Onderneming en recht hoorcollege 10 Rechten UL B2 (2019-2020)

Onderneming en recht hoorcollege 10 Rechten UL B2 (2019-2020) - Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

1. Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?

  • Interne bestuurdersaansprakelijkheid: tegenover de rechtspersoon
  • Faillissementsaansprakelijkheid: externe bestuurdersaansprakelijkheid tegenover de boedel
  • Externe bestuurdersaansprakelijkheid: tegenover individuele schuldeisers

De belangrijkste verdeling is die tussen interne en externe bestuurdersaansprakelijkheid. Interne aansprakelijkheid is vooral te vinden in art. 2:9. Het gaat er dan om dat de rechtspersoon de bestuurder aansprakelijk stelt voor slecht bestuur. Bij externe aansprakelijkheid kan er sprake zijn van aansprakelijkheid tegenover de curator, in het faillissement, voor het boedeltekort (art. 2:138/248). Ook kan er aansprakelijkheid tegenover individuele schuldeisers zijn, met name via art. 6:162. 

Interne bestuurdersaansprakelijkheid: tegenover de rechtspersoon

De rechtspersoon moet dan stellen dat hij schade geleden heeft als gevolg van de wijze waarop de bestuurder zijn taak heeft vervuld. De artt. 2:9 en 2:149/259 zijn hiervoor belangrijk. Lid 1 van art. 2:9 bevat de verplichting tot een behoorlijke taakvervulling en de mogelijkheid van taakverdelingen. Lid 2 stelt bestuurders hoofdelijk aansprakelijk wanneer zij hun taak onbehoorlijk vervullen, tenzij hen mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken, geen ernstig verwijt gemaakt kan worden en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de negatieve gevolgen van het onbehoorlijke bestuur af te wenden. Het uitgangspunt is dus collectieve verantwoordelijkheid, waar ook individuele hoofdelijke aansprakelijkheid uit voort kan vloeien. Lid 2 nuanceert dit dus echter (disculpatiegronden). Het is niet de bedoeling dat bestuurders bij elke (kleine) fout die ze maken gelijk aansprakelijk zijn. 

Voor bestuurders zijn er dus drie verweren mogelijk:

  1. Het was mijn taak niet (taakverdeling).
  2. Mij kan geen ernstig verwijt gemaakt worden.
  3. Ik ben niet nalatig geweest in het treffen van maatregelen om de negatieve gevolgen tegen te gaan.

Omstandigheden die in aanmerking genomen kunnen worden om te bepalen of er sprake is van ernstig verwijt: de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten en de algemeen daaruit voortvloeiende risico's, de taakverdeling binnen het bestuur, interne richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken en het inzicht en zorvuldigheid die verwacht mogen worden van een bestuurder die op zijn taak berekend is. (Staleman en Richelle/ Van de Ven).

Het is belangrijk dat de algemene ledenvergadering een bestuurder kwijting verleent: vrijstelling van de mogelijkheid dat de bestuurder of commissaris nog aansprakelijk gesteld kan worden vanwege de wijze waarop hij zijn taak vervuld heeft. Dit gebeurt meestal jaarlijks. Het vaststellen van een jaarrekening betekent op zichzelf echter nog geen kwijting (decharge), (art. 2:101 lid 3/210 lid 3). Decharge is dus een los agendapunt na de vaststelling van de jaarrekening. Decharge heeft geen betrekking op gegevens die niet uit de jaarrekening blijken of niet aan de algemene vergadering zijn bekendgemaakt.

Faillissementsaansprakelijkheid: externe bestuurdersaansprakelijkheid tegenover de boedel

Dit is aansprakelijkheidsstelling van een bestuurder door de curator in het faillissement van de rechtspersoon, omdat de wijze waarop de bestuurder zijn taak vervuld heeft een belangrijke oorzaak geweest is van het faillissement. Dit geldt voor bestuurders (art. 2:138/248) en commissarissen (art. 2:149/259). Zij worden dan aangesproken voor het boedeltekort tegenover de schuldeisers. Voorwaarde is dat het bestuur zijn taak 'kennelijk onbehoorlijk' heeft vervuld, en dat het 'aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement'. Er moeten dus ernstige verwijten aan de bestuurder gemaakt kunnen worden. De Hoge Raad stelt dat enkel van kennelijk onbehoorlijke vervulling kan worden gesproken als 'geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden aldus gehandeld zou hebben'.  Dit is dus niet snel van toepassing.

Ook hier zijn disculpatiemogelijkheden: 2:138 lid 3/248 lid 3: De bestuurder moet bewijzen dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden. Volgens lid 4 kan de rechter het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien dit hem bovenmatig voorkomt gezien de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling en de andere oorzaken van het faillissement. Dit kan gelden voor de bestuurders als geheel of voor individuele bestuurders, bijvoorbeeld als er nieuwe bestuurders aangesteld worden in de hoop dat zij het faillissement nog kunnen keren. Lid 6 geeft aan dat de vordering alleen kan worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in een periode van de drie voorafgaande jaren aan het faillissement. Wanneer aan de bestuurder kwijting verleend is, staat dit een vordering niet in de weg. Lid 7 verbreedt de bepaling naar beleidsbepalers, die niet per se ook bestuurders waren. 

In lid 2 wordt bepaald dat er altijd sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling als het bestuur niet heeft voldaan aan de verplichtingen uit artt. 10 of 394 en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Deze bepaling is bedoeld om de bewijslast voor de curator te verlichten.

Art. 2:10 verplicht het bestuur tot het voeren van een deugdelijke administratie, art. 2:394 verplicht het bestuur de jaarrekening uiterlijk 12 maanden na afloop van het boekjaar te publiceren. Er is dus een administratie- en publicatieplicht. Als bestuurders verzuimen om bekendheid aan de stand van de vennootschap te geven, wordt er van uitgegaan dat zij hun taak onbehoorlijk vervullen. De curator controleert daarom eerst of er een behoorlijke boekhouding is en de jaarrekening op tijd gepubliceerd is. Wanneer dit niet zo is is er sprake van een 'onweerlegbaar bewijsvermoeden' dat het bestuur de taak onbehoorlijk vervuld heeft. De bestuurder kan dus niet proberen om het te weerleggen. Het vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is voor het faillissement is echter een weerlegbaar bewijsvermoeden.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid: tegenover individuele schuldeisers

Dit is aansprakelijkstelling van een bestuurder door een schuldeiser, vanwege schade die de schuldeiser heeft geleden door toedoen van de bestuurder. Dit moet via art. 6:162. Er moet dus onrechtmatig gehandeld zijn door de bestuurder. Ten eerste is de nv/bv aansprakelijk, maar deze betaalt niet en biedt ook geen of onvoldoende verhaal. Pas dan komen de bestuurders aan bod.

Er zijn twee gevallen waarin bestuurders aansprakelijk gesteld kunnen worden:

1. De Beklamel-norm: namens de vennootschap handelen en lichtvaardig derde partijen contracteren. Op het moment van het sluiten van de overeenkomst wist of had de bestuurder moeten weten dat de rechtspersoon de verplichtingen niet kon nakomen. Dit had hem moeten verhinderen van het aangaan van de overeenkomst.

2. De New Holland Belgium-norm: bewerkstelligen of toelaten dat de nv/bv haar verplichtingen niet nakomt. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij betalingsonwil, selectieve betaling of verhaalsfrustratie.

In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan aangenomen worden dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld wanneer hem, gelet op de verplichting van behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9, een voldoende ernstig verwijt gemaakt kan worden. Dit biedt dus een bepaalde bescherming voor bestuurders, die art. 6:162 op zichzelf niet biedt. Dit vereist namelijk alleen verwijtbaar handelen, terwijl de Hoge Raad eist dat er voldoende ernstig verwijtbaar handelen is.

2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?

Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur.

3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?

Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.

4. Welke opmerkingen worden door de docent gedaan met betrekking tot het tentamen?

Er worden geen opmerkingen met betrekking tot het tentamen gedaan.

5. Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?

Er worden geen tentamenvragen behandeld.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help
Share: this page!
Follow: 2250269182 (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
1646
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector