, sommigen vinden dat de Hoge Raad te ver gaat in de rechtsvorming.

Er zijn twee beperkingen aan de bovenstaande regels: bij opzet tot de schade (zelfmoordenaars) of daaraan grenzende roekeloosheid gelden de 100%/50%-regels niet. De tweede uitzondering is de regressituatie. Hiervan is sprake als de verzekeraar van het slachtoffer de verzekeraar van de dader aanspreekt. De verzekeraars kunnen dan geen beroep doen op de 100%/50%-regels. Zij zijn namelijk minder 'zielig' dan de daadwerkelijke slachtoffers. Als het slachtoffer dan de vergoeding al gekregen heeft van de verzekeraar, is het doel van de bescherming van de kwetsbaren al bereikt. In die gevallen wordt tussen verzekeraars 'gewoon' art. 6:101 toegepast.

'Reflexwerking' art. 185 WVW

In veel gevallen is er ook schade aan het motorrijtuig. Kan de gebruiker van het motorrijtuig dan de 'zwakke' partij aanspreken? Werkt de 50%-regel dan gespiegeld, zodat de sterke partij in ieder geval 50% van zijn schade zelf moet dragen? 'Nee' volgens de Hoge Raad in het arrest Chan/Maalsté. Art. 185 heeft reflexwerking, maar zonder de 50%/100%-regel, omdat hier geen 'breed maatschappelijk draagvlak' voor is. Dit betekent dat 'regelloos' art. 6:101 toegepast wordt.

2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?

Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur, behalve natuurlijk de casus.

3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?

Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.

4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?

Er worden geen opmerkingen gedaan over het tentamen.

5. Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?

Er worden geen tentamenvragen behandeld.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas
Check more: institutions, jobs and organizations

Image

Share: this page!
Follow: 2250269182 (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2111
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector