Hoorcollege
Kenmerken Strafrecht:
Codificatie
Rationalisatie van bewijsvoering (iemand martelen voor verklaring en misschien niet eens schuldig is irrationeel)
Verschuiving van daad naar dader
Humanisering
Legaliteitsbeginsel (geen strafbaar feit zonder wet, geen straf zonder wet....)
Strafrechtelijke beginselen:
Opportuniteitsbeginsel (art. 167 Sv)
Openbaarheid rechtspraak (art. 121 lid 3 GW)
Beginsel der onmiddellijkheid
Beginsel van vrije keuze van raadsman
Beginsel dat recht moet worden gedaan binnen een redelijke tijd
Beginsel van rechtspraak in meerdere instanties
Beccaria schreef boek over strafrecht. Straf wordt gerechtvaardigd gevonden als straf beoogd om maatschappelijk welzijn te dienen. Als dit niet het geval is, is het niet rechtvaardig. Hij stelde de wet centraal, wat is er strafbaar (eerste stappen naar legaliteitsbeginsel)? Dit waren de eerste stappen naar modernisering van straffen, humane wijze van straffen verankerd in boek, hij wilde strafrecht een andere kant op duwen
Verlichting was tegen:
Waarom legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr)?
Rechtsgelijkheid: Willekeur, onvoorspelbaarheid en oncontroleerbaarheid worden voorkomen
Staat bezit het geweldsmonopolie en misbruik van dit monopolie zal haar gezagspositie aantasten
Doelen strafrecht:
Absolute theorie (Immanuel Kant: het onvermogen van het bedienen van je verstand in het openbaar zonder leiding van anderen. Dit heeft de mens aan zichzelf te wijten als de oorzaak aan besluiteloosheid en gebrek aan moed ligt. Dit construeerde het idee van de Verlichting “durf te denken” en werd doorgevoerd in het strafrecht. De vrije wil staat centraal als je het “ik” vooropstelt en dus de persoon over mondigheid beschikt. Als iemand geen mondigheid heeft kan je hem dus niet straffen, maar als je jezelf in de toestand brengt dat je niet over de vrije wil kan beschikken door alcohol kan je diegene wel straffen. Hij vond dan ook dat als morgen de wereld zou vergaan, vandaag de laatste moordenaar moet worden opgehangen) --> vergelding, vereffening van het verleden van belang
Doel: genoegdoening slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers
Relatieve theorie (Jeremy Bentham, nuttigheid is het voorkomen van strafbare feiten) --> preventie, weerhouden om weer iets strafbaars te doen en dus de toekomst
Doel: Bescherming van rechtsgoederen en de belangen van de staat
Vormen van Relatieve strafrechtstheorie: Generale preventie --> aan iedereen een voorbeeld te geven
Doel:
Bescherming van rechtsgoederen (eigendom, lichamelijke integriteit, vrijheidsrechten)
Resocialisatie van de dader
Speciale preventie --> richt zich op dader zelf en de omgeving van dader (ambtenaar gestraft dan andere ambtenaren)
Doel:
Opsporing (art. 27 SV) --> vervolging (art. 12 en 167 SV) --> berechtiging (art. 258 SV)
Formele delicten: staan in de wet omschreven als een handeling, een specifiek omschreven activiteit. Het verrichten van deze handeling is strafbaar gesteld. Nadruk op gedraging (art. 310 Sr). Hier moet dus een opsomming van gedragingen worden voldaan om het rechtsgevolg in het leven te roepen
Materiële delicten: een materiële omschrijving, van teweegbrengen van een bepaald gevolg (art. 287 Sr). Rechtsgevolg in werking als er bepaalde gevolgen in het leven zijn geroepen
Bij formeel omschreven delicten om een bepaalde handeling, en bij materieel omschreven delicten om een bepaald gevolg. Doodslag is een materieel omschreven delict: het maakt niet uit hoe je iemand doodslaat, het gaat erom dat je iemand hebt doodgeslagen om strafbaar te zijn. Diefstal is een formeel omschreven delict, omdat de delictsomschrijving voorschrift dat er moet worden "weggenomen".
Gronddelict: diefstal
Geprivilegieerd delict (lagere straf dan gronddelict): stroperij
Gekwalificeerd delict (zwaarder dan gronddelict): diefstal in vereniging
Strafverzwarende omstandigheid (gedurende nachtrust)
Commissiedelicten: handelen conform een verbod (verbod tegen politie verzetten en toch doen)
Omissiedelicten: nalaten van gebodsnorm (als getuigen moet je komen en niet doen)
Bestanddelen: geschreven voorwaarden voor strafbaarheid in delictsomschrijving
Elementen: algemene omgeschreven voorwaarden voor strafbaarheid: wederrechtelijk en schuld in de zin van verwijtbaarheid. Dus twee elementen: schuld en wederrechtelijkheid en die hoeven, in tegenstelling tot bestanddelen, niet bewezen te worden
Wederrechtelijkheid:
- formele wederrechtelijkheid --> in strijd met geldende recht
- materiële wederrechtelijkheid --> niet in strijd met bedoeling wet en bedoeling van wet door wetgever bereikt (Veearts-arrest)
Schuld:
1. Art 27 SV als iemand iets gedaan heeft
2. Schuld als intentie: culpa (schuld in enge zin --> onzorgvuldig handelen, roekeloosheid, onachtzaamheid) en opzet (weten handelen of nalaten) --> geacht wet te kennen
Voorwaardelijk opzet: man rijdt door na stopteken --> hij heeft aanmerkelijke kans aanvaard dat gevolg zou intreden
3. Schuld in de zin van verwijtbaarheid
Als ze geen bestanddeel zijn, dan zijn wederrechtelijkheid en schuld in ieder geval element van de strafrechtelijke delictsomschrijving
Volgens het arrest van de Hoge Raad valt het optreden Dutchbat in de voormalige Joegoslavië de Nederlandse regering toe te rekenen omdat Nederland de feitelijke zeggenschap had